Amerikaans ego in verwarring door China

De Chinese president is deze week op staatsbezoek in de VS. Amerika kan de opkomende wereldmacht nog altijd niet plaatsen.

Tom-Jan Meeus

Onbedoeld werd vorige week duidelijk hoe de opkomst van China het Amerikaanse ego in verwarring brengt. Aanleiding was een artikel van ‘tijgermoeder’ Amy Chua, die onlangs haar opvoedingsfilosofie heeft beschreven in Battle Hymn of the Tiger Mother. ‘Waarom Chinese Moeders Superieur Zijn’, luidde de kop boven haar stuk in The Wall Street Journal. Volgens haar schiet de nadruk in de VS op zelfvertrouwen – amazing job, Tyler! – tekort tegen de harde Chinese opvoeding.

Chua, kind van Chinese immigranten en opgeklommen tot het hoogleraarschap op Yale, eist van haar kinderen perfecte schoolprestaties. Net als haar eigen ouders, straft en beledigt ze haar dochters als deze niet aan de hoge verwachtingen voldoen. Ze verbiedt hun televisie en videogames. Haar dochters moeten ten minste viool of piano spelen.

Chua’s stuk was in de VS onmiddellijk een mediahype: zijn de Chinezen barbaren, of doen wij iets fout? Vorig najaar nog stelden onderzoekers in de Review of General Psychology vast dat Amerikaanse jongeren een onbegrensd zelfvertrouwen hebben, terwijl hun schoolprestaties internationaal achterblijven. En zelfs de grootste Amerikaanse optimisten erkennen tegenwoordig dat de hegemonie van hun land tanende is nu de Chinese economie in ongekend tempo blijft groeien.

Geen televisiezender kon vorige week om Amy Chua heen. Op internetfora maakte ze tienduizenden reacties los. Ze zou kinderen mishandelen, ze zou een modern monster zijn. Anderen noemden haar juist een lichtend voorbeeld. Chua nam sommige opvattingen uit het stuk terug, maar de reacties waren zo verhit, zei ze in Time, „door de suggestie […] dat de Chinese aanpak beter is”.

Dat is het onderliggende thema bij het staatsbezoek, deze week, van de Chinese president Hu Jintao. Terwijl Amerika de schade van zijn zelfoverschatting in het afgelopen decennium nog steeds niet te boven is – de slepende oorlogen, de financiële lichtzinnigheid – wordt het gedwongen zich af te vragen waarom China succesvoller is. Is het land een voorbeeld, of juist een concurrent?

„We zoeken nog steeds naar de juiste benadering”, zegt Douglas H. Paal, oud-directeur van het American Institute in Taiwan die eerder veiligheidsadviseur van de voormalige presidenten Reagan en Bush senior was.

Het getob over een adequate respons komt ook, schreef auteur Robert Kaplan vorig jaar in The Washington Post, doordat China geen aanstalten maakt de leemte te vullen die het tanende Amerikaanse imperium in de wereld achterlaat. Het enige wat China doet, is zijn toekomstige behoefte aan grondstoffen veiligstellen. Ambitie voor een rol in brandhaarden als Iran of Pakistan lijkt afwezig. Zelfs buurland Noord-Korea, een zwalkende kernwapenmacht, ondervindt nauwelijks hinder van China, aldus Kaplan.

De regering-Obama probeerde China aanvankelijk voor zich te winnen met schappelijkheid. Het resulteerde in een reeks spanningen over Taiwan, de dalai lama, handelspolitiek en valutapolitiek. Pas nadat de VS het laatste half jaar de druk hadden opgevoerd en tegelijkertijd de afspraak voor het staatsbezoek maakten, bleek China op enkele punten bereid in te binden, volgens Paal. Ze devalueerden hun munt, zegt hij, in de praktijk met 10 procent, wat de westerse export naar China goedkoper maakt. China steunde sancties tegen Iran. En het land bemoeit zich sinds eind vorig jaar actief met Noord-Korea.

„Het zijn ontwikkelingen die enige stabiliteit in de relatie brengen, dat is al heel wat”, zegt Paal. „China lijkt er niet meer op uit de VS opnieuw uit te dagen. Ze zoeken samenwerking.”

Op de achtergrond speelt volgens hem mee dat president Hu in de laatste twee jaar van zijn ambtstermijn zit. Hij zou al bezig zijn met zijn erfenis. Veel concrete resultaten zal de top niet opleveren, maar Hu’s levensfase „schept extra kansen het ongemak van de laatste jaren weg te nemen”.

Toch gaven vertegenwoordigers van de regering-Obama afgelopen weekeinde aan dat ze ook de Chinese schendingen van de mensenrechten deze week aan de orde zullen stellen. Traditioneel een gevoelig punt. Maar Paal neemt het niet erg serieus. „Dat is alleen om de achterban van president Obama gerust te stellen.”

Toch heeft in de VS de opvatting postgevat dat zakendoen met China het beste gaat door de confrontatie zonodig aan te gaan. Het verklaart waarom de ministers Clinton (Buitenlandse Zaken), Gates (Defensie) en Geithner (Financiën) zich de laatste weken relatief hard en sceptisch over China uitlieten. „We weten nu dat druk uitoefenen met bondgenoten de effectiefste benadering van China is”, zegt Elizabeth Economy van de Council on Foreign Relations.

Daarom, voorspelt ze, zal Obama deze week uitgesprokener zijn dan bij eerdere ontmoetingen met de Chinese leider. Concrete resultaten verwacht ook zij amper, al vindt ze het belangrijk dat er betere contacten tussen hoge militairen komen. „Nu de Chinese krijgsmacht sterker wordt, moeten er goede onderlinge contacten zijn om misverstanden en verkeerde calculaties te vermijden.”

2012 wordt vermoedelijk het jaar waarin de Chinees-Amerikaanse relaties echt op de proef worden gesteld. Verkiezingen in de VS (en Rusland en Korea) vergroten de kans op een handelsoorlog, zegt Paal. „Des te meer reden om deze week vooral aan persoonlijke relaties te werken.”