Golf van protest velt Tunesische leider

In Tunis lieten de demonstranten zich gisteren niet intimideren door de politiemacht maar zette de opstand door. Foto Reuters Rioters throw stones during clashes with riot police in Tunis January 14, 2011. Tunisian President Zine al-Abedine Ben Ali declared a state of emergency on Friday and warned that protesters would be shot in an increasingly frantic effort to quell the worst unrest in his two decades in power. REUTERS/Zohra Bensemra (TUNISIA - Tags: POLITICS CIVIL UNREST IMAGES OF THE DAY) REUTERS

Een aanhoudende golf van woede over werkloosheid en onderdrukking heeft gisteren een einde gemaakt aan het 23 jaar oude bewind van de 74-jarige Tunesische sterke man Zine al-Abidine Ben Ali.

Premier Mohamed Ghannouchi maakte gisteravond bekend als interim-president op te treden tot er verkiezingen kunnen worden gehouden. Ben Ali zelf was vannacht volgens persberichten onderweg naar het Golfgebied.

„Dit moest er eens van komen, ik ben niet eens zo verrast”, zei de 28-jarige werkloze Selim in Tunis in reactie op het nieuws. „Mensen hier hadden het gehad met het regime, niet alleen met Ben Ali maar ook met zijn schoonfamilie die zich alle rijkdom in het land had toegeëigend.” In een buitenwijk vierden grote groepen jongeren feest.

Steeds nieuwe concessies redden het autoritaire regime van Ben Ali niet. Nadat hij gisteren zijn hele kabinet had ontslagen en had beloofd binnen zes maanden parlementsverkiezingen te houden, kwam in Tunis opnieuw een mensenmassa op de been die zijn vertrek eiste.

De mededeling van premier Ghannouchi dat Ben Ali was vertrokken, volgde op de afkondiging van de noodtoestand en, voor de tweede achtereenvolgende avond, een nachtelijk uitgaansverbod. Ook ging de luchthaven van Tunis dicht. Ghannouchi deed een beroep op de bevolking de rust te herstellen.

De toestand in de hoofdstad was gisteravond kalm. Het was niet duidelijk hoe de situatie in het binnenland was. Daar begonnen de protesten half december met de zelfverbranding van een jonge, werkloze man. Bij de pogingen van het regime om de protesten onder controle te krijgen die in talrijke steden over heel Tunesië uitbraken, zijn sindsdien naar schatting vijftig tot tachtig mensen om het leven gekomen. In de nacht van donderdag op vrijdag zouden nog twaalf mensen zijn gedood in Tunis en de noordoostelijke stad Ras Jebel.

Het centrum van Tunis leek gisteren oorlogsgebied. Winkels en restaurants waren dicht; openbaar vervoer lag stil. Het straatbeeld werd bepaald door leger, politie en de alomtegenwoordige geheime politie. Maar deze schrikten de demonstranten niet meer af. De politie schoot met rubberkogels gericht op betogers die met stenen naar haar gooiden. In buitenwijken van Tunis werden supermarkten, banken en overheidsgebouwen geplunderd.

Aanvankelijk werd bericht dat Ben Ali naar Frankrijk onderweg was, waar hij goede betrekkingen mee onderhield. Maar later meldden Franse media dat president Sarkozy de Tunesische ex-leider toestemming had geweigerd om Frankrijk binnen te komen.

De Amerikaanse president Obama veroordeelde gisteren het geweld tegen Tunesische burgers en riep de regering op snel vrije en eerlijke verkiezingen te houden. Obama juichte „de moed en waardigheid van het Tunesische volk” toe. Arabische leiders, van wie de meesten ten minste even lang als Ben Ali aan de macht zijn, reageerden niet meteen op diens val. Tientallen Egyptische opposanten van de 82-jarige president Mubarak dansten rond bij de Tunesische ambassade in Kairo en zongen: „Ben Ali, zeg tegen Mubarak dat ook een vliegtuig op hem wacht.”