Zuid-Afrika vreest zijn oude goudmijnen

Vervuild water uit verlaten goudmijnen dreigt grote schade te veroorzaken in Zuid-Afrika. „Gebeurt er nu niets, dan loopt volgend jaar Johannesburg vol.”

Op tien centimeter hoge naaldhakken baant milieuactivist Mariette Liefferink zich een weg door de modder van de krottenwijk Tudor Shaft. Maar niemand kijkt op: ze komt hier vaker. Een bewoner die in zijn moestuin staat te graven begroet haar vriendelijk. „Hij heeft geen idee”, fluistert Liefferink op samenzweerderige toon. Geen idee van de giftige grond waarop hij zijn maïs en aardappelen heeft gepoot. „Wat hier groeit”, zegt ze, „is voor consumptie ongeschikt.” Ze zal het bij haar volgende voorlichtingsbijeenkomst uitleggen.

Tudor Shaft Informal Settlement is gebouwd op een van de vele stortplaatsen voor mijnafval aan de westkant van Johannesburg. In 2002 sijpelde via oude mijnschachten in deze omgeving voor het eerst zuur mijnwater naar boven. Het water uit de verlaten mijnen neemt door de hoge zuurgraad zware metalen, waaronder cadmium, lood en het radioactieve uranium, met zich mee en veroorzaakt volgens wetenschappers en activisten een lang voorziene ecologische ramp.

Begin vorige maand constateerde een door milieuactivisten ingehuurde Britse onderzoeker, professor Chris Busby van een kleine universiteit in Noord-Ierland, dat de straling in de hutjes van Tudor Shaft tenminste vijftien keer boven het toegestane niveau ligt. ‘Zuid-Afrika’s eigen Tsjernobyl’ kopte een krant. De onderzoeker adviseerde de bewoners terstond te evacueren. „Maar dat gebeurt niet”, zegt Liefferink. „Ze kunnen geen kant op.”

Johannesburg is gebouwd op goud. Toen de rijke ertslagen in 1886 werden ontdekt, bestond dit deel van Zuid-Afrika uit louter landbouwgrond. Nu ligt hier de grootste stad van zuidelijk Afrika. Nergens in de wereld waren de goudvoorraden zo omvangrijk en nergens in de wereld kwamen zo veel mensen zo gevaarlijk dichtbij de mijnen te wonen. Maar sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw raakten veel mijnen uitgeput.

Met het sluiten van de mijnen vulden de ondergrondse ruimtes zich met het water dat door de pompen van de mijnbedrijven zo lang op afstand was gehouden. Het pyriet in de grond, een zwavelhoudend mineraal, maakt het mijnwater zo zuur dat zware metalen erin kunnen oplossen. Natuurlijke bronnen – het gebied rond Johannesburg stond als ‘Witwatersrand’ ooit bekend om het heldere water dat her en der opborrelde – brengen het giftige water vervolgens aan de oppervlakte, waar het mengt met grondwater.

„Hier rond Krugersdorp kwam het eerste water uit het West Rand Basin omhoog”, doceert Liefferink aan de rand van een desolate vlakte waar behalve tussen het mijnafval spelende kinderen geen enkel leven te bespeuren valt. Ze toont een meertje, Robinson Lake, dat door de Zuid-Afrikaanse nucleaire waakhond officieel ‘radioactief’ is verklaard. Daaromheen is alle begroeiing verpakt in een laag van glimmend roodgekleurd slijk. „Dat zijn die zware metalen”, wijst Liefferink.

Een paarhonderd meter verderop ligt op het terrein van het kleine mijnbedrijf Rand Uranium een oude schacht die duizenden liters water per minuut uitbraakt. Het water stroomt een weiland op, richting de Tweelopiesspruit, een riviertje dat weer in verbinding staat met de machtige Vaal-rivier. De sterke zwavellucht rondom het overlooppunt slaat op de keel.

Het water, erkent een door Liefferink opgetrommelde medewerker van het mijnbedrijf die anoniem moet blijven, is onbehandeld en vormt een gevaar voor nabije bewoners, voor de landbouw en de biodiversiteit. De eerste slachtoffers: twee nijlpaarden in een klein wildreservaat hier in Krugersdorp. Zij baden in giftige modder en door het zure water zouden ze inmiddels blind zijn. Boeren in het stroomgebied van de Tweelopiesspruit rapporteerden al verminkt geboren veulens, maar over directe gezondheidsgevolgen voor mensen hier is nog weinig bekend.

Na de mijnen op de West Rand, vullen ook de ondergrondse ruimten pal onder de binnenstad van Johannesburg zich nu met het zure water. Sinds in 2008 de laatste pomp van het centrale mijnsysteem kwam stil te liggen, stijgt het water met zo’n 18 meter per maand. Het water is de oppervlakte tot op iets meer dan vijfhonderd meter genaderd.

„Als nu niets gebeurt, dan loopt begin volgend jaar het zakencentrum van Johannesburg vol en dreigt een miljardenramp”, zegt Liefferink. Het bijtende water kan ondergrondse kabels en funderingen aantasten en kelders kunnen vollopen met giftige drek die op de lange termijn gezondheidsschade veroorzaakt. Wetenschappers en de provinciale overheid onderschrijven de doemscenario’s, maar de tijd begint te dringen.

„De oplossingen zijn voorhanden”, zegt hoogleraar Anthony Turton, waterspecialist aan de Universiteit van de Vrijstaat in Bloemfontein. „Je kunt nieuwe pompen installeren en het water behandelen. Maar wie gaat dat betalen? Niemand wil verantwoordelijkheid nemen.”

De overheid en de meeste activisten vinden dat de mijnindustrie volledig verantwoordelijk is, maar de bedrijven die de meeste schade hebben aangericht bestaan al lang niet meer of zijn niet meer in Zuid-Afrika actief. Op de West Rand werken nog vooral bedrijven die vanwege de hoge goudprijs het tientallen jaren oude mijnafval doorploegen op zoek naar achtergebleven restjes goud.

Het kabinet van president Zuma zal deze maand waarschijnlijk besluiten tot een partnerschap tussen overheid en de mijnsector. Activist Liefferink maant tot haast. Ze was jarenlang actief Jehova’s Getuige. Met een zelfde volharding zet ze nu haar voet tussen de deur bij autoriteiten die volgens haar te weinig doen om de ramp te keren. „Zuid-Afrika heeft zijn rijkdom te danken aan de goudmijnen”, zegt ze. „Maar als nu niets gebeurt, dan worden diezelfde mijnen onze ondergang.”