Goldman verandert weinig na intern onderzoek

Het jaarcijferseizoen is begonnen in de Verenigde Staten, maar voor de Amerikaanse bank Goldman Sachs draaide het deze week om iets heel anders. De bank, die vorige week de concurrentie nog de hielen liet zien met een investering in Facebook, presenteerde een rapport over de eigen bedrijfspraktijk. De belangrijkste conclusie: „De belangen van onze cliënten staan altijd voorop.”

Het lijkt logisch, maar dat is het niet. Aanleiding voor het opstellen van dit rapport was de kritiek dat Goldman vorig jaar haar eigen belangen boven die van haar cliënten had gesteld. Volgens de Securities and Exchange Commission (SEC), de Amerikaanse beurstoezichthouder, had Goldman haar cliënten in 2006 en 2007 investeringsproducten verkocht zonder te vermelden dat de bank zelf geld zou verdienen wanneer deze producten in waarde zouden dalen – hetgeen tijdens de financiële crisis inderdaad gebeurde. De SEC klaagde Goldman Sachs daarom in april vorig jaar aan voor fraude.

Het leidde tot pijnlijke verhoren in de Amerikaanse senaat, een schikking van ruim 500 miljoen dollar met de SEC en het deze week gepresenteerde onderzoek.

Goldmans voornemen om meer openheid te geven, werd door commentatoren prijzenswaardig genoemd, maar er was ook volop scepsis. „Het rapport was bedoeld om cliënten gerust te stellen, toezichthouders te paaien en het personeel richting te geven”, aldus een redactioneel commentaar van televisiezender CNBC. „Maar het leest als een aanbeveling van een consultant: banaal, vol crowd-pleasers en aanbevelingen voor organisatorische veranderingen.”

En die veranderingen maken Goldmans balans nu ook weer niet opeens ‘kristalhelder’, zo stelde de zakenkrant The Wall Street Journal.

„Het meest opmerkelijke aan het rapport is wat het niet zegt”, schreef Simon Johnson, voormalig hoofdeconoom van het Internationaal Monetair Fonds, op het blog Economix. „Nergens wordt melding gemaakt van de grote negatieve effecten die een bank van de grootte van Goldman op de hele economie kan hebben.”

De interne reorganisatie van Goldman noemt Johnson „weinig meer dan irrelevant”. Het is een dun rookgordijn. Het rapport bevat, volgens Johnson, slechts één onthullende verklaring: „Wij beschouwen onze grootte als een troef die we uit alle macht proberen te behouden”. Dat bevestigt volgens Johnson dat er een prikkel bestaat voor banken om groot en „ gevaarlijk voor het systeem” te zijn. „Nergens vind je in het rapport enige serieuze erkenning dat voor Goldman-medewerkers de prikkel bestaat om grote risico’s te nemen.” Het verbaast hem niet: als een bank te groot is om te falen, worden in goede tijden de resultaten omhoog gekrikt (met het oog op de bonussen), terwijl in slechte tijden kan worden teruggevallen op steun van de overheid.