De haute couture van een architect

Het Rijksmuseum, nog volop in restauratie, was voor één middag het decor voor een catwalk: modeontwerperIlja Visser liet zich inspireren door architect Pierre Cuypers.

Zijden jurken en 20 centimeter hoge hakken tussen boorgaten en beton. Het lijkt een onwaarschijnlijke combinatie. Zeker nu het gaat om mannequins in het Rijksmuseum-in-verbouwing. De afgelopen zeven jaar mochten de vloeren hier alleen worden betreden door lompe schoenen met stalen neuzen en betonspetters. Maar voor even is de bouwplaats het decor voor een catwalk: dertien hooggehakte modellen paradeerden afgelopen donderdag onder de pas gerestaureerde gewelven. Voor hen was een uitzondering gemaakt op de veiligheidsvoorschriften die sinds 2003 van kracht zijn; de genodigden van de show moesten wél de onflatteuze beschermende bouwkleding dragen.

De modellen toonden in de Eregalerij van het museum de nieuwste collectie van ontwerper Ilja Visser. Zij liet zich voor haar creaties inspireren door architect Pierre Cuypers, die het Rijksmuseum eind negentiende eeuw ontwierp. Visser is gegrepen door Cuypers. En dan met name door zijn muurdecoraties die de Voorhal sieren en de Eregalerij, waar de zeventiende-eeuwse schilders hingen en weer zullen komen te hangen als het museum klaar is in 2013. Cuypers’ muurdecoraties zijn met de renovatie in ere hersteld. De 32-jarige Ilja Visser vindt ze „waanzinnig”.

Je ziet Cuypers in Vissers kleuren. Rood, geel, grijs, oranje, huidkleur, steenkleur. Ook zij gebruikt natuurlijke kleuren en matte tinten. Je ziet Cuypers in de motieven: wulpse bladeren en hoekige lijnen. Die bladeren golven over de schouders van een huidkleurige all-in-one-suit. In een blouse is een ingewikkeld lijnenspel gevlochten, die doorloopt in een hoogsluitende rok. Cuypers’ rechte lijnen, die stenen imiteren, zie je terug in een grijze jas met capuchon. Het is een soort bolletje, deze jas, met daarop die rechte belijning, alsof hij uit stenen is opgebouwd.

In de rozetten die Cuypers aanbracht tegen de muren en het plafond, ziet Ilja Visser knopen. Die knoopvormen vind je ook terug in haar ontwerpen: in de grote knopen om een middel of op een schouder. En vooral ook in de stof van verschillende stukken – stof die bestaat uit een borduursel van duizenden minuscule, handgelegde borduurknoopjes. Door die French knots wegen de kledingstukken wel een paar kilo. Maar dat zie je niet: de knoopjes geven de jurken juist een lucide beeld. En tegelijkertijd heeft de stof iets van het materiaal van een historisch kostuum.

Ze noemt hem inmiddels heel familiair ‘Pierre’, zozeer heeft Ilja Visser de afgelopen maanden met Pierre Cuypers geleefd. Aan de vooravond van haar show bekent ze lachend: „Ik noem hem soms zelfs stiekem Cuypie.” Ze bewondert de architect, over wie ze inmiddels veel heeft gelezen. „Hoe hij speelt met licht en met die neogotische vormen, die telkens net iets anders steeds weer terugkomen. Ongelooflijk knap.” Ze tekent met haar hand een zeshoek. „Die zeshoekige vorm, lijnen die in elkaar overlopen – dat komt bij mij weer terug. En wist je dat Cuypers met 3D werkte? Hij combineerde echte knopen met tweedimensionaal geschilderde knoopjes, waardoor je een 3D-effect krijgt.”

Ilja Visser wil laten zien hoe bijzonder Cuypers’ werk is en hoe fantastisch het is dat het in ere wordt hersteld. Ze maakte haar Cuypers-collectie met uitsluitend natuurlijke materialen als zijde en linnen. „Pierre werkte ook alleen maar met natuurlijke materialen. Hij weigerde te werken met gips, dat vond hij niet echt. Hij gebruikte ook geen pleisterwerk of geschilderd hout.”

Het begon allemaal tijdens een zogeheten hard hat tour, begin 2009: een rondleiding door het Rijksmuseum-in-verbouwing. Ilja Visser werd tijdens die tour geraakt door het verhaal van Pierre Cuypers’ afbeeldingen, die in de loop der jaren steeds meer onder de witte kalk waren verdwenen. „Ik was kwaad dat er iemand was geweest die heeft gezegd: jongens, we gooien er kalk over! Hoe hebben ze dat kunnen doen, over de mooie vormen uit de negentiende eeuw heen sauzen? Maar ik dacht ook: die vormen, daar kan ik iets mee.”

Ze ging naar huis en bleef rondlopen met Cuypers in haar hoofd. Toen werd ze benaderd door het Prins Bernhard Cultuurfonds, dat jaarlijks 50.000 euro beschikbaar stelt om een jonge, talentvolle modeontwerper die al commerciële collecties heeft uitgebracht, in staat te stellen zich artistiek te ontwikkelen. „Zonder die 50.000 euro had ik dit niet kunnen doen”, zegt Visser. Het geld is met name in het borduurwerk van de duizenden knoopjes gaan zitten.

Het Rijksmuseum was onmiddellijk bereid een modeshow te faciliteren, mits de toch al uitgelopen renovatie geen moment vertraging zou oplopen. Aan die voorwaarde is voldaan, omdat de genodigden donderdag kwamen op een tijdstip dat vaker een hard hat tour is gepland.

Visser is het afgelopen jaar nog een paar keer teruggegaan naar het museum, om met bouwhelm op en stevige schoenen aan foto’s te nemen en indrukken op te doen. Ze begon met de vormen van de decoraties; ze maakte schetsen die ze vertaalde naar kleding. Daarna richtte ze zich op de kleuren. Zoals de restauratoren van de schilderingen de kleuren van de negentiende-eeuwse muurverf hebben moeten laten namaken bij verffabrikant Sikkens, moest Ilja Visser de verfkleuren omzetten naar modekleuren.

Ruim een half jaar is er met ruim 25 man gewerkt aan de creaties. Het is de meest gebeeldhouwde collectie die Ilja Visser tot nu toe maakte. Haar werk kenmerkt zich vooral door sluike modellen. „Het is absoluut meer gesculptuurd dan mijn eerdere werk”, beaamt Visser. „Ik wilde echt Pierres werk benadrukken.” Het is ook de eerste couturecollectie die ze in eigen huis maakte. Sinds 2010 heeft Ilja Visser haar atelier boven haar winkel aan de Prinsengracht.

Haar persoonlijke favoriet uit de Cuypers-collectie is een pak met geometrische lijnen. Het patroon van de top loopt over in de broek. „Ik houd van onverwachte dingen”, zegt ze. En ze houdt van de belijning van de korte all-in-one-suit, met blad op de schouder, een knoop in het middel en met lage zakken. Die diepe zakken zijn kenmerkend voor haar stijl: ontspannen, vrij en toch vrouwelijk. Voor het eerst ontwierp Visser voor deze collectie ook schoenen. De beige pumps zien eruit als kleine gebouwtjes, met een zeshoekig fundament. Ze vergelijkt ze met de manier waarop Cuypers vloer en plafond met elkaar verbindt: het mag anders, maar het is mooi als het een geheel vormt.

Ilja Visser werkte eerder aan de hand van een thema. Ze ontwierp bijvoorbeeld een collectie rondom het taoïstische handboek The Tao of Pooh en liet tijdens de show haar modellen met grote teddyberen lopen. Maar nooit eerder liet ze zich door één persoon inspireren. Ze gaat het vaker doen, denkt ze. „Dit is absoluut een mooie wending.”

Haar presentatie noemde ze ‘Ambacht – een ontmoeting met Pierre Cuypers’. „Tegenwoordig draait alles zo om snelheid dat het ambachtelijke soms verloren gaat.” Ze hoopt dat mensen zien dat ze die liefde voor het handwerk met de negentiende-eeuwse architect gemeen heeft. Een paar keer herhaalt ze: het is het ambachtelijke in het werk van Cuypers dat haar zo betovert. Maar ook dat hij tijdens de bouw van het museum training-on-the-job gaf, vindt ze bijzonder. Dat gebeurde nu weer, bij de reconstructie van de schilderingen: leerlingen van de schildersopleiding Sint Lucas in Boxtel brachten de decoraties aan. Op de vraag of ze dat nu ook zelf gaat doen, jongeren opleiden, lacht Ilja Visser: „Ik ben mezelf nog aan het opleiden.”