Ziehier: het nieuwe Wirtschaftswunder

wee economische grootmachten, twee recepten voor de crisis. De Amerikaanse aanpak: snelle en massale ontslagen, een uiterst beperkt sociaal vangnet om werknemers te stimuleren snel weer aan de slag te gaan, een fors stimuleringspakket door de overheid, de geldmarktrente naar nul en massale aankoop van schatkistpapier door de centrale bank om ook de lange termijnrentes laag te houden. De Duitse aanpak: tijdelijke ontslagen, een vangnet om de koopkracht op peil te houden, een nadruk op begrotingsdiscipline en een ruimhartig, maar niet overdreven soepel monetair beleid van de Europese Centrale Bank.

De benadering van Berlijn werd op de financiële markten, waar de Angelsaksische kijk op de zaken vaak domineert, direct betiteld als onverantwoordelijk, ouderwets en egocentrisch. Maar de werkelijkheid ziet er bij het begin van 2011 toch anders uit.

De Amerikaanse economie groeide in het afgelopen jaar vermoedelijk met tegen de drie procent, bij een inflatie van 1,7 procent, een werkloosheid van 9,4 procent en een huizenhoog begrotingstekort van rond de 10 procent – als het meezit. De Duitse economie, werd woensdag bericht, groeide vorig jaar harder dan de Amerikaanse, met 3,5 procent. De inflatie was lager, met 1,1 procent. De werkloosheid is 7,5 procent en het begrotingstekort 3,2 procent – nog geen derde van het Amerikaanse.

Onverantwoordelijk? Nee. Ouderwets? Kan zijn, maar het blijkt effectief om niet te zijn meegesleurd in de Keynesiaanse impuls waarvan de Amerikaanse autoriteiten hun internationale partners probeerden te overtuigen. En egocentrisch? Nee. De Duitse groei wordt gedragen door de binnenlandse vraag. Het overschot op de betalingsbalans belooft in 2011 zelfs te krimpen. De export floreerde vorig jaar, maar de invoer groeide sneller.

Nu kan nog blijken dat het huidige Wirtschaftswunder van korte duur is. Er zit een element van toeval in de omstandigheden waarin het land nu floreert. Dat de rente op de kapitaalmarkt laag is, dankt Duitsland mede aan de eurocrisis, waardoor beleggers zijn gevlucht in Duits staatsschuldpapier en de rente zo omlaag hebben gedreven. Dat de euro door de crisis een relatief lage koers heeft, komt de industrie niet slecht uit. Er is ook geen vastgoedcrisis zoals in de Verenigde Staten, Ierland of zuidelijk Europa, omdat er nooit een hausse is geweest in de Duitse huizenmarkt – vooral een gevolg van de traditioneel uiterst conservatieve hypotheekfinanciering.

Voorlopig lijkt de vaart er nog in te zitten. Dat is goed nieuws voor de Nederlandse satellieteconomie. Wellicht mogen de prognoses voor de economische groei in 2011 wel omhoog. Een enkele zakenbank is daar al mee begonnen, maar beter is het af te wachten hoe het vierde kwartaal in Nederland is geweest.

Als er sprake zou zijn van een test tussen de Amerikaanse en de Duitse aanpak, dan is dit een tussenstand. Maar Duitsland, dat vorig jaar de sterkste groei in twintig jaar doormaakte, bewijst wel dat het voor een ‘oud industrieland’ mogelijk is om ook in de snel veranderende internationale economie een goede plek te vinden. Duitse kapitaalgoederen en auto’s worden in China serieus genomen, en besteld. En innovatie is er genoeg, op onverwachte plaatsen. Duitse programmatuur en apparaten domineren de moderne muziekindustrie, zonder dat dit erg opvalt. Zonder Duitsers geen dance. En wie had ooit gedacht die bewering ergens aan te treffen?