Dit is een ramp. Waarom komt de koningin niet langs?

Rook uit Moerdijk? Geen paniek: de brand is geblust, er waren geen doden. Maar inmiddels is Strijen wél in rep en roer. Bij de dokter gaat het over Tsjernobyl.

Weer hangt een donkere wolk boven het dorp Strijen in de Hoeksche Waard. Het is geen roetwolk zoals na de brand bij het bedrijf Chemie-Pack in Moerdijk, een paar kilometer zuidelijker. Nu is het een wolk van ongerustheid en argwaan. Het is anderhalve week na de heftige woensdagavond en -nacht toen de sirenes loeiden en bewoners gemaand werden thuis te blijven en deuren en ramen te sluiten. En de rust is niet teruggekeerd. Nee, de onrust is juist toegenomen.

De ochtend na de brand hing er een het-leven-gaat-door-sfeer in het dorp. Dit kon overal gebeuren. Gelukkig geen doden en gewonden en verder vette pech. Ook best wel spannend. De drie huisartsen hadden het de dag na de brand zeer rustig.

Nu is het anders. In het café, op de kleine markt achter café-restaurant Het Plein, in de supermarkt, bij de kapper en op straat, iedereen spreekt over de brand. En vooral over de gevolgen. De brand was groot en hevig, van de gevolgen merk je nog niet veel. Maar dat betekent niet dat ze er niet zijn. Veel Strijenaren vrezen het onzichtbare gif dat is neergedaald op akkers en in tuinen. Want waarom mogen de spruiten niet van het land en hebben de koeien opeens diarree?

Sterker nog dan de angst is de argwaan. Het kan toch niet zijn dat de bestuurders niets weten? Ze weten zeker meer, maar willen niets zeggen. Dat is het. Anders komen die twee ministers toch niet pas na een week kijken en blijven ze achter hun gesloten autoraampjes? In Strijen (nog geen 9.000 inwoners) kent iedereen elkaar, iedereen praat met elkaar en iedereen belt elkaar. Vind jij dat niet gek? Wat vind ik gek? Ja, nu je het zegt: dat is wel gek eigenlijk.

In de wachtkamer van Medisch Centrum Strijen, midden in het dorp, gaat het over Tsjernobyl, dioxinegehaltes, loodconcentraat en bodemmonsters. Zo rustig als het vlak na de brand was, zo druk is het nu. Huisarts Nicole Zengerink krijgt vooral mensen met oogklachten (branden, tranen) die vrezen dat het door de brand komt. En patiënten met problemen aan de luchtwegen. De huisarts heeft nog geen klachten gezien die ze zonder meer kan toeschrijven aan de brand. Heel lastig is dat ze ook niet kan zeggen dat de klachten er niet door komen. „Ik zou de mensen graag geruststellen.” Maar ze zou ook willen dat zware rokers en mensen met ernstig overgewicht, zich dáár zorgen over zouden maken. En niet over het gif.

Ze maakt bij oogklachten nu wel meteen een kweek. Dat zou ze anders niet doen. „Want als het inderdaad een virus is, kan ik dat snel melden.” Als dokter maakt zij zich meer zorgen over de influenza-epidemie die eraan komt dan over eventueel giftige stoffen. „Daar zijn wel al doden bij gevallen. En een aantal Strijenaren is flink ziek.”

Afgelopen woensdagavond was er een informatiebijeenkomst voor de bewoners van Strijen en omgeving in de sporthal. De hal was afgeladen vol met zo’n duizend belangstellenden. Nicole Zengerink zat er beroepshalve ook. „Ik wil graag weten wat er speelt.” Ze schrok van de angst. Er waren bewoners die wilden dat bij alle Strijenaren bloed of erfelijk materiaal zou worden afgenomen voor als er later toch schadelijke gevolgen blijken te zijn.

Dat lijkt huisarts Zengerink geen reële optie, maar ze snapt de onrust wel. Het is een fase. Eerst is er opluchting dat er niets ergs is gebeurd. Nu gaat iedereen bedenken wat er had kunnen gebeuren.” De burgemeester van Strijen zei het tijdens de informatieavond ook: „Dit is een ramp.”

Strijen heeft nogal wat meegemaakt, de afgelopen tijd. Vlakbij het keurige, onopvallende dorp te midden van akkers en weilanden, veel boeren en 2 procent niet-westerse allochtonen, werd in september een menselijke voet gevonden. In de haven van Strijensas. Die bleek afkomstig van iemand die overboord was geslagen. In december kreeg een 55-jarige Strijenaar een vuistslag omdat hij drie jongens aansprak op het gooien van sneeuwballen tegen zijn woning. Toen ging nog de C1000 over de kop en bleef er alleen de Albert Heijn over. Assistente Alie, achter de balie bij het gezondheidscentrum: „En nu dus die gifwolk. In wat voor een dorp leven wij?”

De (enige) voorlichter van de gemeente zit afgemat op zijn kamer in het gele gemeentehuis aan de rand van het dorp. Ben Hameeteman werkte zich een slag in de rondte afgelopen week. Hij is niet alleen persvoorlichter, maar regelt ook de communicatie tussen gemeente en bewoners. Hij vindt de argwaan van de bevolking begrijpelijk, zegt hij, maar heel frustrerend. „We houden absoluut geen informatie achter. We zouden graag meer weten. De burgemeester zou het liefst zelf met zijn scheikundedoos de polder intrekken. Wij gemeenteambtenaren zijn ook slachtoffer.” Hij begrijpt ook niet hoe bewoners op de bijeenkomst in de sporthal konden beweren dat ze helemaal onwetend waren gelaten. Terwijl hij via facebook, hyves, twitter, mail, de website van de gemeente en bewonersbrieven aan het communiceren was. „Ik kan toch niet iedereen thuis opbellen.”

Maaike Kranendonk komt het gezondheidscentrum binnen achter de rollator. Ze is al weken aan het kwakkelen, maar sinds de brand heeft ze ook nog last van haar ogen. Ze kan zelfs geen make-up op. „Het is veel ernstiger dan we allemaal denken.” Ze verwacht niet dat de waarheid boven tafel komt. „Al die oogsten die verloren zijn gegaan. Ze zijn bang voor schadevergoedingen.”

Nicole Hoogvliet komt de wachtkamer in. „Met al die ontploffingen, je denkt toch aan een kerngebeuren.”

Een oudere vrouw tegenover haar vergelijkt de brand met een overstroming.

Nicole Hoogvliet: „Water is tastbaar. Gif zie je niet.”

De oudere dame: „Moerdijk schijnt er beter vanaf te komen dan Strijen.”

Magda Riedé heeft geen klachten, maar ze vraagt zich af wat ze moet doen met het roet op haar balkon. „Mag ik dat nou schoonmaken of niet? En moet ik de borstel dan weggooien? Zolang ik niet weet wat het is, kan ik het niet aan mijn hulp vragen.”

Wendy Snoek was met haar twee kinderen toevallig in Drenthe op vakantie toen de brand uitbrak. Maar op het moment dat ze terugreed en Strijen naderde, kreeg ze last van haar luchtwegen. Eerst dacht ze nog dat het misschien psychisch was. Maar de klachten houden aan.

En Nicole Hoogvliet zegt: „Ik denk toch: Dit is een ramp. Waar is de koningin?” Dat er ook veel Strijenaren zijn die hun schouders ophalen, verbaast haar niet. „Strijen is een dorp van nuchtere boeren. Lang niet iedereen werkt meer als boer, maar ze blijven het wel in hart en nieren.”

Sjaak Hoogvliet vindt de chemische troep heel smerig, maar maakt zich geen grote zorgen.

Een moeder van een tweeling van 8 is laconiek. „Dood gaan we allemaal. Ik eet alleen even de prei uit de tuin niet op.”