Waarom China de Britten met twee panda’s paait

Foto staatspersbureau Xinhua News Agency

Niet de deze maand beklonken olie- en autodeal van 3,1 miljard euro houdt de Britse media bezig, maar het cadeautje dat China erbij deed: de twee reuzenpanda’s Tian Tian en Yuangguang die de harten van de Britten moeten veroveren. Welkom in de wereld van de ‘pandadiplomatie’.

“Panda’s zijn de nationale schatten van China”, zei de Chinese Ambassadeur Liu Xiaoming. “Deze historische deal is een gift van China aan de Britten. Het is een symbool van vriendschap en zal onze mensen dichter bij elkaar brengen.” Op 9 januari kwam de Chinese vicepremier Li Keqiang naar Londen om de panda-deal met de Britse vicepremier Nick Clegg te sluiten.

Nixon kreeg een panda van Mao

Volgens The Independent heeft Edingburgh Zoo, een Schotse dierentuin met 600.000 bezoekers per jaar, al in 2006 bij China aangeklopt voor een panda. Maar vanwege de zeldzaamheid (schattingen wijzen op 1.200 tot 3.000 in het wild en ongeveer 300 in gevangenschap) doet China alleen panda’s de deur uit als er een groot politieke of economische belang tegenover staat.

Pandadiplomatie voert terug tot de zevende eeuw, ten tijde van de Tang-dynastie. Keizerin Wu Zetian schonk toen een pandapaar aan haar Japanse ambtsgenoot. Toch heeft het tot 1950 geduurd voordat de panda tot de standaarduitrusting van de Chinese diplomatie behoorde: een joker die alleen bij uitzonderlijke deals of propaganda-activiteiten getrokken wordt, zoals het historische bezoek van president Nixon in 1972 aan de communistische leider Mao Zedong. De ontmoeting was een belangrijke stap in het normaliseren van de verhoudingen tussen de VS en China, alom geprezen als Nixons grootste verdienste.

Taiwan weigerde ‘propagandapanda’

Als China een panda uit de diplomatenkoffer haalt moet je op je hoede zijn, weet Taiwan. De democratische staat, die door de Volksrepubliek China als afvallige provincie wordt beschouwd, weigerde in 2005 de panda’s Tuan Tuan and Yuan Yuan. De reden laat zich raden. De combinatie van hun namen betekent ‘hereniging’, en dit is nou precies wat Taiwan niet wil. In 2008 zwichtte een andere Taiwanese regering alsnog. De panda’s werden als sterren binnengehaald door het publiek, de media sprak van ‘Pandamania’. Een geslaagdere propaganda is nauwelijks denkbaar.

Edingburgh Zoo verwacht verdubbeling bezoekersaantal

Hoewel het doorgaans een eer is om een panda te ontvangen, moet het begrip ‘gift’ met een korreltje zout worden genomen. Sinds 1984 is het gebruikelijk dat landen de panda’s voor een decennium huren voor 1 miljoen dollar per jaar. De geworpen welpen moeten weer terug naar China. In 1998 regelde het Wereldnatuurfonds bij de rechter dat Amerikaanse dierentuinen dat bedrag alleen mogen betalen als China verzekert de helft ervan te besteden aan de bescherming van panda’s in het wild.

Hoe dan ook, Edingburgh Zoo is uitzinnig: de directie verwacht een verdubbeling van het bezoekersaantal. Bovendien is het al zeventien jaar geleden dat het Verenigd Koninkrijk een panda in huis had en de dierentuin kampt met teruglopende bezoekersaantallen, dus de panda’s – die in september met fanfare binnengehaald worden – zijn de redders in nood, gehuurd of niet.

Panda gediend bij iconisering

Toch is niet iedereen wild van deze panda-deal. Verschillende natuurfondsen, waaronder Advocates for Animals, menen dat het voortbestaan van de panda niet gediend is bij dit soort transfers. Houd ze toch in China en bescherm hun reservaten, luidt hun protest. Maar Henry Nicholls, auteur van The way of the panda (Profile Books, 2010), is realistischer. Panda’s zijn de beste fondsenwervers die je je maar kunt bedenken, betoogt hij op de website van The Guardian. Niet voor niets heeft het Wereldnatuurfonds de panda als logo gekozen. En niet voor niets hebben producenten van koekjes tot auto’s de panda toegeëigend. Kortom, de panda is gediend bij zijn iconisering.

Want evolutionair is hij mislukt

In de discussie onder Nicholls’ artikel slaat die nuchterheid echter door in een ordinaire aanval op de panda zelf. Het beest zou volgens sommige lezers een evolutionaire mislukking zijn. En daar hebben zij een punt: de panda kan niet brullen als een beer (het beest blaft), is te laf om te jagen of zichzelf te verdedigen (klimt in een boom bij gevaar), heeft nauwelijks libido (de vrouwtjes zijn slechts twaalf uur in het jaar vruchtbaar, de mannetjes zijn klein geschapen en hun achterpoten zijn doorgaans te zwak om staand te dekken), eet als geboren vleeseter alleen bamboe (in belachelijke hoeveelheden, waar het de hele dag zoet mee is), is onhandig en doet aan overdreven territoriumafbakening (veertig keer per dag poepen, ondersteboven plassen) wat de toenadering tot vrouwelijke soortgenoten niet bevordert.

Kortom, zelfs als de mens de bamboebossen met rust had gelaten, dan nog had de natuur het helemaal gehad met de panda. Maar cultureel, economisch en politiek is de panda een winnaar. Zijn schattige voorkomen houdt hem in leven.