Eis: eerlijk olie delen

Genoeg Zuid-Soedanezen stemden deze week. Het referendum ter afscheiding van het noorden is geldig. De onrust over de nabije boedelscheiding stijgt.

De boeken moeten open. De afscheiding van Zuid-Soedan is nabij nu de Zuid-Soedanezen deze week het referendum over onafhankelijkheid hebben gehouden dat zes jaar geleden in een vredesakkoord met de leiders van Soedan in het noorden was overeengekomen.

Daarmee groeit de noodzaak van een akkoord over de scheiding van de inboedel. Eerder moeizaam overleg hierover liep eind vorig jaar vast. Voorwaarde voor een akkoord, zeggen ministers van de zuidelijke regeringspartij SPLM, is dat de regering in het noordelijke Khartoum openheid van zaken geeft over de opbrengsten van de olie-industrie.

In het vredesakkoord tussen noord en zuid van 2005 spraken de Soedanese Volksbevrijdingsbeweging (SPLM) en de regering in Khartoum af zes jaar lang de olie-inkomsten fifty-fifty te verdelen.

Ruim driekwart van de olievelden ligt in het zuiden, de 1.500 kilometer lange pijpleiding loopt door het noorden naar de havenstad Port Sudan. Beide delen van het land zijn in hoge mate afhankelijk van de olie: Zuid-Soedan voor 98 procent van zijn inkomsten, het noorden voor 40 procent.

Inspelend op teruglopende staatsinkomsten trok de noordelijke regering deze maand subsidies op een aantal basisproducten in, zoals suiker en benzine, waarna de prijzen meteen stegen. Westerse diplomaten waarschuwen voor instabiliteit in het noorden en gevaar voor de positie van president Omar Hassan al-Bashir.

Maar het zuiden dat in een sfeer van euforie leeft na de lange repressie door het noorden, heeft weinig aandacht voor het gevaar van chaos in het noorden. „Het noorden heeft ons jarenlang gedestabiliseerd, daarom maak ik me niet druk als het zuiden nu het noorden destabiliseert omdat het minder oliegelden ontvangt”, zegt een hoge SPLM-functionaris.

Amerika en andere westerse landen oefenen druk uit op Zuid-Soedan om een soort verdeelsleutel zoals afgesproken in 2005, voort te zetten na de officiële onafhankelijkheid op 9 juli. Radicalen in de SPLM willen daar niets van weten. Zij pleiten voor de bouw van een eigen pijpleiding naar Kenia of aansluiting op de pijpleiding van Zuid-Tsjaad naar Kameroen. Pragmatici pleiten ervoor gebruik te blijven maken van de pijpleiding door het noorden, waarvoor het zuiden maximaal 10 procent van zijn olie-inkomsten wil afstaan.

Gebrek aan transparantie in de Soedanese olie-industrie vertroebelt het overleg over een nieuwe verdeling. China, de grootste afnemer van de half miljoen vaten olie per dag, gaf Soedan volgens een westerse diplomaat de afgelopen jaren anderhalf miljard dollar aan leningen. „Maar daar kan Soedan nooit al zijn wapens voor hebben gekocht; waarschijnlijk is onderhands olie voor wapens geruild. De SPLM zal nooit een nieuwe overeenkomst over olieverdeling sluiten als daar geen helderheid over komt.”

Het wantrouwen in het zuiden over de olieopbrengsten nam vorig jaar toe door een rapport van de Britse organisatie Global Witness. Daaruit bleek dat de officiële productiecijfers van de regering in Khartoum voor alle olieblokken 9 tot 26 procent lager waren dan door de oliemaatschappijen gepubliceerde cijfers. In het zuiden kwam men tot de voor de hand liggende conclusie dat het in Khartoum gesitueerde ministerie van Oliezaken oneerlijk spel speelt.

Andere lastige scheidingszaken betreffen de verdeling van het Nijlwater en de schuldenlast van 36 miljard dollar, evenals de ligging van de grenzen. Over de grenzen is volgens de noordelijke minister Nafi Ali Nafi voor 80 procent overeenstemming bereikt.

Het gebied op de grens tussen noord en zuid blijft een heikel punt. Het Hof van Arbitrage in Den Haag deed twee jaar geleden een uitspraak over Abyei waarbij de meeste olievelden in het noorden kwamen te liggen. Veel bewoners van de aan de SPLM verbonden stam de Ngok Dinka leggen zich hier niet bij neer.

De status van Abyei werd in een apart protocol van het vredesverdrag in 2005 geregeld. De regering in Khartoum bewapende tijdens de oorlog de Arabische stam de Misseriya, die in de droge tijd zijn vee in Abyei laat grazen. Khartoum eist stemrecht voor de Misseriya in een referendum, een eis die de SPLM afwijst. Het afgesproken referendum of de inwoners van Abyei bij het noorden of zuiden willen horen kon daarom deze week niet doorgaan.

De SPLM in Abyei voelt zich in de steek gelaten door haar partijbroeders in de Zuidsoedanese hoofdstad Juba. De SPLM in Abyei houdt uit woede nu de jaarlijkse migratie zuidwaarts van de Misseriya tegen. Dat leidde de afgelopen dagen tot hevige gevechten.