Kunst van hersens of badschuim

Roger Hiorns gebruikt badschuim, kopersulfaat en vliegtuigmotoren.

Zijn sculpturen en installaties komen op een toevallige manier tot stand.

‘Hé grappig, je hebt ze allemaal precies op hun kop gehangen.” Met een grote grijns kijkt kunstenaar Roger Hiorns naar zeven beige schilderijtjes aan de wand van de Annet Gelink Gallery in Amsterdam. „Maar het is volkomen acceptabel hoor”, haast hij zich te zeggen tegen de geschrokken galerieassistent. „Ik had van tevoren al bedacht: hoe ze ook aan de muur terechtkomen, dat is de manier waarop ik ze laat hangen.”

De Britse kunstenaar Roger Hiorns (Birmingham, 1975) heeft niet veel op met esthetiek. Hij maakt sculpturen en installaties die op een haast toevallige manier tot stand komen, of beter: die zichzelf creëren. Zijn keramische objecten in de galerie lijken op totempalen van gestapelde bloempotten, die slierten badschuim uitstoten. De bubbels maken hun eigen vormen, ze groeien aan tot enorme uitstulpingen, worden topzwaar en tuimelen op de grond. Waarna het proces weer van voren af aan begint.

„Bij geen van mijn werken kan ik me een voorstelling maken van het eindresultaat”, vertelt Hiorns. „De uitkomst is altijd totaal onvoorspelbaar en volkomen uniek. In principe heeft het kunstwerk mij niet nodig, het mag zich gedragen zoals het zelf wil. Als kunstenaar zet ik een stap terug. Die kloof tussen mijzelf en het kunstwerk kan mij niet groot genoeg zijn. Want alleen zo kan ik op een objectieve manier naar mijn eigen werk kijken.”

Voor zijn bekendste werk Seizure pompte hij in 2008 een leegstaande flat in een Londense achterstandsbuurt vol met tachtigduizend liter kopersulfaatoplossing en liet vervolgens de natuur drie weken lang haar werk doen – met een verbluffend resultaat. Door een chemische reactie was het interieur van de flat bedekt met fonkelende blauwe kristalformaties. Hiorns: „Toen ik er als eerste bezoeker binnenstapte met een zaklantaarn, was het alsof ik in een sprookjesgrot terecht was gekomen. Een grot die ik zelf had gemaakt, middenin Londen.”

Seizure werd een publiekshit en leverde Hiorns in 2009 een nominatie op voor de Turner Prize. Maar ook bij dit fabelachtige kunstwerk was esthetiek niet Hiorns’ voornaamste doel. „Mensen zeggen vaak, en zeker bij Seizure, dat mijn werk ze een mooie ervaring heeft gegeven. Mijn antwoord is dan dat schoonheid slechts een bijproduct is van het proces. ”

Het werk dat nu centraal staat op Hiorns tentoonstelling bij Annet Gelink, Untitled (2008), roept vooral associaties op met de dood. Uitgespreid op de vloer ligt een fraai maar asgrauw landschap: een woestijn van hoopjes grijs poeder. De kunstenaar haast zich te vertellen dat de installatie hem niet meer dan veertig minuten kostte. Als een hedendaagse Jackson Pollock heeft hij de vaten met poeder door de ruimte gesmeten. Het idee achter dit kunstwerk, zegt Hiorns, is nu juist dat het vormeloos is. Het is een beeld dat je kunt uitstrooien over de grond, of verpakken in vaten en de wereld rondsturen.

De betekenis van het werk zit hem vooral in het materiaalgebruik. ‘Atomised passenger aircraft engine’, meldt de prijslijst bij Untitled (2008). De stofdeeltjes vormden ooit de straalmotor van een passagiersvliegtuig. Via een atomiseerproces werden de motoronderdelen verpulverd tot de kleinst mogelijke deeltjes. Het woestijnlandschap blijkt dus niets minder dan een vliegtuigkerkhof te zijn. „Gek genoeg”, zegt Hiorns, „heeft deze galerieruimte ongeveer de maten van de oorspronkelijke motor. Alsof je de stop uit de vorm getrokken hebt en alle moleculen eruit gestroomd zijn.”

„Wat mij fascineert is het materiaal waarmee je vliegt. Zo’n vliegtuigmotor functioneert constant op de toppen van zijn kunnen, is altijd in overdrive. Hij balanceert op de grens van wat mogelijk is: de grens tussen functioneren en ineenstorten. Je moet erin geloven, erop vertrouwen dat zo’n ding zal werken.

„Voor mij staan vliegtuigmotoren symbool voor waar wij als mens toe in staat zijn. Het zijn vergaarvaten van kennis, er zit decennia aan onderzoek in verborgen. Met dit werk wil ik iets zeggen over de tijd waarin we nu leven. Het gaat over technologie, over transport, over olie. In zekere zin kun je die motoren zien als iconen van het kapitalisme. Ik denk dat we nu zijn aanbeland aan het einde van de glorieuze periode die begon in de jaren zestig, toen auto’s nog opzichtig waren en benzine slurpten. Nu worden auto’s juist kleiner en zuiniger. Uiteindelijk zullen ook vliegtuigmotoren als deze in onbruik raken.”

Is een vliegtuigmotor al een bizar materiaal voor een kunstenaar, nog veel vreemder is de verfsoort waarmee Hiorns’ zeven beige schilderijtjes zijn gemaakt. ‘Gesso board, brain matter, 40 × 40 cm.’, luidt het bijschrift. „Hersensubstantie van een kalf”, licht de kunstenaar toe. „Ik geef toe, het zijn best heftige werken. Maar deze materialen bestaan nu eenmaal in deze wereld. Nog niet zo heel lang geleden voerden we koeien hun eigen hersenen, met alle gevolgen van dien. Ik maak deel uit van een generatie Britten die zich heel bewust moest zijn van wat ze at. De angst om je geestelijke gezondheid te verliezen was reëel. Je zag ze dagelijks op tv, die gekke koeien, alsof je naar een horrorfilm zat te kijken.

„Het mooie is dat de kalveren die ik heb gebruikt mij ook daadwerkelijk hebben gezien. Ik kende de boer en hij vond mij niet helemaal gestoord, dus mocht ik met zijn koeien praten. Dat betekent dat ik ergens in hun hersenen ben opgeslagen. Op moleculair niveau passen herinneringen de fysieke structuur van hersenen aan. Dus je zou kunnen zeggen: ik zit daarin, in die schilderijen.”

Een geëngageerd kunstenaar wil Roger Hiorns zichzelf niet noemen. „Ik maak geen politieke kunst met een hoofdletter P. Mijn werk moet over meer gaan dan alleen een actuele aanleiding. Want als het goed is, bestaan mijn kunstwerken nog voort wanneer ik er zelf niet meer ben. Dat vind ik ook het mooie aan kunst: dat er musea zijn die op jouw werk blijven passen als jij allang dood bent. Dat heeft iets sciencefiction-achtigs.”