De tragische veldheer Belisarius als filmster

Robert Graves: Heer Belisarius (Count Belisarius). Vertaald door Jos Houtsma. Papieren Tijger, 480 blz. € 28,- ****

Een wereld waar door boeren, hoeren en soldaten ‘in de taveerne, de kazerne, het bordeel of waar dan ook’ heftig werd gediscussieerd over de precieze grens tussen de goddelijke en de menselijke natuur van Christus – dat moet lang geleden zijn. En inderdaad, uit Robert Graves’ historische roman Heer Belisarius blijkt dat die discussies plaatshadden in het Constantinopel van de zesde eeuw.

Belisarius was een briljant strateeg en succesvol generaal, die zowel tegen de Perzen als de Goten ten strijde trok. Heer Belisarius vertelt nauwgezet de opkomst en de verschillende ondergangen van de titelheld, die bij zijn soldaten en de bevolking een stuk populairder was dan bij zijn keizer Justinianus.

Robert Graves is vooral bekend door de romans Ik, Claudius en Claudius de God (beide uit 1934), waarin hij de Romeinse keizer Claudius zijn autobiografie liet schrijven. Ook in Heer Belisarius, dat oorspronkelijk in 1939 verscheen, maakt Graves gebruik van een verteller die het allemaal met eigen ogen heeft gezien. Hier is echter niet de hoofdpersoon zelf aan het woord maar de eunuch Eugenius, de trouwe kamerdienaar van Belisarius’ vrouw. Met andere woorden: geen ‘Ik, Claudius’, maar ‘Hij, Belisarius’.

Dat verschil, een biografisch in plaats van een autobiografisch perspectief, zorgt ervoor dat Heer Belisarius minder meeslepend is dan de romans over Claudius. Hier en daar leest het boek eerder als een geschiedwerk dan als een roman. Maar daar staat veel tegenover. Omdat Belisarius voortdurend wordt uitgezonden om het rijk te verdedigen dan wel uit te breiden sleurt Graves zijn lezers het hele Byzantijnse Rijk door, van Klein-Azië tot Italië en Afrika. Soms is het alsof je naar een ouderwetse CinemaScope-film zit te kijken vol panoramische beelden van veldslagen en belegeringen. Al die oorlogshandelingen zorgen voor een monotoon effect dat een aangename, licht hypnotiserende werking heeft – maar dat bij andere lezers misschien verveling kan opwekken.

Tussen alle locatiewisselingen door vormt Constantinopel het middelpunt van Belisarius’ avonturen. Graves geeft een mooi beeld van de keizerstad, die wordt verscheurd door facties die elkaar op leven en dood bevechten. Godsdiensttwist en belangenstrijd lopen naadloos in elkaar over. Helden worden schurken, schurken worden helden. Alleen Belisarius blijft de rechtschapenheid zelve: een tragische held die zich niet verzet tegen het boven hem gestelde gezag, hoe corrupt dat gezag dan ook mag zijn. Verteller Eugenius dist het allemaal gedetailleerd op; met een psychologisch inzicht dat hier en daar zijn tijd vooruit lijkt, maar dat door de moderne lezer in dankbaarheid wordt aanvaard.

Rob van Essen