Vechten voor buurt en familie

In de buitenwijken van Tunis zijn mensen geheel aan zichzelf overgeleverd.

De verwachting is dat het geweld in Tunesië de komende dagen zal afnemen.

Het zegt doorgaans niet veel goeds over een land als aankomende passagiers in de terminal worden vastgehouden onder de bescherming van erg jonge mannen in jeans met kalasjnikovs. Nadat het Tunesische luchtruim zaterdag beetje bij beetje weer openging, moesten vele honderden passagiers de nacht van zaterdag op zondag op de luchthaven van hoofdstad Tunis doorbrengen omwille van een avondklok van vijf uur ‘s avonds tot zeven uur ‘s ochtends. Slapend, rokend en koffiedrinkend, en af en toe met de neus tegen de donkere ramen geduwd om een glimp op te vangen van een Tunesië zonder president Zine al-Abidine Ben Ali.

Maar er is geen gemor te horen onder de passagiers – meestal Tunesische migranten of Tunesiërs die toevallig in het buitenland waren. Imed Ayadi, een IT-ondernemer op terugweg van een bezoek aan Silicon Valley, kan zijn geluk over de ‘Jasmijnrevolutie’ niet op. „Als we nu het vervolg nog goed aanpakken, dan gaat de hele wereld ons benijden”, zegt hij. „En als Egypte de volgende dominosteen wordt, dan is het helemaal geweldig.”

Jawhar Mlika, die in Nederland marketing studeerde, was aanvankelijk minder enthousiast: hij was op de vakantiebeurs in Utrecht om Tunesië te promoten als toeristische bestemming. „Eerst heb ik nog tegen de mensen gezegd dat ze niet alles moeten geloven wat ze op televisie zien.” Maar nadat Nederland een negatief reisadvies gaf voor Tunesië werd dat een beetje moeilijk. Mlika vreest nu dat het toeristische seizoen 2011 verloren gaat. „Maar als Tunesië straks, mét democratie, een nog mooiere vakantiebestemming wordt, dan is dit een prijs die we graag betalen.”

Niemand lijkt zich erg druk te maken om de reden waarom de luchthaventerminal op slot zit: de berichten over milities van Ben Ali-getrouwe politieagenten die terreur zaaien in Tunis. „Dat gaat wel over”, zegt IT-ondernemer Ayadi, „die mensen hebben geen enkele steun onder de bevolking.”

De volgende ochtend maakt Tunis een rustige en verlaten indruk. Bij een gesloten bakkerij staan honderden mensen in een keurige rij te wachten op brood; even verderop staat een meute te bonken op de etalage van een andere bakker die dicht is.

Op de belangrijkste wegen zijn er checkpoints van het leger, dat zich tijdens de opstand grotendeels afzijdig heeft gehouden en daardoor de steun van de bevolking geniet.

Bij een checkpoint zegt een soldaat dat de ‘milities’, zoals de Tunesiër de regimegetrouwe politiemannen noemen, vandaag taxi’s kapen. „Ga liever naar huis,” zegt de soldaat. Minuten later wordt het bericht ook op de radio omgeroepen en moeten prompt alle gele taxi’s aan de kant. Wanneer een taxichauffeur achteloos een checkpoint voorbijrijdt, ontgrendelen paniekerige soldaten hun machinegeweren. „En nu ga je naar huis”, zegt een soldaat.

Dat er nog reden is voor oplettendheid blijkt zondagmiddag in de wijk Bardo. Een kwartier eerder heeft hier een schietpartij plaatsgevonden; militieleden openden het vuur maar konden gearresteerd worden door het leger. Ibrahim Selni heeft het allemaal gefilmd met zijn zaktelefoon.

Selni is lid van de burgerwacht van Bardo. „Vanaf het moment dat de avondklok ingaat, barricaderen we de straat met bomen en stenen. Dan trekken we de hele nacht de wacht op met zo’n honderd man. Ik heb het zelf gezien, hoe zo’n auto komt aangereden, in het rond vuurt en dan de huizen leegrooft.”

Zoals in Bardo hebben overal in Tunis buren zich verenigd in burgerwachten nadat het leger de bevolking daartoe had opgeroepen. Jamel Fouzi, een hotel-eigenaar, is lid van de burgerwacht van de wijk Mourouj.

„Het centrum van Tunis is redelijk beschermd door leger en politie, maar in de buitenwijken zijn de mensen geheel aan zichzelf overgeleverd”, zegt hij. „In onze wijk laten we alleen legervoertuigen en officiële politievoertuigen door. Elk ander voertuig wordt met stenen bekogeld. Dat is ons wapen nu. En we hebben een systeem van fluiten en telefoneren ingesteld om snel de hulp van andere buurten in te roepen. Zaterdagnacht hebben we zo nog een ambulance weggejaagd nadat we gehoord hadden dat de milities daar wapens mee vervoerden.”

Fouzi geeft toe dat dat wel even wennen was in Tunesië. „Wij hebben zoiets nog nooit meegemaakt in onze geschiedenis.” Maar uiteindelijk ging het vanzelf, zegt hij. „Als je voor het eerst in je leven wordt gevraagd om je leven te wagen om je familie en buurt beschermen, dan doe je dat gewoon.”

Het nieuws van de arrestatie gisteren van Ali Seriati, de veiligheidschef van Ben Ali, doet hopen dat het geweld de komende dagen zal afnemen. Van Seriati werd gezegd dat hij het brein was achter het straatgeweld sinds de vlucht van dictator Ben Ali op vrijdag.

Gisteren werd de avondklok alvast versoepeld. „Ik denk dat het leger en het volk samen de situatie de baas kunnen zijn”, zegt Fouzi. „Dit wordt de week van de waarheid.”

Ook Ibrahim Ayadi in de Bardowijk heeft er vertrouwen in. „Eerst waren we gelukkig”, zegt hij, „vervolgens waren we angstig. Maar angst, dat gaat over.”