Hema op wielen

De Dacia Duster is een auto die van niks te veel en van alles genoeg heeft. Een stoere no-nonsense kar.

Veel voor weinig, is het motto van Dacia, het submerk van Renault. Een recept dat het in doorsnee Nederland goed doet, mits het kwaliteit heeft. En je er een beetje fatsoenlijk mee voor de dag kan komen. Waarom ook niet – een auto is blik op wielen met een functie. De rest is projectie, over ‘beleving’, emotie en identiteit. Daar heeft Dacia geen last van. En ook geen baat bij. Dacia heeft een vage Oost-Europa-echo: Lada, Zastava, zoiets.

In 2004 introduceerde Renault het dochtermerk in Nederland, vooral om goedkope basisauto’s uit een lagere lonen land te kunnen aanbieden. Sinds 1968 maakte Dacia voor de Roemeense thuismarkt al de Renault 12 in licentie. Vanaf 2007 wordt vooral de MPV Logan in Nederland goed verkocht. Dat is een ruime, absurd goedkope grotegezinnenauto (vanaf 10.000 euro) die iets doet wat de Peugeots ‘familiale’ stationwagons uit de jaren 70 konden. Drie banken achter elkaar in een station. Een functie die nu low budget terug is, voor gezinnen die met 7 personen willen rijden, maar niet zijn geïnteresseerd waarin. Succes kan soms zo eenvoudig zijn. Dacia, het huismerk ‘by Renault’, is zo de HEMA op wielen aan het worden.

Sinds vorig najaar is er nu de Duster, die ook als ‘prijsbreker’ is aangekondigd. Nu moeten terreinauto’s het juist wel van uiterlijk en illusie hebben. De prijs telt daar iets minder. Design en lifestyle als verkoopargument voor een Dacia, kan dat? De auto mikt op hipper volk, dat surfplanken wil vervoeren en door de modder wil rijden. Geen basisvervoer, maar genieten van het outdoor leven en wel nu! Of zoiets. Voor de introductie werd in de PC Hooftstraat een tijdelijke winkel gehuurd. Jort Kelder mocht de Duster er naar binnen duwen, met een nylon over z’n hoofd. Dat dan weer wel. Het nieuwe duur is goedkoop, was de boodschap. Een rijdende paradox – de off the road voor de crisis. Qua prijs is het gelukt. De Duster is er vanaf 13.990 euro. En de ‘four wheel drive’ basisversie vanaf 16.990. De diesels zijn ongeveer 2.000 euro duurder. Daarvoor krijg je een 1.6 liter Renault motor die 105 pk levert. En keuze uit twee uitrustingsniveaus. De catalogus reikt van bijna €14.000 naar €22.400. De gereden (afgebeelde) vierwiel aangedreven dieselversie kwam met álle optiepakketten op €25.537. Toch is ook deze opgeleukte Dacia nog een ‘prijsbreker’. De nieuwe terreinwagen van Skoda, de Yeti, vraagt voor een 4WD diesel bijna €30.000 . De claim dat dit de volks-SUV is, wordt dus waargemaakt.

Rijden dus. Krijg je ‘veel’? En deugt het ook? Voor zover te beoordelen, ja. Een stoere, no-nonsense auto met veel hoofd-, schouder-, been- en bagage ruimte. Alles zit er wel zo’n beetje op, behalve dan navigatie en klimaatcontrole. Geen parkeersensoren, behalve dan een trekhaak, waarmee je ook prima akoestisch kan parkeren. De dieselmotor is goed te horen bij het optrekken, maar daarna is het behoorlijk rustig. Er moet veel geschakeld worden. Maar dat went. De grootste verrassing is het rijcomfort. Met de grote wielen en stevige banden deint de Duster over alle denkbare gaten, drempels en oneffenheden. Beter dan wat ik gewend ben. Stoelen deugen ook.

En wat is de kritiek? Behalve een armleuning (verkrijgbaar als optie) en een cruisecontrol, miste ik niks. Oké, een iets groter maatje ruitenwisser graag. Dat is eigenlijk alles. En het bagage-afdekzeiltje is een vod dat je beter kan weggooien. De keuze uit de energielabels D of C (diesel) duidt niet bepaald op actuele motortechniek. Mijn verbruik was 7.6/100 km.

Eigenlijk is het ook een opluchting, zo’n auto die van niks te veel en van alles genoeg heeft. Geen ingewikkeld dashboard met piepjes en klikjes en de vraag of je gsm wel wordt ‘ondersteund’. Maar kan ik me ook vertonen in een Dacia? In deze best wel, denk ik. Ik hou ook van rookworst. En een betaalbare 4WD is toch echt nieuw.