IJzererts inzet overnamestrijd

Staalconcern ArcelorMittal en mijnbedrijf Nunavut Iron begraven de strijdbijl en doen een gezamenlijk bod op Baffinland, een bedrijf met een enorme ijzerertsreserve.

Dat meldde ArcelorMittal gisteren in een persbericht. Beide bedrijven hebben het bod verhoogd tot 1,50 dollar per aandeel. Eerder bood ArcelorMittal nog 1,40 dollar per aandeel. Het nieuwe bod heeft een waarde van 590 miljoen Canadese dollar (446 miljoen euro)

Beide bedrijven doen nu een bod op alle uitstaande gewone aandelen van het Canadese mijnbouwbedrijf Baffinland.

Als het bod slaagt zal ArcelorMittal 70 procent en Nunavut Iron 30 procent van Baffinland in handen krijgen.

Omdat Nunavut vanaf nu meedoet met het eerder neergelegde bod van ArcelorMittal, roept Nunavut de aandeelhouder die eerder in zijn gegaan op het bod van Nunavut om zich aan te sluiten bij het gezamenlijke bod.

ArcelorMittal ontstond in 2006 als resultaat van een fusie tussen Arcelor en Mittal Steel. ArcelorMittal, genoteerd aan de Amsterdamse beurs, is een van de grootste staalproducenten ter wereld. Het staal wordt vooral geleverd aan bedrijven die actief zijn in de automobiel industrie. Het bedrijf heeft fabrieken in Europa, Afrika, Amerika en Azië en wil zijn positie in China en India verstevigen. Bij de staalproducent werken ruim 280.000 werknemers.

ArcelorMittal en het Canadese mijnbedrijf Nunavut hebben maandenlang geruzied over het eveneens Canadese mijnbedrijf Baffinland. Inzet was de enorme ijzerertsreserves van Baffinland, die volgens de website van het bedrijf nog meer dan twintig geëxploiteerd kunnen worden. ArcelorMittal wil met de aankoop minder afhankelijk worden van de sterk fluctuerende prijzen die andere ertsproducenten vragen.

Baffinland topman Richard McCloskey ondersteunt het gezamenlijke bod niet omdat het onredelijk zou zijn voor andere aandeelhouders van het bedrijf. McCloskey noemt het onredelijk dat Nunavut een belang van 30 procent krijgt in het project, terwijl andere aandeelhouders slechts cash zullen ontvangen. „Mijn eerste verantwoordelijk is ervoor te zorgen dat alle aandeelhouders gelijkwaardig worden behandeld. In deze zaak gebeurt dat in mijn opinie niet”, aldus McCloskey.