Eerste schaatsgoud is voor de shorttrackers

Bij de EK shorttrack pakten de mannen- en vrouwenploeg de Europese titel aflossing.

Een groot succes voor een sport die in de schaduw van het langebaanschaatsen staat.

Dansende schaatssupporters waren ze wel gewend, in Thialf. Maar dat de Nederlandse shorttrackers de kleine hal van het ijsstadion nog eens in vuur en vlam zouden zetten, hadden maar weinigen voorzien. Binnen een kwartier schreef zowel de mannen- als de vrouwenploeg gistermiddag geschiedenis met de eerste Europese titel, op het meest spectaculaire onderdeel: de aflossing.

De gezamenlijke vreugdedans op de ijsvloer betekende de gedroomde afsluiting van de EK shorttrack op eigen bodem, dat nog drie individuele medailles opleverde voor local hero Sjinkie Knegt, die voor voor het eerst op het podium eindigde in de eindrangschikking (brons).

„Dit is het enige Europese schaatsgoud dat Nederland dit jaar behaald heeft”, zegt shorttrackbondscoach Jeroen Otter met een vette knipoog naar de collega’s van de langebaan. Die kwamen vorige week op het EK allround in Collalbo niet verder dan twee maal zilver en twee keer brons.

De shorttrackers vechten in Nederland al jaren voor hun plaats, en voor erkenning. Ze hebben nog wel eens het gevoel als circusartiesten te worden gezien. Maar ze leven minstens zo professioneel voor hun sport als de langebaanschaatsers, verdienen nog niet de helft, en zouden dolgraag uit hun schaduw stappen. Niets minder dan olympisch goud zal nodig zijn om een vergelijkbare status te verkrijgen, beseffen topschaatsers als Annita van Doorn, Jorien ter Mors, of Niels Kerstholt. „Deze successen zijn heel belangrijk voor het shorttracken”, zegt Kerstholt, de meest ervaren rijder. „Een sport heeft helden nodig. Maar Thialf stond op zijn kop vandaag. Ik kreeg er kippenvel van.”

Dat shorttrack nog altijd een ondergeschoven kindje is – in elk geval bij het grote publiek – bleek afgelopen weekend in Thialfs kleine ijshal, het thuishonk van ijshockeyclub Heerenveen Flyers én de nationale shorttrackselectie. Drie dagen lang schaatste de Europese top zijn rondjes langs matig gevulde tribunes, die zelfs tijdens de finale niet uitverkocht waren. Zodra langebaanschaatsers als Shani Davis, Ireen Wüst en Sven Kramer hun gezicht lieten zien vlogen kinderen naar hen toe, als vliegen naar een lamp. „Ik heb er mee leren leven dat het in Thialf bij de langebaan altijd vol zit en bij ons niet”, zegt Sjinkie Knegt. Om er fijntjes aan toe te voegen: „In het buitenland is het andersom.”

Maar op het succes van de EK kunnen de shorttrackers verder bouwen, weet Arie Koops, directeur sport bij schaatsbond KNSB. „Langzaam worden we beter. Deze sport moet verder groeien door prestaties op het ijs. Prestaties leiden tot media-aandacht, aandacht leidt tot sponsors en grotere budgetten. We zijn vier jaar geleden begonnen het shorttracken op te bouwen. En daar gaan we de komende jaren mee verder, naar de Winterspelen in Sotsji.”

Een sleutelrol is daarbij weggelegd voor bondscoach Jeroen Otter, die twintig jaar geleden met de aflossingsploeg vier wereldtitels behaalde en olympisch goud in Calgary (1988), al was het toen nog een demonstratiesport. Na ‘Vancouver’ nam hij het roer over van de Canadees John Monroe. Otter lijkt zijn schaatsers de juiste prikkels te geven. Hij vindt dat de getalenteerde Nederlanders zichzelf de afgelopen jaren tekort hebben gedaan, mede door mentale weeffouten. Otter eist medailles, eerste plaatsen. Wie zich minder voelt dan de Amerikanen, Chinezen en Zuid-Koreanen zal altijd minder blijven, houdt hij zijn selectie voor. „Deze sport wordt gedomineerd door Noord-Amerikanen en Aziaten, maar in Europa groeien we sneller dan zij. Ik hou mijn rijders voor dat een Koreaan het ook moet doen met twee armen en twee benen.”

Kerstholt, al jaren een vaste kracht in de nationale ploeg, heeft de kwaliteit zien toenemen sinds zijn sport serieus wordt genomen door de bond. Met een vaste thuisbasis voor de selectie in Thialf, waar sinds vier jaar fulltime wordt getraind, is het gat met de Europese top goeddeels gedicht. Shorttrack is geen rakettechnologie, weten ook de schaatsers. Ze moeten hard trainen, en hard schaatsen. „We rijden nu allemaal rondjes van 8,5 seconden. Vier jaar geleden reed ik met moeite een rondje van 8,8 seconden. Dat is het verschil.”

De wereldtop is de volgende stap. Ze zullen vooral veel moeten racen, zegt Kerstholt. „We rijden nu een aantal jaren samen. Na zoveel wedstrijden merk je dat we elkaar beter aanvoelen. Dan is deze gouden medaille een logisch gevolg.”

Otter beaamt dat ervaring de doorslag geeft. „Ik heb ook geen boek waar het allemaal in staat. Shorttracken is een spel. Vergelijk het met snelschaken. Je hebt elke keer tienduizenden mogelijkheden waaruit je kunt kiezen. Maar welke kies je? In deze sport word je alleen beter als je veel ervaring opdoet. Die Fransman die hier alle vier afstanden won, Thibaut Fauconnet, was niet de snelste schaatser hier. Dat was Sjinkie. Maar Fauconnet was wel de beste. Hij maakte telkens de juiste keuzes.”