Vermalen tussen Hitler en Stalin

West-Europa weet erg weinig van de gruwelijke historie van het voormalige Oostblok.

Driedubbele massamoord teisterde de ‘bloedlanden’.

Van Oekraïne weten de meeste mensen niet meer dan een handvol negatieve clichés: Oekraïners zijn antisemieten en oorlogsmisdadigers, de elite heeft zich wederrechtelijk verrijkt (zie Joelia Timosjenko, de gasprinses met de blonde vlechten), de in het Westen bejubelde Oranjerevolutie is mislukt en het land is een potentiële bedreiging voor onze gastoevoer.

Gelukkig is er nu Bloodlands, voor zover mij bekend het eerste boek dat de Europese landen die in de vorige eeuw vermalen zijn tussen Hitler en Stalin, de centrale plaats geeft die hun toekomt. De Amerikaanse historicus Timothy Snyder definieert ‘bloodlands’ als ‘de gebieden die ergens tussen 1933 en 1945 onderworpen zijn geweest aan zowel de Duitse als de Sovjet-politiemacht en de daarmee verband houdende massamoordpraktijken.’ Dat zijn de Baltische landen, Wit-Rusland, Polen en Oekraïne, die bezet zijn door de Russen, de Duitsers en opnieuw de Russen. Ze werden in 1939 na het Molotov-Ribbentropverdrag tussen Duitsland en de Sovjet- Unie verdeeld. Voor hen niet één bezetter, maar twee. Dat betekent een onmogelijke keuze tussen twee kwaden, die hen na de oorlog opzadelde met een slecht imago in Oost én West. Dit gebied was het decor voor de horror van de Holocaust.

Veertien miljoen mensen uit heel Europa, berekent Snyder, verloren tussen 1933 en 1945 in de bloedlanden het leven door een opzettelijke politiek van massamoord van twee kanten. Vier miljoen komen voor verantwoordelijkheid van Stalin, tien miljoen van Hitler, onder wie zes miljoen joden en 3,5 miljoen krijgsgevangenen. Dit aantal is exclusief de ‘gewone’ slachtoffers. Na 1945 verdween dit gebied achter het IJzeren Gordijn en zonk het voor het Westen in de vergetelheid. De Sovjet-Unie deed er sindsdien alles aan de werkelijke aard van de slachtpartijen te verdoezelen. De Sovjet-terreur tegen de eigen bevolking werd doodgezwegen. En ook de erfenis van de oorlog werd ideologisch aangepast. De Grote Vaderlandse Oorlog, zoals de Russen WO II noemen, moest een verhaal zijn van Russisch leed en Russische triomfen. Sterker nog: aan het antisemitisme kwam in de Sovjet-Unie na de Holocaust geen eind. Vlak voor zijn dood orkestreerde Stalin nog éénmaal een antisemitische campagne. Joodse artsen, die hem naar het leven zouden staan, werden gearresteerd. Gelukkig overleed de dictator vóór het zogenaamde ‘Dokterscomplot’ tot executies kon leiden.

Bloodlands is een boek vol gruwelijke getallen. Maar de waarde van het boek ligt in de vergelijkingen die Snyder maakt tussen de regimes van Stalin en Hitler. Zo hadden beiden een agressieve landbouwpolitiek, die uithongering gebruikte als machtsmiddel. Stalin verordonneerde begin jaren dertig de modernisering van de Sovjet-Unie door middel van de collectivisering van de landbouw en requisitie van alle levensmiddelen. Dat leidde in 1933 tot een hongersnood die 3,3 miljoen inwoners van Oekraïne het leven kostte.

Ook Hitler gebruikte voedsel als wapen. Zijn landbouwpolitiek was gericht op de kolonisering van Polen en de Sovjet-Unie, voornamelijk Oekraïne, die moesten dienen als graanschuur voor Duitsland en Lebensraum voor Duitse boeren. Duitse soldaten en burgers moesten worden gevoed met levensmiddelen die de Sovjet-burgers afhandig werden gemaakt. Hitler had een hongerplan in gedachten, dat Poolse en Oekraïense Untermenschen het leven zou kosten.

‘Het gedrag van Hitlers beul Göring in september 1941 leek verbluffend veel op het gedrag van Stalins beul Kaganovitsj in december 1932. Beide mannen vaardigden instructies uit voor een voedselpolitiek die miljoenen mensen het leven zou kosten’, aldus Snyder. Beide tirannen verwierpen de Verlichting en stonden op het darwinistische standpunt dat vooruitgang mogelijk was, maar alleen, zo schrijft Snyder, als resultaat van een gewelddadige strijd tussen rassen of klassen. Beiden streefden naar een groot rijk met ‘imperiale autarkie’. In de jaren dertig was het Stalin-regime bloediger dan dat van Hitler, waar de SS nog in de kinderschoenen stond. In de Kristallnacht in november 1938 werden in Duitsland een paar honderd joden gedood, een week later werd in de Sovjet-Unie de Grote Terreur beëindigd, die ‘ongeveer duizend keer meer mensen op etnische grondslag had gedood dan nazi-Duitsland.’ Ook de Duitse en Russische houding ten opzichte van krijgsgevangenen vertoont overeenkomsten. Zelfs de terminologie was verwant: de Russen hadden hun Goelag, de Duitsers hun Dulag (Durchgangslager), Stalag (Stammlager) en Oflag (Offizierslager). Hitler noch Stalin verdroeg het idee dat hun soldaten in handen zouden vallen van de vijand. Conservatief geschat, zegt Snyder, hebben de Duitsers een half miljoen krijgsgevangenen geëxecuteerd en er nog eens 2,6 miljoen laten creperen door uithongering of mishandeling. De Sovjetsoldaten die het krijgsgevangenenkamp overleefden en na de oorlog naar de Sovjet-Unie terugkeerden, werden vervolgens door Stalin als landverraders naar de Goelag gestuurd.

Eén miljoen van die krijgsgevangenen, voornamelijk uit Oost-Europa, zijn door de Duitsers gerekruteerd voor beulswerk. ‘Zo werden mensen die de ene massamoord van de Duitsers hadden overleefd handlangers in een andere massamoord, toen een oorlog die bedoeld was om de Sovjet-Unie te vernietigen een oorlog werd om de joden te vermoorden.’ Sommigen deden het om hun leven te redden, anderen uit sadisme, opportunisme of volle overtuiging.

Antisemitisme heeft juist in de bloedlanden een lange traditie. Hitler gebruikte de lokale bevolking voor executies of kampbewaking. De Oekraïener Demjanjuk, die nu in Duitsland voor de rechter staat, was er zo een. Maar Snyder heeft niks op met gemakkelijk moralisme: ‘Het is veel aanlokkelijker om je te identificeren met de slachtoffers dan om de historische achtergrond te begrijpen die zij deelden met de daders en de toeschouwers in de bloedlanden.’ Alleen het complete beeld kan recht doen aan de geschiedenis. Snyder waarschuwt voor de ‘competitieve martyrologie’ waaraan heel Europa zich sinds WO II schuldig maakt.

Bloodlands zit vol grote getallen. Jammer is dat daardoor het zicht op het gewone-mensenverhaal soms naar de achtergrond verdwijnt. Onuitgewerkt blijven ook de recente pogingen in Oost-Europa om met haar besmette verleden om te gaan.

Snyder laat daarentegen wel haarscherp zien dat niet alleen de Russen en Oost-Europeanen onderling nog heel wat geschiedenis hebben te verwerken, maar dat ook het gemakzuchtige West-Europa verplicht is zich te verdiepen in de tragedie die zich in de 20ste eeuw in die onbekende gebieden in het hart van Europa heeft afgespeeld.

Timothy Snyder: Bloodlands. Europe between Hitler and Stalin. The Bodley Head, 500 blz. € 35,75. De vertaling verschijnt deze maand bij Ambo