Uitgekleed in de exclusieve App winkel

Apple eist dertig procent provisie op ieder krantenabonnement voor de iPad en iPhone. Kan dat? Uitgevers schrikken, juristen twijfelen.

Dit is de droomstrategie van elke fabrikant: maak je product zó interessant en populair, dat niemand er meer zonder betaling omheen kan. Voor het Amerikaanse technologiebedrijf Apple is dat moment kennelijk aangebroken: het concern acht de marktpositie van zijn tabletcomputer iPad sterk genoeg om van leveranciers van informatie hogere provisies te eisen. Deze week gaf Apple Nederlandse en Belgische uitgeverijen per brief te verstaan, dat ze met ingang van april dertig procent moeten afdragen voor kranten en tijdschriften die zij in digitale versie op de iPad en iPhone aanbieden.

Dat leidde gisteren tot Kamervragen, en tot onrust bij de dagbladuitgevers. Hans Nijenhuis, uitgever van NRC Handelsblad en nrc.next: „Kan iemand mij uitleggen waarom wij dertig procent van elk verkocht abonnement aan Apple zouden moeten afdragen? Drie procent, dat kun je zien als een faire deal, maar dertig procent?”

Voor toegang tot losse nummers kreeg Apple al provisie. Die geldt als vergoeding voor de kosten die het bedrijf maakt, omdat het ook de financiële afhandeling van die aankopen doet. Klanten kopen het losse nummer via de betreffende applicatie uit Apple’s App Store en zij betalen aan de winkelier. Vergelijk het met de commissie die de kioskhouder krijgt voor elk verkocht exemplaar van een papieren krant of blad.

Maar aan de verkoop van abonnementen op de iPad-versies van kranten en bladen, zoals die van deze krant, verdient Apple tot dusver niet. De uitgevers hebben de verkoop in eigen hand: abonnees kopen of krijgen het iPad-account dat nodig is om de digitale versies te downloaden en rekenen af met de uitgever.

Aan die constructie wil Apple nu een einde maken. Het verlangt met ingang van april, het tweede kwartaal, van de uitgevers een commissie van 30 procent voor elk abonnement op iPad-versies van kranten en tijdschriften. Zo niet, dan wordt hun de toegang ontzegd tot de App Store, de enige webwinkel waar ze de vereiste applicatie kunnen krijgen.

Kan dat zo maar? Op het eerste gezicht, zegt jurist Michiel Kramer van de Nederlandse Dagblad Pers, de brancheorganisatie van krantenuitgevers, „riekt dit naar gedwongen winkelnering”. Maar bij nader inzien houdt hij het op: „In dit stadium geven wij geen commentaar.”

Bij nadere bestudering zal het ongetwijfeld draaien om de uitleg van de contracten tussen Apple en de uitgevers, waaronder ook de Belgische mediabedrijven Corelio, dat onder meer dagblad De Standaard uitgeeft, en Roularta, uitgever van onder meer weekblad Knack.

In die contracten staat dat de uitgevers geen abonnementen op iPad-versies mogen aanbieden buiten de App Store om. „We kenden die bepaling natuurlijk, maar we verwachtten destijds niet dat Apple er werk van zou maken. Dat gebeurt nu kennelijk toch”, zegt Han-Menno Depeweg, uitgever van NRC Digitaal.

Volgende week komen Apple-managers naar Nederland om de kwestie te bespreken. „Wat er ook gebeurt”, zegt Nijenhuis, „wij zorgen ervoor dat onze abonnees onze kranten op iPad kunnen blijven lezen, met of zonder App Store.”

Kamerlid Afke Schaart (VVD) stelde gisteren, na het bekend worden van de Apple-brief, schriftelijk vragen aan minister Verhagen (Economische Zaken, CDA): vindt de minister het ook „onwenselijk” dat het Amerikaanse bedrijf Apple zich als tussenpersoon dringt in de relatie tussen de Nederlandse uitgever en de abonnee en „regels afdwingt voor hun onderlinge leveringsovereenkomst”. En vindt de minister ook dat Apple „op zijn minst de schijn van machtsmisbruik” wekt. Daarom vindt de VVD dat Verhagen de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) moet verzoeken de zaak „met spoed in onderzoek te nemen”.

Enkele geraadpleegde mededingingsjuristen vinden het vooralsnog lastig de kwestie te beoordelen. Zij wijzen erop dat het succes van de iPad ook schuilt in de App Store, waarin je allerlei interessante spullen kunt kopen. En daarmee heeft Apple zich een sterke positie verworven. Uiteindelijk zal het, zo voorspellen zij, dan draaien om het antwoord op de vraag wat „een redelijke en passende vergoeding” is voor het zaken doen met zo’n gespecialiseerde winkel.