Laat EU diplomatieke taken doen

Het ziet ernaar uit dat de ambassades uitgedund worden. Jan Kamminga wil dat de diplomatieke posten zich meer richten op economische functies.

Minister Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken heeft de knuppel in het hoenderhok gegooid met de aankondiging dat de traditionele rol van de ambassades op de schop gaat. Ambassades hebben niet langer een zuiver politieke rol, de economische diplomatie moet in volle vaart vooruit. Goede bedoelingen volstaan niet meer, het gaat voortaan om het resultaat.

Nu de ambassadeurs zich voor hun jaarlijkse collectieve update in Nederland melden, wil ook ik het diplomatieke dekbed graag opschudden. De wijze waarop de economische diplomatie wordt vormgegeven, is van groot belang voor de Nederlandse industrie, die immers bij uitstek internationaal opereert. Wij zijn nichespelers en pioniers op vele markten. Daarmee lopen we vaak flink vooruit op andere landen.

Wat de industriële bedrijven willen, is duidelijk: we willen onze marktkansen kennen en creëren, we willen ondersteuning van de economische posten om die kansen te kunnen verzilveren en, daar waar barrières opdoemen, hulp van de ambassades om die barrières te slechten. De industrie heeft dan ook behoefte aan een breed verspreid en goed toegankelijk postennet. In dat kader vind ik dat de industrie – gezien haar rol als belanghebbende exporteur – nadrukkelijk moet worden betrokken bij de discussie over de inrichting en het functioneren van het economische postennetwerk.

Duidelijk is dat de huidige heroriëntatie ten aanzien van het postennetwerk zal leiden tot afslanking ervan. Tegelijkertijd wordt bekeken hoe deze posten beter kunnen gaan functioneren. Waarbij ik wil opmerken dat de contacten tussen bedrijfsleven en een aantal van deze posten nu al uitstekend zijn. De afslanking moet wat mij betreft in eerste instantie worden beperkt tot het schrappen van niet-economische functies.

Voor die niet-economische functies zou naar mogelijkheden tot samenwerking in EU-verband moeten worden gezocht. De Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) leent zich daar mijns inziens uitstekend voor. Ik denk daarbij aan de rapportage over de politieke situatie in Thailand. De EDEO kan die prima in één keer voor alle EU-lidstaten verzorgen.

Ik hecht eraan op te merken dat de flexibiliteit en dynamiek van het Nederlands postennetwerk moet worden behouden. Er moet voldoende ruimte blijven om nieuwe posten te openen, ook in nieuwe landen. Het criterium daarbij is welke marktkansen er in het betreffende land of gebied zijn. Dat betekent dat wordt gekozen voor een vraaggestuurde aanpak. Zo’n aanpak vraagt om een continue betrokkenheid en actieve opstelling van het bedrijfsleven.

Namens de technologische industrie heb ik minister Rosenthal laten weten waar wij in welk land behoefte aan hebben. De beurt is nu aan de ambassades. Wij verwachten dat elke afzonderlijke economische post inzichtelijk gaat maken hoe die het Nederlandse bedrijfsleven in dat betreffende land of gebied gaat ondersteunen. En elke post legt – zoals elk bedrijf en elke organisatie – jaarlijks rekening en verantwoording af. Maak je resultaten openbaar, laat zien welke bijdrage je (met het ondersteunen van het bedrijfsleven) hebt geleverd aan de concurrentiepositie van de BV Nederland. Laat zien dat je het geld van de belastingbetalers waard bent.

Jan Kamminga is voorzitter van de ondernemersorganisatie FME-CWM.