Bij de voorplaat

Meer dan duizend knuffels, ballen en speelgoedringen kent border collie Chaser bij naam. Feilloos kan de hond ze uit elkaar houden. Chaser werd drie jaar lang dagelijks gedurende 4 tot 5 uur getraind door de psychologen Alliston Reid en John Pilley van Wofford College in Spartanburg, South Carolina. Reid en Pilley waren geïnspireerd door een artikel in Science uit 2004. Daarin beschreven Duitse onderzoekers van het Max Planck Instituut voor Evolutionaire Psychologie in Leipzig de negen jaar oude border collie Rico, die een ‘woordenschat’ had voor meer dan tweehonderd voorwerpen. Op het onderzoek met Rico kwam veel kritiek van vakgenoten, die vonden dat niet was uitgesloten dat Rico ‘hints’ oppikte van zijn trainers over welke voorwerpen hij moest ophalen.

Reid en Pilley trainden Chaser vanaf de dag dat zij, 8 weken oud, bij hen in huis kwam wonen (binnenkort in Behavioural Processes). De onderzoekers moesten regelmatig op pad om nieuwe knuffels en andere voorwerpen te kopen in een lokale tweedehandswinkel. Om misverstanden te voorkomen schreven ze de verzonnen naam van het voorwerp er met zwarte viltstift op. Dagelijks leerde Chaser de naam van een of twee nieuwe objecten, en werden de namen van oude voorwerpen herhaald. Chaser leerde niet alleen voorwerpen ophalen die de trainer bij naam noemde (‘haal Bamboozel’), maar kon ook categorieën onderscheiden (‘haal alle ballen’) en de naam van nieuwe voorwerpen afleiden uit het feit dat deze als enige onbekend voorwerp tussen allemaal oude voorwerpen lag.

De onderzoekers stopten het experiment toen Chaser 1.022 voorwerpen kende. Er was op dat moment nog geen spoor van dat het brein van de hond verzadigd was met woorden, maar, schrijven de onderzoekers: ‘We konden de investering van 4 tot 5 uur trainen per dag niet langer opbrengen.’ [SV]