Ben Ali lijkt uit de hoofden verdwenen

Medestanders van Ben Ali zijn nog wel aan de macht in Tunesië. Maar sinds zijn vlucht durven Tunesiërs hun mening te geven.

In Tunis zijn gisteren en vandaag opnieuw vuurgevechten gemeld tussen aanhangers van de vrijdag afgezette president Zine al-Abidine Ben Ali en leger en politie. Premier Mohammed Ghannouchi, die vandaag een nieuwe regering zou bekendmaken, waarschuwde gisteravond dat de huidige autoriteiten „geen enkel geduld” zullen tonen met mensen die chaos proberen te veroorzaken.

Gisteren zijn tientallen aanhangers van Ben Ali gearresteerd, onder wie diens hoogste veiligheidschef. Deze werd gezien als brein achter de straatterreur van de afgelopen dagen.

Wat opvalt, is dat de Tunesiërs nu hun mening durven geven. Een week geleden kon iedere burger nog in de gevangenis belanden als hij met een buitenlandse journalist praatte. Zoals de ontelbare portretten van Ben Ali in een mum van tijd uit het straatbeeld zijn verdwenen, zo lijkt Ben Ali ook uit de hoofden van de Tunesiërs te zijn verdwenen.

Dat er nog veel chaos en onzekerheid heerst, vinden ambtenaar Mohamed Trabelsi en collega Aymed Chiha normaal. „Deze dictatuur heeft 23 jaar geduurd. Je kan niet verwachten dat dat in 48 uur allemaal opgeruimd is”, zegt Trabelsi vanochtend. Beide mannen zijn lid van de burgerwacht in hun wijk. Overal in Tunis hebben de mensen zich verenigd in wijkcomités om zich te verdedigen tegen elementen van het regime van Ben Ali die her en der terreur zaaien.

Trabelsi weigert zelfs nog de naam van de president uit te spreken, zegt hij. „Onze ex-president heeft zich jarenlang verrijkt met het zweet van onze arbeid en toen het erop aankwam, is hij gevlucht als een lafaard. De Iraakse leider Saddam Hussein heeft zich tenminste nog verzet.”

„Wij vonden het belangrijk om naar het werk te gaan”, zegt Chiha, „ook al zullen we vandaag vooral praten over wat er is gebeurd. Maar het leven moet opnieuw op gang komen.”

Intussen wordt het in de straat met de minuut drukker: winkels en cafés gaan open, bussen rijden voorbij, het gewone leven komt weer op gang.

Tegelijk eisten vandaag ongeveer duizend betogers in Tunis dat de regeringspartij van Ben Ali, de RCD, nu ook de macht opgeeft. Ben Ali is wel weg, naar Saoedi-Arabië, maar onder anderen premier Ghannouchi, een vertrouweling van Ben Ali, en interim-president Fouad Mebazza, tot dusverre parlementsvoorzitter, maken deel uit van het oude systeem.

Verwacht wordt dat verscheidene leden van de RCD, die sinds de onafhankelijkheid in 1956 aan de macht is, deel zullen uitmaken van de komende regering-Ghannouchi.

Algemeen wordt in Tunis ook aangenomen dat leden van de gevestigde oppositiepartijen die zich onder Ben Ali tot op zekere hoogte konden manifesteren, ervan deel zullen uitmaken. Maar radicalere oppositiepartijen, zowel links-seculiere als fundamentalistische, waarschuwen tegen voortzetting van het huidige systeem.

De grondwet van Tunesië vereist dat na het vertrek van een president binnen 60 dagen verkiezingen worden gehouden. Maar sommige oppositieleiders bepleiten uitstel omdat de bevolking zich eerst vertrouwd moet maken met het idee van een meerpartijensysteem voordat geloofwaardige verkiezingen kunnen worden gehouden.

In Algerije en Egypte hebben betogers zich in brand gestoken uit protest tegen hun regimes. In Algerije ging het om vier zelfverbrandingen; in Egypte één.

Veel Arabische activisten hopen dat hun leiders eveneens ten val zullen worden gebracht. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton heeft aangedrongen op hervormingen.

Regime is nog niet helemaal weg:pagina 7