Tunesië is signaal voor hele Arabische wereld

Een dictatuur zakt bijna nooit ordelijk in elkaar. Na decennia repressie is het geduld voor een compromis uitgeput. Een machtsoverdracht voltrekt zich dan meestal plotseling en verwarrend. Zo ging het afgelopen weken ook in Tunesië. Wat begon als lokaal protest tegen het corrupte bewind van president Ben Ali, zijn familie en entourage, is dit weekeinde uitgemond in een machtsvacuüm.

Nadat Ben Ali het land vrijdag halsoverkop was ontvlucht – zijn concessies aan de steeds bredere protestbeweging sorteerden geen effect – verviel Tunesië in chaos. De staat van beleg kon niet verhinderen dat burgers de straat op gingen om te plunderen of dat gewone gevangenen in opstand kwamen.

Milities en andere handlangers van het bewind hebben daarbij met provocaties en zelfs schietpartijen olie op het vuur gegooid. Pas zondag leek zich een eerste kentering aan te dienen. De chef van de geheime politie werd gearresteerd, een mensenrechtenactivist keerde uit ballingschap terug en politieke leiders gingen op zoek naar een regering van nationale eenheid.

Er valt daarom geen zinnig woord te zeggen over of en wanneer er sprake zal kunnen zijn van enige politieke rust en basale maatschappelijke stabiliteit. Want het is naïef te denken dat het hele ancien régime zich gewonnen geeft. De belangen zijn te groot.

Duidelijk is wel dat de val van Ben Ali behalve binnenlandse ook internationale repercussies heeft. In buurland Libië oordeelde leider Gadaffi negatief over de „pijnlijke en haastige” gebeurtenissen. Hij bedoelde te zeggen dat hij over zijn eigen positie bezorgd is. In het andere buurland Algerije, waar eerder ook ongeregeldheden uitbraken, stak een werkloze zich in brand. Een soortgelijk incident was drie weken geleden het startsein voor het protest in Tunesië. En in Egypte, Jordanië en Jemen nemen de omvang en de felheid van de demonstraties toe. Zelfs de oppositie in Soedan deed heel voorzichtig van zich spreken.

Maar is de wende in Tunesië voor de Arabische wereld wat de val van de Berlijnse Muur in 1989 voor de communistische was? Is er een democratische lente op komst? Dit soort prognoses liggen voor de hand. Dat de burgers van Tunesië en elders opstaan tegen het hopeloze beleid van corrupte regeringen – en nu eens niet tegen Israël – is een ongekend positieve ontwikkeling. Het toont aan dat de seculiere regimes, die ook in Europa vaak het voordeel van de twijfel kregen, meer te duchten hebben van gewone burgers dan van moslimideologen.

Maar die positieve trend houdt alleen stand als de verschillende machtsfactoren in staat zijn een akkoord te sluiten dat enige tijd beklijft. Is zo’n compromis niet mogelijk, dan liggen alle opties open. Met name voor fundamentalisten die nu op het vinkentouw zitten. Ook daarin biedt Tunesië het voorspel voor de rest van de Arabische wereld.