Zonder moeite van langebaan naar shorttrack

Haralds Silovs, deze week actief op het EK shorttrack in Thialf, reed vorige week nog het EK allround in Collalbo. Op de Spelen combineerde hij beide sporten zelfs in één dag.

Met zijn knappe zestiende plaats op het EK allround in Collalbo, vorige week, veroverde Haralds Silovs een tweede startplaats voor Letland op het EK van volgend jaar. Tenminste, als hij tegen die tijd een tweede langebaanschaatser heeft gevonden. Want die heeft het land op dit moment niet. „Misschien hebben we nog een shorttracker”, zegt hij luchtig.

De 24-jarige schaatspionier uit Riga, woonachtig in Wolvega, is gewend in kansen te denken, niet in obstakels. Zelf was hij veertien jaar geleden de tweede shorttracker in Letland – zijn broer Helmuts had de primeur. De rest van het land ijshockeyt. Als pubers stonden ze dagelijks om drie uur ’s nachts op om te trainen in een van de ijshockeyscholen van Riga. „Dat waren de goedkoopste trainingsuren”, zegt hij met een glimlach. Een van de „Zamboni-jongens” was zo vriendelijk de poort te openen.

Dat ook sporters met een ogenschijnlijk kansloze start succes kunnen hebben, blijkt uit de loopbaan van Haralds Silovs, zoon van een kunstschaatsster en een baanwielrenner uit de tijd van de Sovjet-Unie. Nog altijd telt Letland precies drie shorttrackers en één langebaanschaatser, maar de shorttrackbroers verslonden alle informatie die ze konden vinden. „We wisten tot tien jaar geleden niet eens hoe we onze schaatsen moesten gebruiken.” Toch werd hij in 2008 werd hij Europees kampioen shorttrack en een jaar geleden haalde hij in Vancouver de wereldpers toen hij als eerste sporter in de olympische geschiedenis op één dag deelnam aan twee verschillende sporten: ’s middags de 5.000 meter langebaan, ’s avonds de 1.500 meter shorttrack.

Dit weekeinde is hij een van de trekpleisters op het EK shorttrack in Thialf, inmiddels zijn thuisbaan. Nadat hij zich vijf jaar geleden had aangesloten bij de trainingsgroep van Jeroen Otter, eerst in België en later in Calgary, volgde Silovs zijn trainer toen die bondscoach werd van de Nederlandse shorttrackers. „Onder Jeroen heb ik goede resultaten behaald. Zijn filosofie spreekt me erg aan, de diversiteit van de trainingen. We trainen regelmatig op de langebaan, maar spelen bijvoorbeeld ook ijshockeywedstrijdjes, om de behendigheid te trainen.”

In 2007 besloot Silovs in Calgary ook zijn geluk te beproeven op de langebaan. „Omdat ik het leuk vind. En omdat ik denk dat ik kansen heb”, zegt hij resoluut. Na dit seizoen wil hij kiezen voor één van beide schaatsdisciplines. „Ik zit nu midden in dat proces, ik ben er nog niet uit. Ik denk niet dat ik het nog een keer combineer, zoals in Vancouver. Dat kwam zo uit. Maar het was geweldig, ik heb ervan genoten.”

Silovs neigt naar een carrière als langebaanschaatser. „Daar wil ik serieuzer mee aan de slag. Fysiek ben ik niet minder dan andere langebaanschaatsers. Ik moet alleen leren efficiënter te schaatsen, mijn energie te verdelen tijdens een race. Dat is een kwestie van ervaring.”

Hij merkte dat vorige week nog, op het hooggelegen buitenbaantje van Collalbo. „Op de langebaan vind ik het nog moeilijk de ronden precies op de tienden van een seconde te rijden. Als ik een halve seconde harder wil rijden, versnel ik soms te veel. Dat breekt je op, zeker als je op hoogte rijdt. Dat moet ik echt nog leren door veel op de langebaan te rijden.”

Hetzelfde geldt voor de start, waarop hij nog veel verliest. „Op de 500 meter was mijn opening vorig week in Collalbo met 10,7 seconde ongeveer die van de snelste vrouwen. Maar daarna reed ik een rondje van 26,6, waarmee ik bij de snelsten hoorde. Dat toont wel aan dat ik hard kan schaatsen.”

Voor veel schaatsers is het moeilijk te bevatten dat Silovs binnen één week kan omschakelen van een EK langebaan naar een EK shorttrack, zoals hij de afgelopen dagen deed. Beide disciplines zijn totaal anders, met andere schaatsen, andere bochten, ander ijs en een compleet andere tactiek. „Ik heb baat bij wedstrijden schaatsen. Natuurlijk bestaat er een risico. Maar zodra ik ga denken dat de aanpassing naar het shorttracken moeilijk wordt, is het leed al geleden. Dan ben ik meteen al verliezer. Ik draai het liever om: het kan mij helpen. Ik ben niet bang om te verliezen.”

Haralds Silovs denkt graag in mogelijkheden. Als hij zijn ogen sluit ziet hij zichzelf staan met een olympische medaille om de nek, op het podium in Sotsji, in 2014 het toneel van de Winterspelen. „Of ik kampioen kan worden op de langebaan? Ja, waarom niet? Als ik mezelf niet als winnaar zou zien, zou ik dit niet doen.”

Hij zou niet eens de eerste langebaankampioen zijn uit Letland. Silovs kent de sportgeschiedenis van zijn land. Al in 1939 was een Let Europees kampioen allround, nota bene in Riga: Alfons Berzins. „We hebben zelfs een wereldkampioene allround gehad”, zegt Silovs, en lepelt direct de naam op: Lasma Kauniste. Zij won in 1969 namens de Sovjet-Unie goud in Grenoble, net voor Stien Kaiser (zilver) en Ans Schut (brons).