'In Brussel kreeg ik niet de hele tijd ranzige e-mails'

Tweede Kamerlid Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD) maakte in Brussel naam als privacybeschermer. Nu beslist ze in Den Haag over de veiligheid. ‘Afhankelijk van je rol zeg je op verschillende momenten andere dingen.’

Hoogblond, altijd zongebruind en vaak gehuld in een lang wollen vest, waaronder regelmatig laarzen in tijgerprint tot boven de knie. Jeanine Hennis-Plasschaert (1973), sinds juni Tweede Kamerlid voor de VVD, is een opvallende verschijning op het Binnenhof. En niet alleen dat. Uit een peiling die deze krant hield, blijkt dat collega-nieuwelingen haar zien als beste vrouw onder hen.

Zelf vindt ze haar status van nieuweling niet helemaal terecht. Ze was immers al zes jaar volksvertegenwoordiger in Brussel, in het Europees Parlement. Ook toen kreeg ze waardering, vooral voor haar strijd ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van burgers. Het televisiefragment van haar finest hour kwam al talloze keren voorbij in praatprogramma’s: Hennis-Plasschaert ondergaat een staande ovatie van haar collega’s omdat ze met succes wist te voorkomen dat Amerika ongebreidelde inzage kreeg in de bankgegevens van Europese burgers.

Haar roem als privacybeschermer bracht Jacob Kohnstamm ertoe om haar in het blad Binnenlands Bestuur als de enige hoop in bange dagen te omschrijven. D66’er Kohnstamm is voorzitter van het College Bescherming Persoonsgegevens en geen fan van dit kabinet.

„Wat aardig van hem”, zegt Hennis-Plasschaert opgetogen.

Of vilein?

„Dat ook. Aardig naar mij, maar natuurlijk tegelijk een sneer naar de regering. Wat overigens onterecht is. Het doet geen recht aan de lijn die Fred Teeven heeft ingezet wat betreft de bescherming van persoonsgegevens. Dat doet Fred heel, hoe noem je dat? – ministeriabel.”

Maar is die zorg van het college niet begrijpelijk? Voor hen vormt dit kabinet een groter gevaar voor de persoonlijke levenssfeer dan welk naoorlogs kabinet ook. Met plannen voor kentekenherkenning, preventief fouilleren, meer cameratoezicht…

„Dat is onzin. Kijk naar de maatregelen die onder het vorige kabinet zijn genomen, met de PvdA. Guusje ter Horst, de minister van Binnenlandse Zaken, presteerde het zelfs om in het NOS-journaal te beweren: ‘ik ben niet van de school privacy boven veiligheid’.”

Dat zul je Fred Teeven of minister Opstelten nooit horen zeggen?

„Niet zolang ik hier zit.”

Ze lacht om haar eigen woorden. En ze voelt de verplichting tot uitleg: „Omdat veiligheid en privacy elkaar niet hoeven uit te sluiten. Je moet het natuurlijk wel goed regelen. Het gevaar is dat de voortschrijdende techniek dingen mogelijk maakt die de privacy ernstig in gevaar brengen. Dan moet je zorgen dat het goed is geregeld, met de juiste waarborgen, bezwaar- en beroepsmogelijkheden, beter dan net doen alsof die technieken niet bestaan.”

Kohnstamm zwamt?

„Ik zeg niet dat ik sta te juichen bij alle voorstellen waarmee dit kabinet mogelijk nog komt. Het is geen geheim dat in eerste instantie dit niet mijn droomcoalitie was. Maar toen ik me realiseerde dat deze coalitie wel de best haalbare was gegeven de verkiezingsuitslag, moest ik vaststellen dat dit regeerakkoord voldoende aanknopingspunten biedt. Ook als het gaat om plannen die raken aan de privacy. Zo staat erin, en dat is voor het eerst, dat effectiviteit leidend is bij opslag, koppeling en verwerking van persoonsgegevens. Bovendien komt er altijd een horizonbepaling.”

Horizonbepaling, leidende effectiviteit: wat betekenen die woorden?

„Nou, dat het verzamelen van gegevens nooit een doel op zich mag zijn. De effectiviteit voor de opsporing van criminelen moet wel aantoonbaar zijn. In een vastgestelde periode, vandaar dat woord ‘horizonbepaling’. Dat is iets anders dan zomaar massaal gegevens vastleggen.”

Nooit geaarzeld over deze coalitie?

„Tijdens de formatieonderhandelingen heb ik natuurlijk wel degelijk geworsteld. Het ging over pragmatisme versus mijn eigen drijfveren, principes en integriteit. En dat gold voor iedereen in deze coalitieconstructie, daar ben ik niet uniek in. Net zomin als CDA’ers Koppejan en Ferrier dat zijn. Je moet altijd veren laten als je een coalitie vormt. Als je dat niet wilt, moet je in Griekenland gaan wonen, waar of PASOK wint of de conservatieven. Niet hier. En dit is geen cliché. Sterker, voor mij was het best een bewustwordingsproces, afgelopen zomer. Ik realiseerde me opeens de vrijheid die ik genoot als Europarlementariër, toen ik eenvoudig de grenzen van mijn partijstandpunt kon opzoeken. Dat is hier anders. En juist daarom had ik de behoefte om intern, in de fractie, van mijn hart geen moordkuil te maken. Als mijn collega’s en ik dáár geen invloed hadden kunnen uitoefenen, waren er wellicht dingen in het regeerakkoord gekomen waarvan ik zeg: over mijn lijk. Voor het resultaat hebben we vervolgens getekend.”

Voor een eerste gesprek tref ik Hennis-Plasschaert een dag na het VVD-kerstdiner. Haar hoofd is nog „wazig”, zoals ze dat noemt. Bovendien heeft ze net een vervelende ervaring achter de rug tijdens haar intensieve internetverkeer. Ze had iets proberen te doen voor burgers die in de clinch lagen met hun gemeente. „Ben je één van de 150 Kamerleden die wel ingaat op hun vraag om hulp, krijg je na een teleurstelling een enorme emmer met modder over je heen. En dan kreeg ik ook weer net de meest smerige, grove mails van mijn stalker. Toen dacht ik wel even: waarom wilde ik dit ook weer?”

Is het erger dan in Brussel?

„Ja, daar kreeg ik niet de hele dag ranzige mails binnen. ‘He muts’, zoals de aanhef luidde van een mailtje dat ik daar kreeg, dat is nog heel onschuldig. Daar kan ik ook wel om lachen. Maar vooral de seksuele toespelingen, die gaan op den duur toch irriteren. Alles hier in Den Haag wordt verder uitvergroot dan in Brussel.”

Is de komst naar Den Haag een promotie of degradatie?

„Zo moet je er niet naar kijken, al doen mensen dat wel. Iemand zei tegen me: je hebt de Champions League verlaten voor niets, terwijl een ander zei: ‘welkom in de Champions League’. Het is anders. Wat vooral anders is dat tussen die 736 parlementsleden in Brussel de diversiteit in kwaliteit gi-gan-tisch is. Voormalige regeringsleiders en beroemdheden zitten daar naast Berlusconi-bimbo’s. Bloedmooie vrouwen met weinig hersens. Ik herinner me nog goed de lol die collega’s hadden om Bárbara Matera. ‘Buongiorno sunshine!’, dat zei ze tegen iedereen, de hele tijd, met zo’n vet Italiaans accent. Die was gewoon echt heel dom. Ze heeft zich wel eens drie keer op één dag aan mij voorgesteld. ‘O sorry, I forgot your name already’.”

Is dat erg, domme parlementariërs?

„Het leuke is: iedereen vindt zijn weg wel in een volksvertegenwoordiging. Dat zie je hier ook. De een is goed in wetgeving, de ander in het vertolken van de stem van de achterban. Het domste dat je als volksvertegenwoordiger kunt doen, is arrogantie ontlenen aan de gedachte dat je op een intellectueel hoog niveau staat. Je kunt natuurlijk vanuit een bepaalde intellectuele aanvliegroute naar zaken kijken, dat snap ik, dat heb ik ook gedaan. Maar mijn eye-opener de laatste maanden is dat je daarmee niet die bijna 17 miljoen Nederlanders vertegenwoordigt. Als Kamerlid spreek je meer dan ooit met een uiterst diverse groep mensen. En die diversiteit moet je terugzien in het parlement. Dat betekent niet dat je altijd maar achter de kiezer aanloopt, maar het is wel goed om je te blijven realiseren dat de volksvertegenwoordiging is bedoeld als afspiegeling van de samenleving. Daar moet je niet te licht over denken.”

U hecht aan privacy, maar tegelijk bent u heel openhartig op internet.

„Dat valt wel mee hoor.”

U hebt inmiddels meer dan 15.000 tweets geschreven, met teksten als ‘heb mezelf op dieet gezet sinds vandaag’.

„Die gaan over mezelf, mijn werk of de actualiteit. Ik schrijf nooit over een goede vriendin, mijn gezin of familie. Je zal van mij ook nooit een vakantiekiekje vinden op internet. Schrijf je wel over je privéleven, dan maak je jezelf heel kwetsbaar. Zie Jack de Vries. Die twitterde als staatssecretaris hoe fijn het was met zijn gezin. Dat kwam als een boemerang bij hem terug toen bleek dat hij er een buitenechtelijke relatie op nahield. Riep hij de ellende die volgde over zichzelf af? Het zou niet eerlijk zijn dat te zeggen. Maar je weet als politicus dat zoiets kan gebeuren. Ik heb één keer iets heel persoonlijks geschreven en dat doe ik dus nooit weer, want ik kreeg het direct in mijn gezicht gesmeten. Uit verontwaardiging over een plastic foetus bij een brief aan alle Kamerleden twitterde ik aan twee mensen dat het onaangenaam is zoiets te ontvangen als je miskramen achter de rug hebt, zoals ik. Heel summier en bovendien had ik dat al eerder in een interview verteld, als verklaring voor mijn kinderloosheid. Toch werd het helemaal uit zijn verband gerukt.”

De hoofdredactrice van het Katholiek Nieuwsblad gebruikte die miskramen in een open brief aan u, als instrument voor haar verzet tegen abortus.

„Ja, heel onaangenaam. Behoorlijk shocking, dat zoiets met je gebeurt. Tegelijk moet ik zeggen dat de hoeveelheid mooie reacties enorm was. Dat was intens. In eerste instantie ben je flabbergasted over wat er is gebeurd, daarna komen de reacties, waarvan 1 op de 500 negatief. Nou, aan die 499 laaft een mens zich, hoe hard die enkele negatieve ook zijn.”

Maken die reacties dat twitteren verslavend?

„Nee. Ik twitter vaak, maar niet constant. Het ligt er een beetje aan hoeveel chaos er in mijn hoofd is. En het is niet alleen bedoeld om te zenden hè? Ook om te luisteren. Dat is het mooie aan twitteren: de snelheid en directheid. En soms krijg je moeilijke vragen en dan ben je wel verplicht daar iets mee te doen. Het is niet alleen maar pret.”

De tweede ontmoeting is op haar werkkamer, weer ’s avonds. Ze heeft net een paar eierkoeken verorberd achter haar computer. Ze praat opnieuw over de grootste veranderingen sinds Brussel. Zoals haar grote zichtbaarheid. En, opnieuw, over de worsteling in iedere politicus tussen invloed en idealen. Je moet jezelf blijven, zegt ze. En tegelijk zijn rollen belangrijk in de politiek. Dat blijkt ook als ik haar vertel over een telefoontje met Sophie in ’t Veld. Deze D66-Europarlementariër trok veel op met Hennis-Plasschaert in Brussel. Ze noemt zich nog altijd „een heel goede vriendin” en een „sister in crime”. In ’t Veld: „Jeanine en ik dachten overal hetzelfde over. Daardoor kan ik nu niet anders dan ervan uitgaan dat Jeanine de hele tijd buikpijn heeft, met dit kabinet.”

Het VVD-Kamerlid moet er zelf hard om lachen. „Sophie zegt dit natuurlijk niet in haar rol als goede vriendin, maar in die van politicus. Ik wil hier absoluut niet iets kwaadaardigs over Sophie zeggen, daar heb ik helemaal geen zin in. Ze is inderdaad een geweldige vriendin. Maar ik kan wel zeggen, wat ik ook tegen haar heb gezegd, dat het natuurlijk prachtig is om altijd de barricaden op te gaan om te zeggen hoe het moet, maar dat als je geen meerderheid haalt, je van een koude kermis thuiskomt. Soms is het prima om je verantwoordelijkheid te nemen.”

Dat is zeggen: je hebt gelijk, maar zonder macht heb je daar niets aan.

„Ik beschuldig haar niet van getuigenispolitiek, maar dat risico loopt D66 wel. Laat ik het breder trekken dan Sophie. Het is heerlijk om van de zijlijn te roepen en wellicht minder heerlijk, maar soms wel noodzakelijk, om verregaande concessies te doen. Laat ik het zo zeggen: afhankelijk van je rol zeg je op verschillende momenten andere dingen.”

Schiet u niet door in die nieuwe rol? Zo viel u politiecommissaris Welten hard aan omdat hij zei boerkadragers niet zomaar te arresteren toen hij werd geconfronteerd met een foto van een boerkadragende moeder met twee kinderen aan de arm.

„Iemand van het formaat van Welten had anders moeten reageren. Echt. Hij speculeerde over een wetsvoorstel dat er nog niet eens is. Hij sprak van arrestaties terwijl daar nooit sprake van zal zijn.”

Geen arrestaties?

„Nee! Bestaat er niet meer zoiets als verbaliserend optreden? Hallo! Hij deed net alsof er een elite-eenheid wordt geïntroduceerd om met veel geweld moeders met een boerka van straat te plukken. En toen hij zei ‘ik maak nog steeds gebruik van mijn gezonde verstand’ wekte hij de suggestie dat de wetgever dat níét doet. Zeer ergerniswekkend. Daarna hoorde ik ook nog eens mijn D66-collega zeggen dat het maar goed is dat politieagenten in de Tweede Wereldoorlog hun verstand bleven gebruiken. Doe toch eens even normaal zeg!”

En wat denkt u als u partijgenoten geringschattend over Europa hoort praten?

„Van alles. Maar daarom ben ik ook blij dat ik vanmiddag met collega Han ten Broeke voor de hele fractie een verhaal mocht houden over Europa. Hoe wij Kamerleden invloed kunnen uitoefenen op het beleid in Brussel, voor het te laat is. Ik heb bij die bijeenkomst Bolkestein geciteerd. Iedere bureaucratie heeft de neiging uit te dijen, zo ook de Europese. Als liberalen moeten we daar kritisch op zijn, zoals op alle overheden. Maar dat is iets anders dan Europa helemaal afschieten. Europa is uiteindelijk een liberaal project, dus wij zouden er best iets meer hart voor kunnen hebben.”

Dus u ergert zich als u premier Rutte hoort praten over Nederland als ‘nettobetaler’ aan Europa?

„Nee. Maar we moeten wel oppassen dat zoiets niet de enige associatie van mensen is als ze het woord Europa horen. Het gaat om een balans. En dus is het belangrijk ook goed uit te dragen wat Europese samenwerking oplevert. Maar ik maak me daar geen zorgen over hoor. Ik weet dat Mark uiteindelijk Europa op waarde weet te schatten.”

Uw waarde?

„Ja. Ook mijn waarde. Echt. Geloof me maar.”