Nederlands graanbedrijf verdacht van slavernij in Argentinië

Het Rotterdamse graanhandelsbedrijf Nidera maakt zich volgens justitie in Argentinië schuldig aan ‘slavernij-achtige’ praktijken. Dat meldt de Volkskrant vandaag op basis van een officiële mededeling van de minister van Arbeid in de provincie Buenos Aires, afgelopen donderdag.

Het Argentijnse Openbaar Ministerie verdenkt Nidera, een van de grootste agro-industriële concerns ter wereld, van mensenhandel en verduistering.

Nidera bevestigt de beschuldiging maar ontkent de aantijgingen van mensenhandel en slavernij, en zegt dat het zich aan alle geldende regels in Argentinië houdt. Op zijn website publiceert het bedrijf ook een bericht van de Argentijnse branchevereniging dat de ontkenning ondersteunt. Het bedrijf weigert in de Volkskrant commentaar te leveren op de arrestatie van zeven leidinggevenden.

Bij een inval eind vorig jaar van de politie op een maïszadenplantage trof de politie 133 seizoensarbeiders aan in omstandigheden die grensden aan “misdaden tegen de menselijkheid”, zo citeert de Volkskrant vandaag de minister van Arbeid, Oscar Cuartango.

Nidera kreeg volgens de Volkskrant al een boete van omgerekend 125 duizend euro. De AFIP, de belastingdienst, verdenkt Nidera van belastingontduiking van 49 miljoen euro in de periode 2005-2009. Nidera zegt in de Volkskrant geen formeel bericht te hebben ontvangen van de Argentijnse fiscus over de veronderstelde belastingontduiking.

Het bedrijf heeft 1.400 fulltimers in dienst in Argentinië en maakt gebruik van een netwerk van 300 maïsproducenten. De beschuldigingen houden verband met de “gebruikelijke praktijk” van het inhuren van tijdelijke krachten voor het hakselen van maïs, aldus Nidera.