Regime Ben Ali is nog niet helemaal weg

In Tunis hebben bewoners burgerwachten opgericht om zich te verdedigen tegen aanhangers van de afgezette president Ben Ali.

Ibrahim Selni heeft het gisteren allemaal gefilmd met zijn mobiele telefoon: hoe vanuit een personenwagen plots het vuur werd geopend, en hoe het Tunesische leger de inzittenden vervolgens heeft gearresteerd. Gelukkig zijn er bij dat incident geen doden of gewonden gevallen.

Selni is lid van de burgerwacht van de wijk Bardo in het zuidwesten van de Tunesische hoofdstad. „Het zijn de mannen van de voormalige presidentiële politie”, weet hij over de mannen in de auto. „We noemen hen nu de milities.”

Zoals in Bardo hebben overal in Tunis buren zich verenigd in burgerwachten. Het leger had de bevolking daartoe opgeroepen na berichten dat politiemannen die trouw waren gebleven aan de vrijdag gevluchte president Zine al-Abidine Ben Ali her en der terreur zaaiden onder de bevolking. Op de radio worden voortdurend telefoonnummers omgeroepen waar mensen terecht kunnen wanneer ze in hun buurt iets verdachts zien.

„Ik heb sinds vrijdag amper een oog dichtgedaan”, zegt Selni. „Zodra het nachtelijk uitgaansverbod ingaat, barricaderen we de straat met bomen en stenen. Dan trekken we de hele nacht de wacht op met zo’n honderd man. Ik heb het zelf gezien, hoe zo’n auto komt aangereden, inzittenden in het rond schieten en dan een huis leegroven.”

Tunis maakt zondag een rustige en verlaten indruk. Bij een gesloten bakkerij staan honderden mensen in een keurige rij te wachten op brood; een beetje verder staat een veel minder keurige meute luid te bonken op de etalage van een andere gesloten bakker.

Op de voornaamste wegen zijn er controleposten van het leger, dat zich tijdens de opstand grotendeels afzijdig heeft gehouden en daardoor de steun van de bevolking geniet. Bij zo’n checkpoint zegt een soldaat dat de ‘milities’, vandaag taxi’s kapen. Elke dag is er een nieuw gerucht: de ene dag zijn het huurwagens, dan weer ambulances of brandweervoertuigen. Vandaag zijn het de gele taxi’s.

„Ga liever naar huis”, zegt de soldaat. Minuten later wordt het bericht ook op de radio omgeroepen en moeten prompt alle taxi’s aan de kant. Wanneer de taxichauffeur achteloos een checkpoint voorbijrijdt, ontgrendelen paniekerige soldaten hun machinegeweren. „En nu ga je naar huis”, verordonneert een soldaat.

Dat het regime van Ben Ali nog niet helemaal weg is, blijkt ’s avonds nog als er in Tunis nieuwe vuurgevechten uitbreken tussen leger en politie enerzijds en elementen van het regime van Ben Ali anderzijds. Die hebben zich verschanst in de buurt van het ministerie van Binnenlandse Zaken in het centrum van Tunis en nabij het presidentieel paleis in Carthage.

Ook op politiek vlak vrezen sommigen dat de volksopstand die vorige week de gehate president Ben Ali en zijn corrupte (schoon)familie verdreef nog niet het einde van zijn regime betekent.

In Regueb nabij Sidi Bouzid, de stad waar het protest vorige maand begon, gingen volgens het persbureau AFP zo’n 1.500 mensen de straat op om te protesteren tegen de onderhandelingen over een nieuwe regering. Die worden alleen gevoerd met de erkende oppositiepartijen, die onder Ben Ali alleen in naam oppositie waren. Ook zouden verscheidene ministers van het oude regime gewoon op hun post blijven. De betogers scandeerden dat ze niet in opstand waren gekomen voor een regering met „een oppositie van bordkarton”. De betoging werd door het leger uiteengedreven.

Voor de meeste Tunesiërs heeft veiligheid nu prioriteit. „Het centrum van Tunis is redelijk beschermd door leger en politie, maar in de buitenwijken zijn de mensen geheel aan zichzelf overgeleverd”, zegt Jamel Fouzi. Hij is hoteleigenaar en lid van de burgerwacht in de wijk Mourouj in het zuiden van de hoofdstad.

„In onze wijk laten we alleen legervoertuigen en officiële politievoertuigen door”, zegt hij. „Elk ander voertuig wordt met stenen bekogeld.

„Dat is ons wapen nu: stenen. We hebben verder een systeem van fluiten en telefoneren ingesteld om snel de hulp van andere buurten te kunnen inroepen. Zaterdagnacht hebben we zo nog een ambulance weggejaagd nadat we gehoord hadden dat de milities daar wapens mee vervoerden.”

Jamel Fouzi geeft toe dat dat wel even wennen is in Tunesië. „Wij hebben zoiets nog nooit meegemaakt in onze geschiedenis.” Maar uiteindelijk gaat het vanzelf, zegt hij. „Als je voor het eerst in je leven wordt gevraagd om je leven te wagen om je familie en buurt beschermen, dan doe je dat gewoon.”

Het nieuws van de arrestatie zondag van Ali Seriati, de veiligheidschef van Ben Ali, doet hopen dat het geweld de komende dagen zal bedaren. Van Seriati werd gezegd dat hij het brein was achter het straatgeweld sinds de vlucht van president Ben Ali vrijdag. De avondklok wordt alvast een beetje versoepeld.

„Ik denk dat het leger en het volk samen de situatie de baas kunnen”, zegt Fouzi. „Dit wordt de week van de waarheid.” Ook Ibrahim Ayadi in Bardo heeft er vertrouwen in. „Eerst waren we gelukkig”, zegt hij over de val van Ben Ali, „vervolgens waren we angstig. Maar angst, dat gaat over.”