Links is uit, maar PvdA denkt dat tij keert

Morgen organiseert de PvdA in Amsterdam een manifestatie. Vier PvdA-Kamerleden over de toekomst van de sociaal-democratie.

Alles wat niet deugt komt door de Partij van de Arbeid. Veel Nederlanders, zegt PvdA-Kamerlid Frans Timmermans, zijn boos op zijn partij. „Mensen praten alsof de PvdA in 1945 een staatsgreep heeft gepleegd en daarna Nederland naar het niveau van een derdewereldland heeft gebracht.” Niet eerlijk misschien, maar wat doe je eraan?

Vandaag praat de fractie over de aankomende Provinciale Statenverkiezingen, morgen organiseert de PvdA de manifestatie ‘Een ander Nederland’ tegen het kabinet. Tijd om vooruit te kijken.

Het is geen goede tijd om bij de PvdA te zitten. Terwijl een partijlid best anders had mogen hopen. De PvdA is de grootste oppositiepartij, staat in een rijke ideologische traditie. Partijgenoten hebben jarenlang grote beslissingen in het landsbestuur genomen, zijn daarmee beroemd geworden. Voormalig partijleider Bos heeft recent nog als minister van Financiën een belangrijke en succesvolle rol gespeeld in de poging Nederlanders te beschermen tegen de ergste gevolgen van de wereldwijde economische crisis. Kamerlid Ronald Plasterk lacht: „Je zou toch verwachten dat iedereen ons snikkend in de armen zou vallen. Maar dat gebeurt niet.”

En nu? De PvdA kreeg meer dan 1,8 miljoen stemmen, 81.000 minder dan de VVD. Toch stond ze na de formatie met lege handen. Partijleider Job Cohen bleek niet de Obama die media en hoopvolle PvdA’ers van hem maakten. Noch de man die een rechts kabinet, of belangrijker, politieke macht voor de PVV van Geert Wilders voorkwam. Tijdens verkiezingsdebatten ging hij ten onder in het verbale geweld om hem heen. In de onderhandelingen gaven uitspraken van Cohen zijn tegenstanders de gelegenheid de PvdA de schuld te geven van de toetreding van de PVV tot de coalitie.

In zijn eerste optredens als fractievoorzitter heeft hij zijn ongelukkige imago niet afgeschud. Het gevolg is dat hij onophoudelijk onbeantwoordbare vragen van journalisten krijgt: Wil hij wel fractievoorzitter in de oppositie zijn? Staat de partij nog achter hem? Of deze week nog: wanneer vertelt Cohen dat hij opstapt?

Partijgenoten vragen zich na het verkiezingsverlies zoals gewoonlijk af wat er mis is met ‘de boodschap’. En elke week is er wel een medium dat uitgebreid aandacht besteed aan het imago van de partij en haar leider – al dan niet geholpen door een onhandige PvdA-coryfee. Ook onder politieke bondgenoten voelt de PvdA weinig liefde. Inhoudelijk zijn ze het vaak eens, maar de PvdA-politici worden niet als teamspelers gezien.

Genoeg reden voor goede voornemens dus, bij de PvdA.

Het probleem van de westerse sociaal-democratie, zegt Timmermans, is „de teleurstelling over de onvervulde belofte van een betere wereld. Rechts heeft dat probleem niet, die heeft dat nooit beloofd”. Dat maatschappelijk humeur maakt het lastiger om geloofwaardig te zijn.

En links is uit. Bezuinigen kan je toch veel beter aan rechts overlaten? „Dat beeld is historisch gewoon niet waar. Lubbers en Ruding hadden de grootste tekorten: Wij zijn van het Tientje van Lieftinck, de Duisenberg-norm en de Tussenbalans van Kok die 18 miljard gulden opleverde”, zegt Plasterk. Wel is bezuinigen op de overheid voor rechts gemakkelijker. „Want die overheid is volgens rechts slecht. Rechts doet alsof alle ambtenaren profiteurs zijn.”

Volgens zijn collega Lea Bouwmeester speelt ook mee dat de PvdA van het herverdelen is. ‘Het moet eerlijker’ heet dat in de campagne. „Rechts zegt: ik ben er voor u. Als je het negatief formuleert, dan zeggen we natuurlijk tegen mensen: wij weten beter dan u waar jullie geld aan moet worden uitgegeven.”

En die boodschap is volgens Diederik Samsom niet de makkelijkste nu de publieke sector zo weinig populair is. Terwijl linkse partijen de overheid zien „als vehikel voor het realiseren van politieke idealen”, beschouwt een groot deel van de middenklasse de bestuurlijke elite als een wereldvreemde kaste, voornamelijk bevolkt door PvdA’ers die hun zuurverdiende geld weggeven aan klaplopers. En die middenklasse is voor het voortbestaan van de PvdA als volkspartij onmisbaar. En voor het CDA. Samsom: „De komende 20 jaar is er niet echt een alternatief voor ons en het CDA. Je kan die lotsverbondenheid niet ontkennen. Als je de problemen en de behoeften van de samenleving naast elkaar legt, dan zijn CDA en PvdA eigenlijk de ideale combinatie.”

Hoe nu uit de hoek te komen waar dagelijks de klappen vallen?

De PvdA heeft een verhaal dat staat als een huis, zeggen de Kamerleden: eerlijk delen. En daar moeten ze op blijven hameren.

Volgens Plasterk moet de PvdA taboes laten varen. „Mooi voorbeeld is Kamerlid Marcouch die als Marokkaanse Nederlander ervoor pleit om eerst de dader aan te pakken en niet met je rug naar het slachtoffer te staan. Het wegkijken van problemen is links. Vreemd, want het waren problemen in de buurten van ónze kiezers.” En de partij moet haar fouten willen zien: „Toen het goed ging mocht iedereen profiteren. Nu het slechter gaat, worden mensen hier bozer over. De directeur van een gemeentelijk stroombedrijf – vroeger schaaltje 15 – verdient nu vijf ton, belachelijk”, zegt Plasterk.

Die woede richt zich tegen de PvdA. Maar zijn partijgenoten kunnen daar juist moed uit putten, zegt Timmermans: „Het is een enorm compliment. Het betekent dat ze hoge verwachtingen van je hebben. Je kan hun liefde dus terugwinnen.”

Serieus nemen die boosheid, is het adagium van Timmermans. „Stomste wat wij kunnen doen is die boosheid wegzetten als onterechte domheid. De analyse waar deze mensen hun angst op baseren is heel reëel. Hun verworvenheden worden ook bedreigd.”

Het enige wat de PvdA kan doen is laten zien dat zij in staat is die verworvenheden te blijven beschermen. Rustig je eigen verhaal blijven vertellen, en je vooral niet laten opjagen door het gesprek van de dag. Die ruimte ontstaat vanzelf, denkt Bouwmeester: „Mensen die op dit kabinet hebben gestemd, zullen helaas merken dat hun wijk over drie jaar nog een enorme bende is.” Van een ding is hij overtuigd geraakt, zegt Samsom: „De kloof tussen de PVV en de PvdA zou onoverbrugbaar zijn. Maar [hij houdt duim en wijsvinger vlak bij elkaar] die is maar zó groot.” Alleen win je ze niet terug door debatten in de Kamer. Het zijn lokale PvdA’ers die het zullen moeten doen. „Ik durf te zeggen dat op 90 procent van de plekken waar goede dingen gebeuren in de maatschappij, PvdA-bestuurders zitten”, zegt Samsom.

En de continue twijfel over Cohen? Die moet je links laten liggen, je doet er niks aan, zeggen de Kamerleden, en het waait vanzelf weer over. Binnen de partij blijft de partijleider geliefd, intern staat hij niet ter discussie. Bouwmeester: „In de campagne naar de statenverkiezing hangt inderdaad erg veel af van hem. Hij is ontzettend gegroeid, weet precies wat hij wil en heeft lak aan alle commentaren”. Dat Cohen geen straatvechter is, gaat in zijn voordeel werken, denkt Plasterk. „Op een gegeven moment krijgen mensen behoefte aan iemand die verantwoordelijkheid neemt, die de boel niet op de spits drijft. Ik heb geen glazen bol, maar ik weet wel dat hij niet heel anders gaat worden.”

Een geruststelling: ook de politiek kent zijn cycli. Samsom. „Veel van onze tegenstanders worden nog steeds kwaad om het linkse triomfalisme van de jaren zeventig, kijk naar Martin Bosma van de PVV. Nu heeft rechts het tij mee. Zij vieren hun gelijk. Maar ik kan ze hartgrondig waarschuwen: don’t go there”.