Toezichthouders weer in conflict over DSB-bestuurder

Mag oud DSB’er Offringa actief blijven in de financiële sector? Ja, zegt de centrale bank. Nee, zegt de AFM.

Minister De Jager (CDA) vindt dat „onwenselijk”.

Opnieuw hebben De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) een verschillend oordeel over de betrouwbaarheid van een voormalige bestuurder van DSB. Uit een vertrouwelijke rapportage blijkt dat de twee belangrijkste toezichthouders van de financiële sector met elkaar in conflict zijn, net als toen een klein jaar geleden een oordeel over Gerrit Zalm moest worden geveld, de huidige bestuursvoorzitter van ABN Amro.

De centrale bank is positief over Age Offringa, een voormalig commissaris van DSB die nog steeds in de financiële sector actief is, maar de AFM velt juist een negatief oordeel. Het negatieve oordeel is niet vanwege zaken die bij DSB zijn gebeurd, maar door een niet nader genoemd „feit” dat nog onder de rechter is.

Jurist Michel Scheltema, die in opdracht van minister De Jager van Financiën (CDA) de betrouwbaarheidstoetsen beoordeeld, is zeer kritisch over de toezichthouders. De toezichthouders besloten in 2009 alle direct betrokkenen bij de inmiddels gesneefde DSB Bank opnieuw te beoordelen op deskundigheid en betrouwbaarheid. Dat hadden de toezichthouders al eerder gedaan waardoor zij in zeker zin hun eerdere oordeel moesten toetsen. Op aandringen van de Tweede Kamer werd Scheltema daarom als onafhankelijk deskundige ingeschakeld.

Volgens Scheltema is die herbeoordeling „onvoldoende voortvarend” afgehandeld en „dus in zoverre onvoldoende zorgvuldig” uitgevoerd. De onafhankelijk deskundige spreekt van onvoldoende afstemming tussen de toezichthouders „ondanks pogingen om tot gelijkluidende inzichten te komen”. Het oordeel over Offringa heeft meer dan een jaar vertraging opgelopen.

Vorig jaar was De Nederlandsche Bank positief over Zalm en de AFM negatief. Ook na een onderhoud met de minister hielden de toezichthouders vast aan hun oordeel.

De Jager spreekt nu in een brief aan de Tweede Kamer zijn teleurstelling uit over het verschil in beleid bij de twee toezichthouders. Die zou volgens hem hetzelfde moeten zijn. „Het blijft onwenselijk dat door de toezichthouders op een specifiek punt een verschillend beleid wordt toegepast”, schrijft De Jager. Hij gaat nu de wet aanpassen waarbij de eis wordt dat een bestuurder voortaan van beide toezichthouders een positief oordeel moet hebben.

Volgens Ewout Irrgang, Tweede Kamerlid SP, is het een goede stap van De Jager. „Formeel mag Zalm blijven zitten. Maar het betekent wel dat hij dankzij afgezwakte wetgeving met de hakken over de sloot zijn examen heeft gehaald. In het toekomstige regime zou Zalm de test niet hebben gehaald en niet actief hebben kunnen zijn in de functie die hij nu bekleedt.”

Bruno Braakhuis van GroenLinks vraagt zich af of De Jager de wetswijziging ook met terugwerkende kracht invoert. „Wat betekent dit voor de reputatie van van beide heren? Het is terecht wat De Jager wil, maar ontstaat zo straks alsnog een reden om Zalm te ontslaan?”