'Opa en oma waren ons thuis'

Anouk Sergo (1970) kwam op haar zevende met haar moeder en broertje naar Nederland. ‘Ik sprak geen woord Nederlands, alleen ‘poesje Mauw’.’

‘Mijn vader speelde drums in een band van het Amerikaanse leger. Hij kwam uit Chicago, Illinois, waar hij al een naam als jazzmuzikant had opgebouwd. Dankzij de muziek hoefde hij niet naar Vietnam. Hij was gestationeerd in het Duitse Wuppertal, maar de band speelde ook op feesten in Nederland. Zo heeft hij mijn moeder ontmoet. Ze zat een keer in de zaal.

„Mijn moeder was een hippe meid met hoog opgespoten haar. Ze was het oudste kind uit een arbeidersgezin in Nijmegen, haar vader was bouwvakker en stukadoor. Zelf wilde mijn moeder een ander leven: ze schilderde graag, en veel van haar vrienden waren kunstenaars. Daar zagen haar ouders weinig in. Mijn moeder werkte als kapster.

„De eerste keer dat mijn moeder haar Amerikaan thuis voorstelde werd legendarisch: hij stapelde kaas, salami, alle soorten beleg op elkaar en maakte een real American sandwich. Zoiets hadden ze nog nooit gezien! Toen mijn vader uit dienst kon, was al snel duidelijk dat mijn moeder met hem mee terug naar de VS zou gaan. Ze trouwden in Nijmegen, en kort daarna vertrokken ze. Ansje ging op avontuur.

„De eerste jaren waren geweldig. Mijn vader speelde losse gigs, en mijn moeder leerde bloemschikken voor wat extra inkomen. Ze waren hippies. Ze woonden in bij de ouders van mijn vader: Kroatische selfmade mensen, met een groot huis in een voorstadje van Chicago. Mijn opa was scheikundige, leraar en muzikant, en mijn oma bestierde een kruidenierswinkeltje aan de voorkant van het huis. Daar zat ook een kapsalon, waar altijd wel een paar tantes uit haar grote Kroatische familie zaten te kletsen. Het was er de zoete inval.

„De spanningen tussen mijn ouders moeten zijn begonnen toen mijn moeder in verwachting raakte. Mijn vader wilde eigenlijk geen kinderen. Met mijn komst was hij toch heel blij, maar toen mijn moeder drie jaar later zwanger werd van Emir ging het mis. Mijn vader trok tijdelijk in bij zijn beste vriend, en kreeg een vriendin die later zijn tweede vrouw werd. Toen mijn moeder ook nog last kreeg van een huidziekte en uit de verzekering werd gegooid, had ze er opeens genoeg van. Ze wilde terug naar Nederland. Ik was zeven, Emir was vier.

„Van ons vertrek herinner ik me niets. De aankomst weet ik nog wel: de familie van mijn moeder had een huurwoning tegenover haar ouderlijk huis voor ons gevonden, en alles was al helemaal ingericht. Het was zo’n warme ontvangst. We waren ook zielig natuurlijk, zo met z’n drietjes. Maar we kregen het heel leuk.

„Ik werd gewoon in de tweede klas gezet, bij meneer Mol. Ik sprak geen woord Nederlands, alleen ‘poesje Mauw’. In het begin heb ik zitten huilen, maar ik leerde snel bij. Ik ben nooit blijven zitten. Op mijn twaalfde mocht ik op jazzballet, en toen ik na de eerste les thuiskwam zei ik: ‘Dit wil ik.’ Ik volgde al gauw drie of vier lessen per week.

„Mijn vader zagen we sporadisch. Op school zei ik dat hij drummer in Amerika was, dat klonk interessant. Het contact met mijn grootouders was veel hechter. Zij kwamen bijna elk jaar naar Nederland en bleven mijn moeder halsstarrig hun ‘dochter’ noemen. Op de foto zitten we weer in hun grote tuin, tijdens onze eerste zomervakantie terug in Illinois. Opa en oma waren ons thuis.

„Mijn vader heeft jaren later pas geprobeerd om wat van zijn achterstand in te halen. Toen ik vijftien was, nam hij me mee naar New York. Ik had die stad nog nooit gezien, het had een droomreis kunnen zijn, maar ik was vooral boos. Ik was bezig met dansen en met mijn vriendinnen, ik had totaal geen zin in een vader. Nu hebben we geregeld contact, maar ik moet het een beetje sturen. Ik voel me soms bijna zijn ouder. Als hij in Nederland is, mag hij bij me logeren.

„Mijn ouders spreken niet meer met elkaar. Na de scheiding zijn ze nog lang bevriend geweest, maar dat is voorbij. Mijn broer vindt dat vreselijk. Ik vind het vooral erg voor mijn kinderen.

„Ik weet nog steeds niet precies waarom mijn vader bij ons is weggegaan. Ik heb het hem één keer gevraagd, in mijn puberteit, en toen antwoordde hij: ‘That’s the mystery of life.’ Zijn tweede huwelijk is ook gestrand. Ik ben hem gaan zien als een kind van zijn tijd: hij was streng katholiek opgevoed, brak daaruit los en kwam terecht in een maatschappij waarin opeens alles mogelijk leek. Dat bracht mensen in verwarring.”

Ze praat terwijl ze een baby voedt, een kleuter troost, mandarijnen pelt, de tv aanzet. Opruimen komt vanavond wel weer.

Heeft u ook een interessante familiefoto?Mail naar weekblad@nrc.nl