Fiet wil rennen

Woensdag aanstaande leest minister van onderwijs Marja van Bijsterveldt op een lagere school in Zoetermeer het prentenboek Fiet wil rennen van Bibi Dumon Tak en Noëlle Smit voor (Querido/ CPNB, € 5,- incl. dvd, met voordracht van Frank Groothof). Daarmee zijn dan de Nationale Voorleesdagen 2011 geopend, een CPNB-festijn dat aandacht vraagt voor het belang van voorlezen aan peuters en kleuters.

Van Bijsterveldt begint om negen uur ’s ochtends; als ze er een beetje tempo in houdt is ze na een minuut of vijf klaar. Maar ook al leest ze kort, de vraag is natuurlijk wel: valt deze voorleestijd binnen of buiten de 1040-lesurennorm?

De minister is trouwens niet de enige die voorleest: net als elk jaar zitten er weer talrijke Kamerleden en (andere) bekende Nederlanders klaar – sommigen al om half 9 – om het ‘prentenboek van het jaar’ voor te dragen. Natuurlijk doet Prinses Laurentien mee, Neêrlands ultieme leesmoeder, maar ook Job Cohen, Youri en Jan Mulder, Noraly Beijer, Mark Huizinga en Stef Blok gaan voor de klas zitten. Het levert altijd leuke beelden op in het Journaal. De bekende Nederlander op een laag krukje – waarom zit de juf daar altijd wél zo gemakkelijk op? – die vriendelijk om zich heen kijkt en die zich onmiddellijk ontmaskert als kinderloos wanneer hij of zij bij het voorlezen een raar piepstemmetje opzet.

In elk geval zullen ze een mooi boek voorlezen. Fiet wil rennen is het verhaal van een struisvogel die wil rennen maar bij die ambitie belemmerd wordt door een forse tegenwind. De opbouw van het verhaal is klassiek: onderweg komt Fiet talrijke beesten tegen die al evenzoveel tips voor hem hebben. Ga kruipen, suggereert de slak; kom lekker drijven, oppert de eend; kronkelen onder de grond kan ook, je hebt daar geen last van de wind, aldus de worm. Blijf staan waar je staat, meent de boom. Maar Fiet wil rennen, dus al deze adviezen slaat hij – excusez le mot – in de wind. Zijn smeekbedes lopen op niets uit: de wind is doof en smijt zich nog eens flink tegen Fiet aan. Uiteindelijk is het geduld dan ook op: ‘Goed dan, als jij niet weggaat, dan ga ik wel weg’, voegt Fiet de wind toe. Hij draait zich om, heeft de wind dan in de rug en rent harder en vrolijker dan ooit.

De voorleesversie door Frank Groothof is behalve op dvd ook via iTunes te krijgen, en het zal de prominenten niet meevallen zijn versie te verbeteren. Maar dat is nog niet het grootste probleem dat ik voor Kamer- en kabinetsleden in het verschiet zie. Wie bij de regering hoort en zich in zijn werk ‘gedoogd’ weet zal al snel geneigd zijn zich af te vragen: waarom steekt het beest niet gewoon zijn kop in het zand en wacht af tot de storm overwaait? Dat heeft ons bepaald geen – opnieuw excusez – windeieren gelegd.

En wat moet je als oppositielid met het idee dat je maar het best met alle winden mee kan waaien, wat toch de moraal van dit verhaal lijkt te zijn? Fiets dappere interrupties aan het adres van deze hoge macht (‘ik wil rennen! en ‘zo is het wel mooie geweest’) leiden nergens toe. Pas als hij zich omdraait – de situatie gedoogt, als het ware – rent hij dat hij vliegt.

Toef Jaeger