Ooievaarsdieptepunt

Ooievaars lieten in 1970 verstek gaan

Door dr. A. Scheygrond

– Elk jaar zien de Nederlandse vogelvrienden met enige spanning uit naar het jaarlijkse rapport dat H.L. Schuilenburg voor het rijksinstituut voor natuurbeheer [over] de stand van de ooievaar in Nederland. En eigenlijk worden zij in de laatste decennia elk jaar teleurgesteld. Maar nog nooit zo erg als in het verslag over 1970. De ooievaars verschenen, ondanks het koude voorjaar, op de normale tijd. De eerste eenling arriveerde op 8 maart op het nest in Grafhorst/IJsselmuiden, het eerste paar op 13 en 14 april in Drongelen. Er werden in 1970 nog 14 nesten bewoond (in 1969 19), maar op slechts 7 daarvan kwam het paar tot broeden (in 1969 nog 10). Van de 32 in 1970 gelegde eieren (in 1969: 36) gingen er 9 verloren, zodat er maar 23 jongen werden geboren (in 1969: 35). [Slechts 17 vlogenuit: een nog nimmer bereikt dieptepunt.] [...]