Niks jihad, Samir ging op vakantie

België wil de uitlevering van drie Marokkaanse Nederlanders, verdacht van voorbereiding van een aanslag. De advocaat: „Justitie heeft níéts.”

Hij wil een aspirine, zegt Samir S. (28) tegen de rechter. Hij heeft de hele nacht wakker gelegen in zijn cel in de Extra Beveiligde Inrichting in Vught. Hij voelt zich niet goed, maar wilde gisteren per se aan de rechtbankvoorzitter vertellen waarom hij niet uitgeleverd zou moeten worden aan België.

Samir is één van de drie jonge Marokkaanse Amsterdammers die in november zijn aangehouden op verzoek van justitie in België. Ze zouden een aanslag voorbereiden op een NAVO-doelwit of de Joodse gemeenschap in Antwerpen. Gisteren bogen drie rechters in de extra beveiligde rechtbank in Osdorp zich over de vraag of de verdachten uitgeleverd moeten worden aan België. De verdachten willen dat niet.

De medeverdachten van Samir S., Redouan A. (25) en Soufian B. (26) waren in de gevangenis in Vught gebleven. Tegen Redouan A. koestert de Belgische justitie de zwaarste verdenking. Hij zou de andere twee geronseld hebben voor de jihad. Op 8 november werd een emotioneel gesprek tussen hem en zijn vrouw afgeluisterd waarin hij afscheid nam. Eerder was hij aangehouden met iemand die een wapen bij zich had.

Samir S. heeft geen justitieel verleden. Hij was jongerenwerker in Amsterdam tot hij in november ontslag nam. Een oud-werkgever noemde hem een „zachtaardige” jongen met „veel aanzien binnen de moskee”. Samir kwam als held in het nieuws toen hij een overvaller wist aan te houden.

In de zomer reisde hij met een rugzak door Syrië, Turkije en Israël. Op een reisblog plaatste hij foto’s van zichzelf voor een kasteel in Aleppo en roodverbrand op het strand. Enkele maanden later, in november, ging hij weer op vakantie. Opnieuw naar Turkije, dit keer met de twee andere verdachten. Toen hield hij géén blog bij. Volgens zijn advocaat Robert Maanicus was deze vakantie daar „te kort” voor. Volgens justitie in België was het geen echte vakantie. Samir zou gerekruteerd zijn voor de jihad in Tjetsjenië. Hij mailde naar zijn werk dat hij een jaar weg zou blijven.

Maar Samir zegt tegen rechtbankvoorzitter Carolien Bianchi dat hij niets te maken heeft met terreur. Dat hij de acht verdachten die in België zijn aangehouden niet kent. Zijn werkgever had hij gemaild dat hij een jaar weg zou blijven om „ervan af te zijn”. Ontslag hadden ze hem eerder uit het hoofd gepraat. En hij was toch gewoon terug naar Nederland gekomen na twee weken vakantie? Zijn vriend Redouan had „nooit” met hem gesproken over de jihad.

Samirs advocaat vraagt vergeefs om diens vrijlating. „Op vakantie gaan is geen strafbaar feit. Justitie heeft níéts tegen mijn cliënt.”

Of zijn verhaal aankomt bij de rechters is de vraag. Een verzoek tot uitlevering wordt in de EU niet inhoudelijk getoetst. Nederland vertrouwt op de rechters in de andere lidstaten. In 90 procent van de gevallen wordt aan een verzoek tot overlevering voldaan.

Uitspraak: 27 januari.