Eerst over angsten en zorgen schrijven helpt faalangstige student

Als studenten voorafgaand aan een belangrijk examen tien minuten uitgebreid over hun gevoelens en gedachten over dat examen schrijven, maken ze dat examen een stuk beter – in vergelijking met hoe ze gewoonlijk presteren en in vergelijking met studenten die rustig wachten tot ze aan het examen kunnen beginnen, of die over iets anders moeten schrijven. Het is dus niet zo dat het schrijven over hun zorgen en angsten die pijnlijk saillant maakt: ze schrijven ze juist van zich af. Twee psychologen uit Chicago beschreven het onderzoek gisteren in Science.

Dat schrijven over psychische problemen helpt, is al vaker aangetoond. Mensen met bijvoorbeeld depressieve klachten of posttraumatische stress-stoornis knappen vaak flink op van een aantal schrijfsessies waarin ze hun problemen beschrijven. Ze brengen er dan voor zichzelf lijn in en ze maken er een afgerond verhaal van dat ze kunnen loslaten. Ook stellen ze zichzelf bloot aan gedachten die ze liever zouden vermijden, wat zulke gedachten onschadelijk maakt.

Het bijzondere van het nieuwe onderzoek is ook dat één korte sessie al blijkt te werken. De psychologen toonden dit aan bij scholieren die eindexamen biologie deden én bij studenten die moeilijke wiskundeopgaven moesten maken. De studenten kregen de kans om met de wiskundesommen extra geld te verdienen voor zichzelf en een medestudent die, zo werd verteld, al goed gepresteerd had (dat vergrootte de druk). Studenten die hun angsten van zich af geschreven hadden, presteerden 4 à 5 procent boven hun normale niveau; de studenten in de controlegroep (zonder therapeutisch schrijven) deden het juist zo’n 10 procent slechter.

Ook bij de échte biologie-eindexamens hielp het schrijven – maar alleen bij degenen die van zichzelf zeiden dat ze tijdens examens vaak nadenken wat er zou gebeuren als ze zouden zakken. Als zulke faalangstige scholieren eerst over hun gevoelens hadden geschreven, presteerden ze zo’n 6 procent hoger dan faalangstige scholieren die dat niet hadden gedaan en op hetzelfde niveau als niet-faalangstigen.

Er is ook wel ander onderzoek waarbij één schrijfsessie werkt, maar daar lijkt een ander mechanisme achter te zitten. Als mensen uit een gestereotypeerde groep iets moeten doen waarvan vaak wordt gedacht dat die groep dat niet kan – als bijvoorbeeld vrouwen wiskundesommen moeten maken – presteren ze beter wanneer ze eerst over zichzelf en hun persoonlijke waarden hebben geschreven. Daarmee omzeilen ze het negatieve stereotype en de erbij horende faalangst. Ellen de Bruin