Intriges aan de rivier

Bernlefs nieuwste roman bevat een hoop dramatische elementen.

De echte spanning zit niet in de plot, maar in de landschapbeschrijvingen.

De nieuwe Bernlef is een detective met melancholieke ondertoon, een verhaal vol speurtochten in winterse sferen, die voeren naar desolate Zweedse en Schotse landschappen. De een zijn dood leest als thriller en een reisboek in één.

Zoals altijd schrijft Bernlef in prettig sobere, nauwkeurig geformuleerde zinnen, waar een subtiele verbeeldingskracht achter schuilgaat die nooit opdringerig wordt. Daarbij zit de plot van deze roman vol dramatische gegevens: incest, wraak, een listige gedaanteverwisseling, oplichting, schizofrenie en moord – intriges die aan het eind van het verhaal allemaal tot een keurige ontknoping komen.

De een zijn dood draait om een erfenis. Een eenzaam overleden boekdrukker in Deventer laat een kapitaal van enkele tonnen na, zonder testament. Privédetective Wim Terlinde gaat op zoek naar eventuele wettige nabestaanden aan wie hij de erfenis kan aanbieden – in ruil voor een percentage van 12 procent. Dat brengt hem op het spoor van de mysterieuze, getergde kunstenares Francien Vos, een nichtje van de overledene die op het Schotse eiland Skye blijkt te wonen, maar net in een psychose is beland die te maken lijkt te hebben met haar overleden oom.

Aangezien de enige erfgename die hij kon vinden wilsonbekwaam blijkt, verzint Terlinde een list om zelf het kapitaal in handen te krijgen. Hij vraagt een andere jonge vrouw die hij is tegengekomen om de identiteit van Francien Vos aan te nemen. De erfenis kunnen zij dan onderling verdelen. Als deze plaatsvervangster besluit om Francien op Skye op te zoeken neemt het verhaal een dramatische wending.

Een spannend gegeven. De echt spannende elementen van de roman zitten alleen niet in de plot, maar in Bernlefs landschapbeschrijvingen. Hier krijgt de roman kleur en krijgen gebeurtenissen lading.

Neem een simpele passage als deze: ‘Buiten hulde de IJssel zich in een grijze nevel. In de verte bewogen heel vaag de lichte ruggen van koeien op die stukken van de uiterwaarden die niet ondergelopen waren. Ik vroeg Henk of hij bij notaris Wouters langs wilde gaan voor de bankafschriften.’

Als Bernlef deze combinatie van sfeertekening en handeling de hele roman consequent zou hebben volgehouden, zou De een zijn dood aan diepgang hebben gewonnen. Want bij Bernlef is het landschap nooit zomaar omgeving, het maakt een wezenlijk onderdeel uit van de psychologie van zijn karakters.

Zo laat hij zijn personage Sofie, de geïsoleerde jonge vrouw die de plaats van Francien Vos inneemt, vanuit haar dijkhuis in het Overijsselse gehucht Okkenbroek uitkijken over het rivierlandschap: ‘Je kunt je voorstellen – als je niet naar de overkant, in de richting van de stad kijkt – dat dit landschap er altijd zo heeft gelegen. De voorbij glijdende beurtvaartschepen hebben stuk voor stuk een auto aan dek. Ik houd van dit kalme land, van de rijen achter elkaar staande bomen die iedere dag groener lijken te worden. Maar ikzelf, verkommer ik hier niet?’

Eenmaal afgereisd naar de ruige Schotse Hooglanden komt Sofie weer helemaal tot leven. De laaghangende wolken die tegen de bergen op lijken te botsen en af en toe openbreken om een stralenbundel zonlicht op de baai te laten weerkaatsen, weerspiegelen het openbreken van haar gemoed. De verdrongen trauma’s uit haar jeugd blijken dezelfde te zijn als die van Francien, die inmiddels van haar psychose is hersteld. Ook Franciens gevoelswereld schetst Bernlef aan de hand van het landschap. Ze zit urenlang aan de pier van de baai met haar schetsboek. Ze probeert de beweging van de golven vast te leggen.

De daaropvolgende heftige plotwendingen in het verhaal doen de roman helaas meer kwaad dan goed. Na afloop heb je als lezer het gevoel dat Bernlef zich er deze keer wat makkelijk van af heeft gemaakt, alsof hij het belangrijker vond om zijn plot van a naar b te brengen dan zijn karakters sterk neer te zetten. Terwijl juist in de reis die zijn personages afleggen veel meer mogelijkheden hadden gelegen om reliëf aan De een zijn dood te geven.

Het lijkt er haast op dat Bernlef, die ogenschijnlijk zo onverstoorbaar door bouwt aan zijn enorme literaire oeuvre waar hij in 1994 al de P.C. Hooftprijs voor ontving, hier niet op eigen kracht durft te vertrouwen. Zijn romans hebben geen spannende ontknopingen nodig om boeiend te zijn.

De reis die zijn personages doormaken, staat feitelijk op zichzelf. Eigenlijk verwoordt hij het zelf nog het treffendst in deze laatste roman: ‘De trein verbrak door zijn snelheid de oorzakelijkheid die dingen in hun opeenvolging met elkaar verbond. Van het een kwam nu eens niet het ander en dat gaf mij een prettig ontspannen gevoel.’

Beluister een interview via nrcnext.nl/links

Bernlef: De een zijn dood. Querido, 208 blz. € 17,95 (€ 22,95 geb.)