Situatie Uruzgan in 2006 ernstiger dan bekend

Diplomatenpost

VS: Talibaan dreigden Uruzgan te veroveren; kritiek op interventie De Gooijer

De veiligheidssituatie in de Afghaanse provincie Uruzgan was, vlak voor de start van de Nederlandse missie in 2006, veel ernstiger dan tot nu toe bekend. Volgens de Amerikaanse ambassade in Kabul was de toestand zelfs „kritiek”.

Dat blijkt uit de geheime diplomatieke telegrammen van Amerikaanse ambassades, die NRC Handelsblad en RTL Nieuws via de Noorse krant Aftenposten in handen hebben gekregen. Naast de ruim 3000 berichten uit Den Haag, is er ook inzage in berichten van andere Amerikaanse diplomatieke posten, zoals die in Kabul. De documenten maken deel uit van de 250.000 ‘cables’, die oorspronkelijk via klokkenluiderswebsite Wikileaks lekten. Aftenposten heeft dezelfde stukken van een tweede, anonieme bron.

‘Task Force Uruzgan’ was actief tot augustus 2010. De missie kostte 25 Nederlandse militairen het leven, vele tientallen militairen raakten gewond. Dat ‘Uruzgan’ een ‘vechtmissie’ zou worden, was de Tweede Kamer bij aanvang  echter niet duidelijk. Het kabinet benadrukte dat de missie weliswaar risicovol was, maar zich niet richtte op het bestrijden van de Talibaan en Al-Qaeda. Ze was gericht op „stabilisatie” en „wederopbouw”  onder de vlag van de NAVO-macht ISAF. Maar uit de diplomatieke berichten van de Amerikaanse ambassade in Kabul blijkt dat Uruzgan in het voorjaar van 2006 onder de voet dreigde te worden gelopen door de Talibaan.

 In mei meldde de post Kabul aan Washington zelfs dat de veiligheidssituatie „kritiek’’ (‘acute’) was geworden. Talibaanstrijders opereerden niet langer in kleine groepjes, maar in „grotere verbanden”, en opereerden „in de grotere steden’’, aldus de Amerikanen. Terwijl de eerste Nederlandse kwartiermakers arriveerden, controleerden de Talibaan de belangrijke Chora-vallei in centraal Uruzgan. Van daaruit, schreef de VS-ambassade in Kabul, breidden ze hun operaties uit „naar het zuiden in de richting van [de provinciehoofdstad] Tarin Kowt”.

De informatie werpt een nieuw licht op de moeizame politieke besluitvorming rond de grootste militaire operatie sinds de ‘politionele acties’ in Indonesië. Omdat regeringspartij D66 weigerde in te stemmen, kon de missie alleen doorgaan door de steun van oppositiepartij PvdA. Uit berichten van de Amerikaanse ambassade in Den Haag blijkt dat ook VVD-minister Kamp terugschrok voor de  risico’s van de missie in Uruzgan. In november 2005 meldde een hoge Nederlandse ambtenaar aan de VS dat Kamp „grote persoonlijke bezwaren” had tegen de missie na het lezen van een veiligheidsanalyse van de militaire inlichtingendienst.

Voorafgaand aan de missie voerden de Amerikanen, geholpen door Australiërs, vanaf mei 2006 een grootschalig offensief uit tegen de Talibaan. Ook Nederlandse commando’s waren actief betrokken bij de gevechten, blijkt uit de berichten. In juni 2006 vertelde een hoge Defensie-ambtenaar aan de Amerikaanse ambassadeur Arnall dat Nederlandse special forces  op 1 juni betrokken waren bij „pogingen de plaats Chora te heroveren’’. Bij de vuurgevechten zouden ook Nederlandse gevechtshelikopters en F-16’s betrokken zijn geweest, aldus de ambtenaar. Het ministerie van Defensie gaf geen volledige openheid over die gevechten. Volgens het departement waren „verkenners” betrokken geweest bij verschillende „schermutselingen.” Pas op 21 juli 2006 , toen ISAF-troepen even ten noorden van Tarin Kowt een grote gevechtsactie tegen de Talibaan hadden uitgevoerd, gaf Defensie inzicht in de omvang van het geweld. Defensie wil niet ingaan op de inhoud van „vertrouwelijke gesprekken”, maar zegt dat het altijd „open en transparante informatie heeft gegeven over de veiligheidssituatie” in Uruzgan.

Wederopbouwmissie was van meet af aan vechtmissie: Drie