Kunduz is front Talibaan

Het strategische belang van Kunduz is sinds 2008 gegroeid. Daardoor is een fellere strijd om de controle ontstaan. „En dat zorgt voor meer onveiligheid.”

Stukjes zwart geblakerd menselijk weefsel kleven nog aan het plafond. Ze herinneren aan een voor Kunduz ongekend zware aanslag vorige maand. Vier Afghaanse zelfmoordenaars in legeruniformen voerden op 19 december een goed gecoördineerde zelfmoordaanslag uit in de bazaar van Kunduz-stad. Ze doodden zeventien soldaten en drie politiemannen in een gevecht dat de hele dag duurde.

De aanslag deed volgens westerse waarnemers denken aan die in de Indiase stad Mumbai, waar terroristen ruim twee jaar geleden 166 mensen doodden, onder wie veel Westerse bezoekers in luxehotels en reizigers op een station.

Nog geen maand later worden de eerste muren in Kunduz alweer gestuukt en brommen de riksjataxi’s rustig door de straat. Afghanen met brandhout voor hun kachels en keukens, lopen langs het verwoeste gebouw alsof er niets is gebeurd. Maar volgens dokter Ezatullah, werkzaam in het provinciale ziekenhuis, leeft er toch angst in de bazaar. „Het weer zal snel warmer worden en de vrees is dat de inmiddels opgejaagde vijanden allemaal terugkomen.”

Feit is dat het noorden van Afghanistan de laatste twee jaar is uitgegroeid tot een prioriteit voor de Talibaan. Candace Rondeaux van de denktank International Crisis Group die ook in Kabul een kantoor heeft, constateert dat de Talibaan het zuidoosten van Afghanistan al aardig in hun greep hadden. Het was een „opportuun moment” voor hen om hun invloed uit te breiden naar het noorden, stelt zij.

Maar de onrust ontstond ook doordat het noorden in 2008 strategisch belangrijker werd. Tot dan liep de toevoerroute voor de vele NAVO-kampen in Afghanistan vooral via Pakistan, maar dat werd te gevaarlijk. Nu rijden tientallen vrolijk beschilderde ‘jingle trucks’ van Tadzjikistan en Oezbekistan dwars door Kunduz om de Westerse soldaten in Afghanistan te bevoorraden. „Niet alleen de Talibaan zien dit als een doelwit, ook allerlei andere criminele groepen die zich voordoen als Taliban plegen aanslagen op deze vrachtwagens”, zegt Rondeaux.

Daarnaast is Kunduz de thuisbasis voor andere groepen die vroeger tegen de Sovjets streden, en nog steeds actief zijn. Hizb-i-Islami van krijgsheer Gulbuddin Hekmatyar strijdt al lang voor meer controle in het gebied. „En dat betekent een competitie met de oprukkende Talibaan, wat voor veel onveiligheid heeft gezorgd.”

In 2009 is een tegenactie ingezet in Kunduz, vooral door het Amerikaanse leger dat in de zomer van 2010 werd versterkt met 800 soldaten. Overal in het gebied werd ingegrepen, soms met de infanterie, maar ook met kleine groepen Special Forces die met eigen politiemensen op jacht gingen in de dorpen en valleien, ten koste van 150 omgekomen lokale strijders.

Bovendien werd drie maanden geleden de politiecommandant vervangen door Saydkhili, een man die vaak wordt omschreven als een vechtersbaas.

Tot afgelopen zomer was Kunduz-bazaar een van de weinige veilige plekken in de provincie, maar volgens lokale Afghanen verbetert de situatie in de omgeving. Een tocht naar het zuiden van de provincie was drie maanden geleden nog onmogelijk, vertellen de mensen die langs de weg wonen. „Jullie zijn de eerste buitenlanders hier”, roepen ze opgewonden.

Het gebied was in handen van groepen die ze Talibaan noemen, die hun eigen belastingen inden, en recht spraken bij conflicten. Regelmatig ontploften er bermbommen. De politiecommandant wijst trots op een groep van tien overlopers naar zijn korps. „Dat waren Talibaan. Nu doen ze met ons mee.”

Hoe lang het rustig blijft in de provincie Kunduz? Het Nederlandse kabinet hoopt in de lente met zijn voorgenomen politietrainingsmissie te beginnen in het gebied. Wat zullen ze dan aantreffen? Een diplomaat die al lang in het gebied verblijft, wijst op de vele milities die er nog zijn. De Afghaanse regering wil deze groepen zo snel mogelijk integreren, maar dat gaat in Kunduz vooralsnog niet lukken, zegt hij. In Chardara zijn er tien groepen, naast de gewone Afghaanse politie. In andere gebieden is dat niet heel anders.

Toch heerst er ook optimisme. „Er is meer kans dat het veiliger wordt in Kunduz”, zegt Mirwais Mohmad, die mobiele telefoons verkoopt in Kunduz-stad. „Ik zie dat de Amerikanen en de Afghanen nu controleposten en veiligheidstroepen langs de wegen zetten en dat helpt. Dan durven de Talibaan niet terug te komen in de lente.”

Voor Mirwais is het belangrijk dat de internationale troepen samen met de Afghanen nu snel resultaat gaan boeken. „De scholen moeten weer open, de wegen vrijgemaakt van bermbommen. Dan krijgen we weer vertrouwen.”