Heb je koude voeten? Of een vogeltje onder je pet?

In alle bescheidenheid durf ik te zeggen dat ik er rond mijn twaalfde jaar behoorlijk goed in was: het draaien van pijltjes die je wegblies door een smalle pvc-buis. Iedereen die ’t gedaan heeft weet meteen wat ik bedoel, maar volgens mij wordt deze schietsport door de huidige jeugd nauwelijks meer beoefend, dus ik zal er iets meer over vertellen.

Je draaide die pijltjes van stroken papier. Krantenpapier voldeed niet, dat was te zacht en smaakte vies. Ideaal waren stroken papier uit glossy tijdschriften. Het staat mij bij dat we de stroken langs een liniaal afscheurden en dat er een ideale papierbreedte bestond. Vervolgens wikkelde je de strook om je wijsvinger, waarna je het papier zo uittrok dat er, als je het goed deed, een scherpe punt ontstond. Die plakte je vast met een lik speeksel. Daarna moest je de pijl zo afscheuren dat de achterzijde slechts een fractie smaller was dan de pvc-pijp. Met een te krap afgescheurde pijl kon je niet hard schieten – je blies de lucht erlangs. Een te brede pijl bleef steken in de buis – het was een gedoe om die er weer uit te slaan.

Er valt nog veel meer te vertellen over deze analoge game (hoe je met tape en lege lucifersdozen een vizier en handvatten maakte op de pvc-buis, hoe je een speld kon fixeren in de punt van de pijl, dat je ook kon schieten met witte besjes en erwten), maar dit is een taalrubriek dus ik zal me inhouden.

De voorliggende vraag – gesteld door een lezer – luidt: hoe noemde je die pvc-buis? De vragensteller hoorde hier namelijk kort geleden een woord voor dat hij niet kende en ik evenmin: tufbuis of tufbuisje. Eind jaren zestig, begin jaren zeventig werd dit woord gebruikt in Baarn en omgeving. Bij ons in Capelle aan de IJssel, waar pijltjesschietende jongens omstreeks die tijd hele veldslagen leverden, gebruikten we het tamelijk prozaïsche blaaspijp. Dat was natuurlijk ook de hoofdfunctie van dit wapen, blazen, maar in de enige zin die ik op internet kon vinden met het woord tufbuis, lees ik: „Met tufbuizen zand scheppen en op auto’s gooien. Totdat we werden gepakt omdat er een paar stenen inzaten die belandden op de auto van de ABN-directeur.”

En inderdaad, wij wierpen ook weleens zand met onze blaaspijpen, maar liever niet, want dat maakte de buis stroef.

De herkomst van het woord tufbuis is niet lastig te achterhalen. Tuf staat weliswaar niet in de Grote Van Dale, maar wordt in diverse dialecten gebruikt voor ‘spuug’. En tuffen, dat overigens wel in Van Dale staat, voor ‘spugen’. Een tufbuis(je) is dus simpelweg een ‘spuugbuis’.

Met de vragensteller zou ik willen weten waar, in welke streken, het woord tufbuis(je) nog meer werd gebruikt en of er nog andere woorden bestaan voor deze blaaspijp en voor het ‘pijltje schieten’. Ervaring leert namelijk dat juist voor dit soort straatspelletjes vaak allerlei regionale namen bestaan.

Dan nog een heel andere vraag, vooral voor lezers die opgroeiden in de tijd dat de meeste mensen nog een pet of hoed droegen. Etiquette schreef op een gegeven moment voor dat je tijdens het eten je pet of hoed afzette, maar als dat niet gebeurde bestond daarvoor een aantal standaardreprimandes. Zoals: „Heb je last van kouwe voeten?” En: „Heb je een vogeltje onder je pet?” Welke reprimandes kent u?

Voor beide vragen reacties svp naar post@ewoudsanders.nl