Woede aan de rand van de Lüneburger Heide

De Duitse boeren voelen zich het slachtoffer van de dioxine-affaire, waar ze niets aan kunnen doen. Het gif kwam via ‘criminelen’ in veevoer terecht en zo in de voedselketen.

Vooral varkens- en kippenboerderijen in het noorden van Duitsland zijn getroffen door het dioxineschandaal. Foto's Reuters Pigs stay in their box at a pig farm in Bockel between Bremen and Hamburg January 14, 2011. Germany on Friday announced an action plan to enforce higher standards in animal feed production after a health alert following the discovery of the highly toxic chemical dioxin in feed. REUTERS/Christian Charisius (GERMANY - Tags: ANIMALS SOCIETY) REUTERS

Schadevergoeding „tot op de laatste cent” eist Werner Hilse, de voorzitter van de boerenbond in de Duitse deelstaat Nedersaksen. Hilse wil smartengeld voor de vervuiling van veevoer met dioxine, een affaire waar de getroffen Duitse boeren niets aan kunnen doen maar waar ze zwaar onder lijden.

Hilse spreekt op een informatiebijeenkomst in hotel Forellenhof in Walsrode, aan de rand van de Lüneburger Heide, veertig kilometer ten noorden van Hannover. Een landbouwgebied met veel gemengde bedrijven, maar ook met grote varkensfokkers en pluimveehouders.

Twee weken geleden werd de streek opgeschrikt door het nieuws dat met dioxine vervuild vet op grote schaal in veevoer was terechtgekomen en vervolgens bij de boeren was beland. Bijna 5.000 boerenbedrijven in heel Duitsland, de meeste in Nedersaksen, werden een week stilgelegd. Veel boerderijen zijn intussen weer vrijgegeven, maar de schade in geld en aan reputatie is immens. Het dioxineschandaal begon bij de kippen en heeft inmiddels ook de varkenssector bereikt. Gisteren heeft de Duitse minister van Landbouw, Ilse Aigner, haar langverwachte plan van aanpak bekendgemaakt. Aigner staat onder zware politieke druk. Ze zou te laconiek op de crisis hebben gereageerd.

Op de bijeenkomst in Walsrode zijn onder anderen de boeren Welf-Heinrich Klaer uit Schneverdingen en Wolfgang Ritz uit Kirchlinteln aanwezig. Beiden zijn streekbewoners. Klaer heeft honderd hectare akkerland en ook nog een kleine varkenshouderij met gemiddeld 65 dieren. Per jaar verkoopt hij ongeveer 1.400 varkens. Vorige week kreeg hij bezoek van enkele landbouwambtenaren die hem meedeelden dat hij met dioxine verontreinigd veevoer had ontvangen. En dat hij z’n bedrijf voorlopig moest stilleggen.

„Ik heb al m’n diploma’s, ben gekwalificeerd landbouwer en lever een ordentelijk product af. Nu dreig ik kapot te worden gemaakt door een stelletje criminelen. Dat maakt me woedend, ja”, zegt Welf Klaer met Noord-Duitse tongval. Varkensfokker Wolfgang Ritz heeft er naar eigen zeggen altijd naar gestreefd om „een goed en gezond product” af te leveren. „We zijn aangewezen op ‘schone’ leveranciers van veevoer. De boeren zijn onschuldig, maar we draaien wel op voor dit schandaal”, zegt hij verbitterd.

Net als Klaer heeft ook Ritz krachtvoer gekocht waarin vet was verwerkt van vetproducent Harles & Jentzsch in Sleeswijk-Holstein. Dit bedrijf, zo is inmiddels vast komen te staan, heeft met dioxine vervuild ‘technisch’ vet vermengd met plantaardig vet, bestemd voor veevoer. ‘Technisch’ of ‘mechanisch’ vet is aanzienlijk goedkoper dan consumptievet. Het gifmengsel is vervolgens naar veevoerproducenten gegaan. Uiteindelijk is naar schatting 150.000 ton verontreinigd krachtvoer op de markt gekomen. Daarvan zijn de dieren van veehouders als Welf Klaer en Wolfgang Ritz het slachtoffer geworden.

De Duitse justitie en de landbouw- en gezondheidsdiensten zijn onder hoge druk aan het uitzoeken wat precies fout is gegaan bij vetmaker Harles & Jentzsch. Het bedrijf in Uetersen had zijn vet gekocht van de Nederlandse handelaar Olivet, die het weer had betrokken van biodieselfabrikant Petrotec in Emden. Daar zegt men dat het vet nadrukkelijk niet voor menselijke of dierlijke consumptie was bestemd. Onafhankelijke proeven bij Petrotec hebben aangetoond, aldus een woordvoerder van de biodieselmaker, dat de dioxinewaarden in de ‘mengvetten’ van het bedrijf „ver onder de wettelijk voorgeschreven grenswaarden” voor dergelijke producten liggen.

Hoe en waar precies de dioxine in het vet is gekomen, is nog onduidelijk. Volgens minister Aigner zal ook de rol van de Nederlandse tussenhandelaar Olivet in Poortugaal onder de loep worden genomen „en wel door de betrokken Nederlandse en Europese autoriteiten”.

In hotel Forellenhof lopen de emoties intussen hoog op. Boerenbondvoorzitter Werner Hilse vreest „enorme reputatieschade, naast de strop die we lijden door lagere prijzen voor onze producten”. Hij wijst erop dat de prijs voor fokvarkens na het bekend worden van de affaire scherp is gedaald. Hetzelfde geldt voor het pluimvee en de eieren. „De consument is terughoudend. Dat kan ik heel goed begrijpen. Geen enkele klant wil iets kopen wat niet in orde is”, zegt de gedupeerde boer Welf Klaer.

De Duitse voedingsbranche meldt dalingen van de omzet van meer dan 20 procent door het dioxineschandaal. De schade voor de boeren wordt op dit moment geschat op minstens 50 miljoen euro; die voor de hele bedrijfstak „kan oplopen tot ruim meer dan 100 miljoen euro”, aldus een woordvoerder van het ministerie van Landbouw en Consumentenzaken.

De dioxine-affaire veroorzaakt kringen tot ver buiten Nedersaksen, ja zelfs tot ver buiten Duitsland. De voedsel- en gezondheidsbewuste Duitsers zijn opeens uiterst selectief geworden met het kopen van vlees en eieren. En verschillende landen, waaronder China, hebben de import van eieren en varkensvlees uit Duitsland voorlopig stilgelegd. Volgens de overkoepelende organisatie van Duitse boeren exporteert de Bondsrepubliek wereldwijd per jaar 2,2 miljoen ton varkensvlees met een totale waarde van 4,8 miljard euro. Circa 12.000 ton ervan gaat naar China, ter waarde van 10 miljoen euro.

Door het vervuilde veevoer is de discussie over extensieve veehouderij in Duitsland ook weer opgelaaid. De grote pluimveehouders en varkensfokkers liggen net als bij eerdere dioxine-affaires onder vuur. Thomas Janning van het centrale pluimveeverband wijst er in de online-editie van Agrar Heute op dat het huidige dioxineschandaal is terug te voeren op „de criminele activiteiten van één enkel bedrijf” en niets te maken heeft met de manier waarop dieren worden gefokt. „Extensieve veehouderij in Duitsland gebeurt tegenwoordig op basis van de nieuwste wetenschappelijke inzichten en wordt gekenmerkt door een hoge mate van vakkennis. Niet het aantal dieren bepaalt de kwaliteit, maar het management in de stal”, aldus Janning.

In Sleeswijk-Holstein zijn intussen voorlopige resultaten van justitieel onderzoek bij vetmaker Harles & Jentzsch bekendgemaakt. Het bedrijf heeft in maart, mei en september de uitslagen genegeerd van proeven op veevoervet – waaruit bleek dat het geproduceerde vet dubbele dioxinewaarden bevatte. „Dat druist in tegen de voorschriften. Het had gemeld moeten worden”, zegt een woordvoerder van het regionale landbouwdepartement in Sleeswijk-Holstein. De nalatigheid van Harles & Jentzsch heeft er hoogstwaarschijnlijk toe geleid dat Duits veevoer al veel langer met dioxinevet is vergiftigd dan aanvankelijk werd gedacht.

De Noord-Duitse publieke omroep NDR meldde gisteren dat de gewraakte vetmaker uitstel van betaling heeft aangevraagd. De website van Harles & Jentzsch is gesloten; de telefoon wordt niet meer opgenomen.