De stelling van Jan Jaap de Graeff: de ongeduldige medemens is funest voor Natuurmonumenten

Natuurmonumenten verliest in rap tempo leden, omdat de natuur niet langer als een vanzelfsprekendheid wordt beschouwd. Terwijl de natuur ook beschaving is. Ze houdt het land bewoonbaar, zegt Jan Jaap de Graeff tegen Derk Walters.

Leiden-Utrecht 13-1-2011 Jan Jaap de Graeff directeur Natuurmonumenten onderweg in de trein tijdens zijn werk. Foto Floren van Olden

Wat vindt u van de oproep van vogelbeschermer Nico de Haan, deze week in NRC Handelsblad, dat Natuurmonumenten op de barricaden moet?

„Daar ben ik het mee eens. We vinden zelf ook dat we van ons moeten laten horen. Tot voor kort was dat minder nodig, omdat de kabinetsagenda vaak overeenkwam met onze wensen. Nu wij het kabinetsbeleid niet delen, moeten we duidelijk maken waar we staan. Dat doen we ook. We plaatsen advertenties, ik zat in Buitenhof.”

Buitenhof? Is dat niet preken voor eigen parochie?

„Dat is zo.”

Kunt u niet beter De Telegraaf proberen te halen?

„Dat gebeurt ook. Twee weken geleden ging de stelling van de dag in die krant over een door Job Cohen voorgestelde Wet op de basisnatuur. Zes op de tien mensen waren het met zo’n wet eens, tot onze vreugde.”

Volgens De Haan slaat Natuurmonumenten nog geen deuk in een pakje boter.

„Dat ben ik niet met hem eens. Weliswaar daalt het aantal leden, maar we hebben er nog 770.000.”

Dat aantal maakt de barricaden toch niet overbodig?

„De barricaden associeer ik met Greenpeace.”

Is dat niet het probleem, dat Natuurmonumenten te weinig activistisch is?

„Wat is activistisch? Wij hebben halfblote boswachters bij het Binnenhof laten protesteren tegen het uitkleden van de natuur. Of mag het pas activisme heten als je in een bootje walvisvaarders belaagt?

„Wij zijn een grote club. We zoeken de randen van de wet niet op. We hebben ook leden die zeggen dat we niet zo gek moeten doen en gewoon onze terreinen moeten beheren.”

De Haan verwacht dat jullie een leaflet uitdelen met de oproep om niet op een rechtse partij te stemmen bij de Statenverkiezingen.

„Dat doen we natuurlijk niet.”

Waarom niet? Rechts wil toch bezuinigen op natuur?

„Niet alleen linkse mensen houden van de natuur. Dat geldt net zo goed voor aanhangers van rechtse partijen. De natuur is niet links of rechts. Ze is van iedereen. Het zou helemaal de verkeerde kant opgaan om tegen rechts te pleiten. Wij zijn niet tegen bepaalde partijen. We zijn tegen bepaalde ideeën.”

Speelde het gebrek aan activisme een rol bij het vertrek van meer dan honderdduizend leden in twee jaar tijd?

„Het zal hebben meegespeeld, maar ik zie ook andere oorzaken. De natuur wordt niet langer beschouwd als een vanzelfsprekendheid. Steun aan een natuurorganisatie is impulsief. Mensen zijn niet meer jaar in, jaar uit lid. De concurrentie met andere goede doelen is bovendien groot. Behalve zwevende kiezers heb je ook zwevende donateurs. Ook speelt mee dat, voordat de commerciële televisie opkwam, wij tv-shows op een presenteerblaadje aangeboden kregen. Nu moeten we geld bijleggen om überhaupt een keer op tv te komen.”

U noemt vooral externe oorzaken voor het ledenverlies. Ligt het niet aan Natuurmonumenten zelf?

„Ja, ook. We zagen het ledenverlies aankomen. Daarom hebben we talloze mensen om ons heen in een interview gevraagd wat ze van ons vinden. Aan de ene kant vinden mensen ons deskundig, betrouwbaar, solide, een goede werkgever. Aan de andere kant zijn we ver weg, afstandelijk, arrogant, onherkenbaar. Daaruit hebben wij geleerd dat wij de natuur niet als iets vanzelfsprekends moeten opvatten en beter moeten luisteren.”

Speelt het mee dat mensen vinden dat natuurorganisaties soms dubieuze opvattingen hebben, bijvoorbeeld over het onder water zetten van landbouwgrond in de Hedwigepolder en het laten sterven van runderen in de Oostvaardersplassen?

„Dat zijn toevallig twee natuurgebieden die wij niet in ons bezit hebben, maar inderdaad. Soms hebben wij het ecologische gelijk aan onze kant, maar botst dat met sociaal-culturele opvattingen over landbouwgrond en stervende dieren. Dwars door het gebied loopt een spoorlijn. Treinreizigers zien die runderen creperen.

„Wat we niet moeten doen, is het nog één keer uitleggen. Dat helpt niet. Het is ook vaak ‘de’ natuurbescherming die het heeft gedaan. Ik kreeg een tijdje geleden een woedende e-mail over stervende beesten in de Oostvaardersplassen. Dan probeer ik zo iemand te kalmeren en naar hem te luisteren. Pas daarna zeg ik erbij dat dat gebied niet van ons is.”

Natuurmonumenten heeft 355 gebieden in bezit. Is dat niet wat veel?

„Mensen denken bij Natuurmonumenten aan de Veluwezoom of aan Kennemerland, aan onze grote gebieden. Dat we ook kleine gebieden hebben, komt omdat we soms beginnen met een kleine aanwerving. Soms hebben we een schenking gekregen, of betreft het de bescherming van een dier met een kleine biotoop. Wel streven we naar schaalvergroting. Dat vereenvoudigt het beheer.”

Natuurmonumenten kapt bomen, heet het.

„Soms kappen we bijvoorbeeld exotische eiken, omdat ze niet goed zijn voor de biodiversiteit in een gebied. Wat je niet moet doen, is al die exoten in één keer rooien. Dat stuit mensen tegen de borst.

„Ik krijg ook te horen dat het een schande is dat we de hei plaggen. Als we dat niet doen, verdwijnt de hei.”

Het rooien van bomen roept het beeld op dat Natuurmonumenten maar wat doet.

„Daartegen protesteer ik. Onze boswachters zijn vaak prima mensen. Ze doen hun stinkende best.”

Kun je de natuur niet gewoon op haar beloop laten?

„Nee. Je moet ingrijpen om het mooi te houden.”

Een ander verwijt luidt dat Natuurmonumenten het bos dicht doet.

„Dat is een misverstand. Dat komt door het verleden, waarin natuurgebieden soms alleen toegankelijk waren voor leden. Dat is niet meer zo. Negentien op de twintig gebieden zijn open. De enige besloten gebieden zijn rustgebieden voor dieren, en plassen waar niet mag worden gevaren. Daar bestaat alle begrip voor.”

Ik neem aan dat Natuurmonumenten niet gelukkig is met de bezuinigingen.

„Dat klopt.”

Wat moeten jullie opgeven als de plannen doorgaan?

„Het verwerven van natuurgebieden staat integraal op de tocht.”

Is dat erg?

„Medeoprichter Jac. P. Thijsse van Natuurmonumenten en zijn generatie vonden verwerving de beste manier om de natuur te beschermen. Daar hadden ze gelijk in. Het in bezit hebben van natuur geeft de beste garantie op behoud.”

Het verslonzen van bestaande gebieden lijkt mij erger.

„Daarom zeggen we tegen het kabinet dat de subsidie voor de exploitatie sowieso moet worden veiliggesteld.”

Moeten jullie niet wat ondernemender worden?

„Ja. Toch blijft staatssteun wezenlijk. Met het verwerven van gebieden is jaarlijks 30 à 40 miljoen euro gemoeid. Daarvan komt een groot deel van de overheid. De exploitatie kost jaarlijks 70 à 80 miljoen euro. Daaraan draagt het Rijk 10 miljoen bij.”

Natuurmonumenten is toch rijk?

„We hebben een paar miljard aan bezittingen, maar die verkopen we niet. Die beheren we. We hebben 140 miljoen euro aan eigen vermogen. De rente daarop gebruiken we voor de exploitatie. Verder houden we wat achter voor calamiteiten en zijn we de werkgever van 650 mensen.”

Wat vindt u ervan hoe politici praten over natuurbescherming?

„Staatsbosbeheer is meer uit de gratie dan wij. Dat is een heksenjacht. Wat hebben politici toch tegen mensen die niets liever willen dan goed een bos beheren? Wij worden iets minder aangepakt. Wel vind ik het schandalig hoe sommige politici spreken over natuurbeleid in het algemeen. Het is niet langer vanzelfsprekend dat het kabinet iets overheeft voor de natuur. Dan nog vind ik een bezuiniging van 60 procent op de natuur buiten alle proportie.

„Het is ook de toon waarop. Het moet maar eens afgelopen zijn met al die gekke dingen, hoor ik. Gekke dingen? Is dat een juiste betiteling van de natuur, waarvan zo veel mensen plezier hebben? De natuur is beschaving. Ze houdt het land bewoonbaar.”

En nu? Weer entreegeld vragen?

„Dat is ooit opgeheven omdat we geld kregen van de overheid, maar bij onvoldoende steun kan ik het niet uitsluiten. Het is wel heel lastig om nu ineens weer ergens een hek omheen te zetten. Moet je kijken hoe mensen dan reageren.”

Waarom verkopen jullie niet wat gebieden?

„Dan is het snel met ons gebeurd.”

Is het moeilijk om iets kwetsbaars te beschermen?

„Dat is inderdaad moeilijk in dit drukke land. Het is ook moeilijk in de politiek. Dat zie je aan de cultuur, aan ontwikkelingssamenwerking. De natuur staat onder druk, door huizen en wegen. Eens weg blijft weg. De natuur is economisch wat waard. Ze is aantrekkelijk voor het vestigingsklimaat en goed voor de gezondheid.”

Natuur is ook de korenwolf die de komst van een snelweg tegenhoudt.

„Die associatie is duidelijk. Kijk, het gaat ons niet alleen om zo’n beestje. Het gaat om een goede leefomgeving voor het beestje. Toch moeten we onszelf niet reduceren tot de zeggekorfslak. Dat is munitie.”

U bent nu zeven jaar algemeen directeur van Natuurmonumenten. Wat was de grootste verandering?

„In 2004 kregen we nog enkele tienduizenden nieuwe leden door een mailing de deur uit te doen. Dat lukt nu van geen kanten meer. De mensen zijn zo ongeduldig geworden. Wij zijn een vereniging die zorgvuldig een nestje bouwt, tak voor tak. Dat wordt niet meer gewaardeerd. Alles wat gezag uitstraalt, of monumentaal is, staat ter discussie. Dat maakt het uitermate lastig.”