Blinde Bennie

De Mozes en Aäronstraat, tussen het Paleis op de Dam en de Nieuwe Kerk, is een van de tochtigste, koudste, onherbergzaamste straten van Amsterdam. Zelfs als de kraaien uit de bomen vallen, voel je er nog een kille tocht. Daar, waar nooit de zon schijnt, stond tot 7 december 2010 de straatmuzikant Bennie Volkens bijgenaamd Blinde Bennie. Hij had een buikorgeltje met een slinger. Er kwam geen grootse muziek uit, ik zou niet meteen iets uit zijn repertoire weten te noemen, maar het geluid paste bij het decor. Treuriger valt het niet te verzinnen. Iedere keer als ik langs hem liep, vertraagde ik de pas en gaf hem zijn honorarium.

Op die winterdag stopte er een politiebusje. Bennie, nu 54, werd gearresteerd, op het bureau verhoord en daar kreeg hij te horen dat hij 23 jaar zonder vergunning had gespeeld en dat het nu afgelopen moest zijn. Stel je voor dat we allemaal zonder vergunning op straat muziek gingen maken. Dat zou een mooie boel worden! Bovendien bleek hij een mes in zijn zak te hebben. Dat mag ook niet meer. Bennie kreeg 282 euro boete. Maar de woordvoerder van de politie, mevrouw Ellie Lust, wist een oplossing. In Amsterdam mag je wel zonder vergunning in het openbaar muziek maken, maar niet langer dan een half uur op dezelfde plaats. Als Bennie af en toe naar de Dam zou lopen was het allemaal weer in orde.

Dit hele verhaal kwam op de Amsterdamse televisiezender AT5 en in De Telegraaf en wie nu het fijne ervan wil weten, gaat naar Google. Je tikt blinde Bennie in en je ziet en hoort alles, met een paar fragmenten muziek. Ik ben vooral verbaasd door de denkkracht van de overheid. Graag had ik getuige willen zijn van een vergadering waarin de bepaling tot de beteugeling van de straatmuziek ter tafel kwam. Eén uur op dezelfde plaats muziek maken, stelde een tolerante ambtenaar voor. Véél te lang, riep een ordelievende collega. Drie kwartier dan? Na een hele middag vergaderen waren ze er nog niet uit, de zitting werd verdaagd. De volgende dag werd besloten dat een half uur het absolute maximum was. Toen volgde de ontmaskering van Bennie. Een ploegje agenten rukte uit en de rest heb ik beschreven.

Wat hebben we in Amsterdam de laatste tijd tegen straatmuziek? Het draaiorgel, het pierement kan er voor de wetgever nog mee door. Echte Amsterdammers, vooral Jordaners kunnen er tot tranen door geroerd worden. Maar eerlijk gezegd, ik ben geen liefhebber van die gemotoriseerde muziekfabriek. Gewone muziek, gemaakt door talenten die op gewone instrumenten spelen, daar gaat het om. Bij beter weer zitten op een beschutte plaats voor het Centraal Station drie muzikanten uit de Balkan, een violist, een gitarist en een accordeonist. Ze spelen goddelijk. Ik blijf luisteren, laat een tram voorbij gaan, gooi mijn bijdrage in het bakje en maak een korte, lichte buiging. De chef d’orchestre glimlacht. Mijn dag kan niet meer kapot, denk ik.

Op het Rembrandtplein had je vroeger een Engelse zanger die zichzelf op de gitaar begeleidde. Hij had een beperkt repertoire uit de sentimentele popmuziek. Ook meeslepend. In het tunneltje onder het Rijksmuseum stonden een paar Russen muziek uit hun eigen land te maken. Je wist niet wat je hoorde. Iedere grote stad heeft recht op haar eigen straatmuziek. In Parijs staat op mooie middagen en avonden op de hoek van de Boulevard en de Place St Germain een man die op een soort xylofoon speelt. Denk ik. Of het is een soort klavecimbel. Ik heb er geen verstand van. Maar wel weet ik dat hij een muzikaal genie is. En dan, in Manhattan, op de hoek van de Zevende Avenue en de 23ste Straat zit een zanger van middelbare leeftijd die zichzelf op de gitaar begeleidt. Hij heeft zich, overeenkomstig zijn leeftijd, gespecialiseerd in vroege rock-’n-roll. Deze musicus woont in de ingang van de voormalige YMCA, daar schuin tegenover. Komt u in de buurt, ga luisteren en geef hem een dollar, op z’n minst.

Wat is het geheim van goede straatmuziek? Ten eerste moet je er onverwachts door worden getroffen. Je gaat niet met bewuste bedoelingen naar een straatmuzikant luisteren. Plotseling is hij er, en je herkent het: hij is goed, hij kan er iets van. Dan moet je op een bepaalde manier in je ziel worden getroffen, niet door de schoonheid maar doordat de klanken diep in je hersens een reeks associaties in beweging zetten. Een zekere sentimentaliteit maakt zich van je meester, een heimwee naar iets onzegbaars. Als het goed is krijg je een beetje – niet veel – medelijden met jezelf. Een paar minuten zwelg je in dit gevoel. En dan is het weer tijd om verder te gaan. Nooit het honorarium vergeten. Diep tevreden loop je de rest van de dag in.