Tunesiërs ruiken kans na beloftes Ben Ali

President Ben Ali doet concessies aan de betogers in Tunesië. De jonge demonstranten lijken zich alleen maar gesterkt te voelen in hun protest.

Toenemend, bloedig protest tegen zijn regime heeft de Tunesische president Zine al-Abindine Ben Ali gisteren gedwongen tot nieuwe concessies. Maar duizenden betogers verzamelden zich vanochtend in Tunis om duidelijk te maken dat zij daarmee geen genoegen nemen. „Tunis nu; spreekkoren zeggen we gaan door tot Ben Ali weg is”, twitterde @Alihabibi1, de pro-democratie-activist Ali Habibi. „Ben Ali moet komen en zien hoezeer hij wordt gehaat.”

Ben Ali (74 jaar, sinds 23 jaar president) stelt zich in 2014 niet herkiesbaar. Hij beloofde gisteren ook „totale persvrijheid en verwijdering van beperkingen in internet”. De prijzen van brood, melk en suiker, die de laatste weken scherp zijn gestegen, gaan omlaag. Politie en leger zullen niet meer schieten op betogers. „Ik accepteer niet dat er ook nog maar één druppel bloed van een Tunesiër wordt vergoten.”

Deze beloften zijn zo te zien te weinig en te laat om een einde te maken aan de protesten. Voor de jonge betogers vormen ze eerder een aanwijziging dat de president verzwakt is en een aansporing om door te gaan en een einde te maken aan zijn bewind. Activisten op Twitter en weblogs zijn absoluut niet gepacificeerd. Eerdere concessies, waaronder het gedwongen vertrek van de machtige minister van Binnenlandse Zaken, hadden evenmin effect.

„Ik begrijp de Tunesiërs”, verzekerde Ben Ali in zijn toespraak. „Ik ben bedroefd over wat er nu gebeurt na vijftig jaar dienst aan het land, militaire dienst, al mijn verschillende posten, 23 jaar presidentschap.”

Vertegenwoordigers van gevestigde oppositiepartijen reageerden gematigd positief. Najib Chebbi van de Democratische Progressieve Partij – de belangrijkste door het autoritaire regime erkende oppositiepartij – vond dat de president „het hart van de zaak heeft aangeraakt”.

Maar het huidige protest wordt niet geleid door de gevestigde oppositie, die de afgelopen jaren niet verder is gekomen dan sporadische, machteloze verklaringen. De betogingen begonnen 17 december nadat een jonge werkloze man zich in de stad Bouzid in brand had gestoken. Het was een spontane explosie van jarenlang door de staat onderdrukte gevoelens.

Het protest richtte zich allereerst tegen de hoge werkloosheid, waaruit het voortkwam, en de opzichtige corruptie aan de top, maar werd steeds politieker naarmate de autoriteiten meer dodelijk geweld gebruikten. Tientallen doden later – ruim twintig volgens de overheid, meer dan tachtig volgens haar tegenstanders – eisen betogers het vertrek van Ben Ali’s regime.

„Mijn broeders, laat jullie niet bedriegen”, schreef de Tunesische blogger Noussab vannacht. „De democratie is een verworven recht en kan nooit een gunst zijn van een dove, blinde en manipulerende despoot [...]”. En Tayat Hoor schreef op het Tunesische bloggerscollectief nawaat.org over Ben Ali: „Hij heeft ons 23 jaar voorgelogen, en dan wil hij dat we hem vandaag vertrouwen na al die bloedbaden die hij heeft begaan?”