Wereldwijd terugval op gebied van democratie en burgerrechten

Autoritaire regimes worden agressiever. Democratische landen stellen daar weinig tegenover, zegt onderzoeks-groep Freedom House.

Voor het vijfde opeenvolgende jaar gaat het wereldwijd gezien slechter met de democratie en de burgerrechten. Deze waarschuwing staat in het jaarlijkse rapport Vrijheid in de wereld van de Amerikaanse organisatie Freedom House.

„De toegenomen agressiviteit van de machtigste autoritaire regimes in de wereld gaat gepaard met een groeiend onvermogen of onwil bij de democratieën in de wereld om deze autoritaire uitdaging het hoofd te bieden, met belangrijke gevolgen voor de mondiale staat van de vrijheid”, zegt Arch Puddington, die het onderzoek heeft geleid.

De grootste boosdoeners zijn China, Rusland, Venezuela, Iran, Egypte en Wit-Rusland. Maar binnen Europa staat de vrijheid volgens het gisteren gepubliceerde rapport ook onder druk in Frankrijk, Hongarije en Letland.

De 194 onderzochte landen zijn onderverdeeld in drie groepen: vrije, gedeeltelijke vrije, en onvrije landen. Het aantal vrije landen is het afgelopen jaar met twee (Mexico en Oekraïne) gedaald, naar 87 . Er zijn elf landen waar het beter gaat met democratie en burgerrechten, maar daartegenover staan 25 landen die achteruitgang laten zien. Het aantal landen met democratische verkiezingen is met één gedaald, naar 115. Zestig landen staan nu als gedeeltelijk vrij te boek, 47 landen als niet vrij.

Sinds 1972, toen het rapport voor het eerst werd gepubliceerd, is nog niet zo’n duidelijke terugval te zien geweest, zo staat in het rapport. Tot 2004 ging het op de meeste fronten beter: meer landen organiseerden verkiezingen, de vrijheid van meningsuiting nam toe, samenlevingen werden pluralistischer. Maar daarna is een terugval gekomen. Niet eens zozeer op het gebied van verkiezingen, al staat er in het rapport harde kritiek op de „onwaarschijnlijke uitslagen” in Egypte en Wit-Rusland. De problemen zijn vooral overheidscorruptie, beperkingen van de vrijheid van meningsuiting en de academische vrijheid, bedreigingen voor de rechtsstaat, en een georganiseerde misdaad.

China krijgt de meeste kritiek. „Geen enkele regering – zelfs de Sovjet-Unie of nazi-Duitsland niet – heeft ooit de Nobelprijs voor de Vrede bejegend met iets dat ook maar lijkt op de minachting die Peking heeft laten zien”, zei Puddington. Hij herinnerde aan de dreigende taal tegen Noorwegen, de druk op andere landen om niet naar de ceremonie in Oslo te komen, en de arrestatie van sympathisanten van de winnaar van de prijs, de Chinese hoogleraar literatuur en dissident Liu Xiaobo.

Andere conclusies uit het rapport:

Letland en Hongarije staan nog steeds op de lijst van vrije landen, maar er zijn grote zorgen over de persvrijheid wegens de nieuwe mediawet in Hongarije en troebele transacties rond de verkoop van een belangrijke krant in Letland. In het algemeen is door de economische crisis de politieke ontwikkeling van een aantal landen in het voormalige Oostblok vertraagd of laat deze een terugval zien.

Frankrijk krijgt een gele kaart wegens „het onvermogen van het land om te gaan met immigranten uit het Midden-Oosten en Afrika, en met de Roma uit Oost-Europa.” Overigens stelt het rapport vast dat overal ter wereld landen er onvoldoende in slagen „op een humane manier om te gaan met massa-immigratie”.

De problemen in Mexico, waar drugsbendes steeds meer macht krijgen, breiden zich uit naar andere Midden-Amerikaanse landen als Guatemala en dreigen ook over te slaan naar Afrikaanse landen.

In het Midden-Oosten en Noord-Afrika is vrijwel geen vooruitgang zichtbaar. De afgelopen tien jaar is Indonesië vrijwel het enige moslimland dat vooruitgang heeft geboekt op het gebied van democratie en burgerrechten.

De meest onvrije landen zijn Birma, Equatoriaal Guinee, Eritrea, Libië, Noord-Korea, Somalië, Soedan, Tibet, Turkmenistan en Oezbekistan.