Bloedsmaad?

Vier dagen na de schietpartij in Tucson zette Sarah Palin, boegbeeld van de Tea Party-beweging, een video op Facebook. Ze was geschokt, zei ze, maar ze ging vooral in op verwijten in de media. Door op haar site de kiesdistricten waar haar politieke tegenstanders sterker zijn te markeren met geweervizieren zou zij aanzetten tot politiek geweld. Palin noemde dit blood libel: bloedsmaad.

Bloedsmaad slaat op een oude, valse beschuldiging dat joden bij de bereiding van matses (platte, niet gerezen broden) voor het joodse Paasfeest het bloed zouden gebruiken van christelijke kinderen. Die mythe en het verwijt dat de joden verantwoordelijk zijn voor de dood van Christus zijn steeds terugkerende thema’s in de Europese jodenvervolging.

Volgens de Israëlische historicus Israël Yuval is deze beschuldiging opgekomen in de twaalfde eeuw. Het zou de christelijke interpretatie zijn van joodse reacties op de Eerste Kruistocht. Kruisvaarders vermoordden op hun weg naar Jeruzalem duizenden joden die zich weigerden te bekeren. Sommigen pleegden liever zelfmoord na hun eigen kinderen te hebben gedood dan te worden onderworpen aan gedwongen bekering.

Zouden Palin en haar medestanders deze achtergrond kennen? Gezien de reacties op het internet moest ook menige politiek geïnteresseerde Amerikaan ‘bloedsmaad’ opzoeken. Het is geen gevleugeld woord, noch in het politieke noch in het alledaagse spraakgebruik. Het is kennelijk een vondst van Palins tekstschrijvers.

Palin associeert de rechtse populisten van de Tea Party-beweging dus met vervolgde joden. Conservatieve tv-commentatoren als Glen Beck en Rush Limbaugh suggereren al twee jaar dat in de VS onder Obama blank en behoudend zijn hetzelfde is als zwart zijn onder de rassenscheiding van vóór 1965. En Palin vergelijkt zichzelf en de haren graag met een vervolgde religieuze minderheid.

Ze mag dan Sarah heten, joods is ze niet. Afgevaardigde Gabrielle Giffords is dat wel. Zij werd door een gestoorde schutter in het hoofd geschoten op de sabbat.

Dirk Vlasblom