Stadse aapjes slapen slim

In het regenwoud van Brazilië slapen kleine klauwaapjes waar het zo uitkomt. Dat is anders voor aapjes die naar de stad zijn getrokken. Zoals de verfijnde zwartoor-penseelaapjes. In stadsparken weten die kleine aapjes goed te overleven, al is er altijd het gevaar dat ze door een zwerfkat worden gegrepen. Die ooit uit huis gezette katten en hun nageslacht zijn uit op kleine aapjes. En dat heeft gevolgen voor hoe de stadse penseelapen nu slapen, en wáár. (Dat staat in het International Journal of Primatology.)

De klauwaapjes blijken voor het vallen van de Braziliaanse avond naar bepaalde bomen te trekken, die ze heel kritisch selecteren. Ze letten erop dat de boom erg katonvriendelijk is. Met een gladde stam zonder uitsteeksels. Een hoge kruin. En met lekker brede slaaptakken, die alleen bereikbaar zijn door flink ver vanuit een ernaast staande boom te springen. Katten hebben dan het nakijken. Die gladde stam komen ze nauwelijks op, en als het ze wel lukt, gaat het allemaal zo moeizaam dat de hele boom vol apen er al lang van weet.

Kiezen de stadsapen gewoon de beste boom die ze zien? Nee. Ga maar na. In één van die stadsparken stonden wel drieduizend grote bomen. De aapjes sliepen er in precies twaalf. Die extra hoge, en voorbeeldige anti-kattenbomen kozen ze dus goed.

Hoe hebben ze dat geleerd? Zijn ze door schade en schande, maar toch vooral schade, wijs geworden? Nee, daarvoor zijn er te weinig aapjes, en te weinig verliezen. Het lijkt erop dat ze katten, bomen en zichzelf snappen. Dat ze, terwijl ze een boom bekijken ook een beetje in de toekomst kijken. Naar hoe een kat er in de donkere nacht mee uit de voeten zou kunnen.

Noem het denken. Een klauwaapje past zo op je schouder, je zou z’n gewicht nauwelijks voelen, dus dat is wel indrukwekkend. Het kleine aapje heeft toch een vooruitziend blikje.