Telefilm: talentenkweek en probleem van de week

Met de familiefilm Vakantie in eigen land, morgen op tv, komt de nieuwe reeks Telefilms goed op gang. Ondanks de kritiek op de matige kwaliteit, levert het gesubsidieerde project wel degelijk talent op. Zeker nu het deel uitmaakt van een langer traject.

In Zieleman probeert het kind Blanco (Michael Nierse) de familiesfeer op te krikken.

Al sinds het begin worden de Telefilms zuinigjes ontvangen door film- en televisiecritici, toch worden ze meestal wel plichtmatig gesignaleerd of besproken. Het artistieke gehalte stelt teleur, is de meest gehoorde klacht. Volgens de filmkritiek zijn het „zwakke films”, „conventioneel van vormgeving”, „niet erg subtiel”; het is meestal „braaf kabbelend, bleek drama”: zomaar wat citaten uit recensies van de Telefilms van de afgelopen 11 jaar in deze krant.

Voor een deel is de vaak middelmatige kwaliteit te wijten aan het beperkte budget dat de makers ter beschikking staat, zo’n 800.000 euro per Telefilm, een bescheiden bedrag vergeleken bij een ‘echte’ bioscoopfilm. Joost de Wolf, hoofd drama van de VPRO, werpt tegen: „Het is een serieus budget voor een televisiefilm van zo’n 80 à 90 minuten.” Jeanine Hage, directeur van het Co-productiefonds Binnenlandse omroep (CoBo-fonds), sinds 1999 betrokken bij de Telefilm, vult hem aan: „Je kunt er natuurlijk geen dure helikoptershots mee maken of heel lang in de montagekamer zitten, maar het is een substantieel bedrag voor televisiedrama.”

De Telefilm werd in 1997 bedacht om de samenwerking tussen omroepen en de filmwereld te stimuleren en te zorgen voor meer continuïteit in de Nederlandse filmcultuur, en en werkgelegenheid in het filmbedrijf. Hiervoor geeft de staatssecretaris van Cultuur extra geld aan omroepen om televisiefilms te maken: de Telefilm. In 1999 volgde de eerste oogst van zes tv-producties, sindsdien zijn er 75 geproduceerd.

Sinds het begin is het de bedoeling dat „iedere Telefilm op eigen wijze inspeelt op de actualiteit, hedendaagse thema’s en problematiek”. Maar zo’n voorwaarde kan eerder beperkend op de creativiteit werken dan stimulerend. Het gevaar van probleem- van-de-week-films dreigt, waarin op schematische en clichématige wijze maatschappelijke thema’s aan de orde komen. Jeanine Hage: „Omdat de films relatief snel geproduceerd worden, leek het ons goed als ze ook inspelen op de actualiteit. We willen geen ruisende rokken (kostuumfilms), maar zien liever hedendaags drama.”

Al snel werden ook vooraf thema’s vastgesteld, als richtlijn voor de projecten: in 2000 was het geloofstwijfel, in 2005 de multiculturele samenleving, in 2007 de streekroman. Dit jaar zijn het zes ‘familiefilms’ en in 2012 staat misdaad centraal. De thema’s worden elk jaar bepaald door de zendercoördinator en de hoofden drama van de omroepen die meedoen. Het brengt de Telefilms helderder samen, geeft ze een duidelijker profiel, waardoor ze naar verwachting meer opvallen tussen het televisieaanbod. Eenzelfde principe geldt het uitzendtijdstip dat jarenlang steeds veranderde, maar nu vast staat; omdat het dit jaar zes jeugdfilms zijn, worden ze op zaterdag om zeven uur ’s avonds uitgezonden op Nederland 3.

Vorige week zaterdag begon de nieuwe reeks met Mark de Cloe’s De sterkste man van de wereld, een aardige film over een 12-jarig ivf-kind met rood haar dat kampt met zijn geringe lengte en dat op zoek gaat naar zijn vader. De film, die werd geselecteerd voor de kinderfilmcompetitie van het Filmfestival van Berlijn, trok 415.000 kijkers – een zeer respectabel aantal. De best bekeken Telefilm tot nu toe is Kom niet aan mijn kinderen, die 930.000 kijkers trok en, net als sommige andere Telefilms, apart in de bioscoop werd uitgebracht. De slechtst bekeken film is Sekjoeritie met ruim 50.000, maar die werd dan ook uitgezonden op verkiezingsavond. De herhaling trok al meer kijkers.

De Telefilm is ook bedoeld om nieuw talent een kans te geven om eens een film te maken. Elk jaar studeren er alleen al aan de filmacademie tientallen regisseurs en scenarioschrijvers af, en die moeten toch ergens terecht komen. Daarom hebben allerlei fondsen (Filmfonds, Mediafonds) en de omroepen drie jaar geleden hun samenwerking nog eens extra onder de loep genomen, waarna ze kwamen met het ‘Deltaplan Talent’. Het bestaande Telefilm-project werd hier vervolgens keurig ingepast. Je zou het als een soort route kunnen zien die beginnende makers kunnen volgen: een korte film van 10 minuten maken voor het KORT!-programma, daarna wellicht een One Night Stand – een dramaproductie van 50 minuten – waarna je misschien rijp bent voor de Telefilm. Of een Teledoc, de onlangs bedachte documentairevariant op de Telefilm.

Jeanine Hagen benadrukt dat de Telefilm „niet per se een debutantenbal is, maar wel degelijk een kweekvijver. Je kunt er filmkilometers maken”. Rogaar is een van die jonge regisseurs die ervaring opdeed in alle drie de initiatieven. Ze heeft een goede werkrelatie opgebouwd met Marina Blok, hoofd drama van de NTR. „Door met iemand te werken die weet wat het is om met jonge mensen te werken, krijg je zelfvertrouwen. Het is heel stimulerend. En elk jaar een film maken, of het nu een korte is of een Telefilm, geeft een prettige continuïteit. Zelf ben ik heel blij met het Deltaplan Talent.”

Ook het jaarlijkse project De Oversteek valt er binnen, waarin ‘nieuw of bewezen talent’ zijn eerste of tweede artistieke speelfilm kan realiseren. Zo vormt het Deltaplan Talent een keurig traject waarin je jaren kan blijven hangen.

Maar er zijn gunstige uitzonderingen. Zo maakte Nicole van Kilsdonk sterke Telefilms als Ochtendzwemmers (2000) en Polonaise (2002), waarna ze door mocht naar het echte werk met speelfilms als Johan (2005) en Richting West (2010). Eerder al stootte Martin Koolhoven door tot de eredivisie na zijn uitstekende Suzy Q (1999) – een film uit de eerste oogst Telefilms, die tevens de doorbraak betekende van actrice Carice van Houten. Ook Hanro Smitsman, wiens Telefilm Vakantie in eigen land morgen op tv is te zien, maakte na enkele KORT!-films en de Telefilms Skin (2008) en De Punt (2009) een sterke speelfilm met Schemer (2010).

Zo blijkt Telefilm, ondanks de steekhoudende kritiek, toch te functioneren als kweekvijver van nieuw talent. Ook al zit er misschien maar één echte goede film tussen de zes producties per jaar is dat toch verheugend.