Suriname krijgt eerste flats, betaald met Chinees geld

De krakers van de onvoltooide wijk Sunny Point tonen de woningnood in Paramaribo. De oplossing komt uit China, dat haar invloed in Suriname versterkt.

Paramaribo wacht al jaren op nieuwbouw. Foto Merlin Daleman Suriname, Paramaribo, 27-11-07 Een straat in Paramaribo. © Foto Merlin Daleman

Met emmers vangt Lucia Getrouw (37) de regen op die hard klettert op de plastic bodems. De wijk Sunny Point in Paramaribo heeft geen waterleiding, maar in de regentijd hebben de bewoners volop water. Acht jaar woont Getrouw inmiddels in deze wijk. De huizen werden nooit afgebouwd wegens geldgebrek. De eigenaren van de grond moesten toezien hoe ‘occupanten’, krakers zoals Lucia Getrouw, de onvoltooide bouwsels betrokken.

Een deel van de ongeveer drieduizend occupanten in Sunny Point komt uit het binnenland. Ze zijn gevlucht tijdens de Binnenlandse Oorlog (1986-1992) tussen de strijdkrachten van toenmalig legerleider Desi Bouterse en de rebellen van zijn voormalige lijfwacht Ronnie Brunswijk. In de grote stad hoopten ze op een veiliger bestaan.

Anderen, zoals Lucia Getrouw, kunnen de overwegend particuliere huurwoningen in Paramaribo eenvoudigweg niet betalen. Een driekamer-appartement kost al snel vijfhonderd euro per maand, in de goede buurten zijn de huren nog veel hoger. Ter vergelijking: een gemiddelde leerkracht verdient in Suriname nog geen driehonderd euro per maand. De woningnood is hoog in Suriname. Er zijn ruim dertigduizend woningzoekenden geregistreerd, buiten illegale bewoners.

„Voor mij en mijn drie kinderen was de keuze: of hier illegaal gaan wonen in een huis zonder ramen, waterleiding en elektriciteit en het maar zien te redden, of op straat zwerven”, zegt Getrouw. „De regering heeft ons al zo vaak nieuwe woningen beloofd, maar er gebeurt niets.”

Grote plannen zijn er wel. Vicepremier Robert Ameerali installeerde deze week een raad van toezicht voor de volkshuisvesting. Hij noemde woningbouw een „topprioriteit” van de regering van president Bouterse.

Er is ook een kapitaalkrachtige investeerder gevonden: China. Het land met de snelst groeiende economie ter wereld gaat de komende jaren 3,8 miljard euro investeren in Suriname, met name in huizenbouw en verbetering van de infrastructuur. Minister Ramon Abrahams van Openbare Werken heeft onlangs de bouw van achtduizend woningen aangekondigd. Het zijn zogenoemde volkswoningen, bestemd voor mensen met lage inkomens.

Minister Abrahams is zeer content met de Chinese hulp. „We kunnen nu veel goedkoper bouwen. En ook met de bouw van de eerste flatgebouwen in Suriname beginnen.” De tientallen flats symboliseren de ambitie van de regering. Paramaribo kent hoofdzakelijk laagbouw.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw liet Bouterse vergelijkbare volkswoningen bouwen, toen de woningnood ook al hoog was. Ronnie Brunswijk, beleidsadviseur op het departement van Sociale Zaken en Volkshuisvesting, werd vorige week aangesteld als voorzitter van de commissie die moet toezien op de „richtige toewijzing van volkswoningen” aan woningzoekenden.

Het geld uit China wordt ook gebruikt voor andere grote projecten, die altijd als toekomstdromen zijn beschouwd. Abrahams – trots: „Binnenkort beginnen we met de aanleg van een diepzeehaven en een rechtstreekse wegverbinding naar Brazilië.”

De verharde weg van het dorp Pokigron in Zuid-Suriname, naar Manaus, de Braziliaanse miljoenenstad in de Amazone, moet de economische banden tussen de twee landen verstevigen. Critici zien de investering van China in het wegenproject als een poging om zich een vaste positie in de regio te verwerven.

In Suriname is die positie al behoorlijk stevig. Ruim tachtig procent van alle supermarkten in Suriname zijn in handen van Chinese eigenaren. In Paramaribo-Noord worden de winkelstraten gedomineerd door Chinese bouwmaterialenzaken en modezaken met valse merkkleding.

Voor de bouwprojecten, uitgevoerd door grote Chinese bouwbedrijven zoals Dalian, worden ook duizenden Chinese arbeiders overgebracht. Surinamers zijn er nauwelijks te vinden voor de lage daglonen van nog geen vijf euro die de bedrijven bieden.

De Chinezen worden door veel Surinamers verwelkomd. Terwijl China kampt met een bevolkingsoverschot, kan Suriname meer handen gebruiken voor de opbouw. En een project als de weg naar Brazilië is gesitueerd in ongerept, dunbevolkt gebied waar weinig economische concurrentie wordt gevoeld.

De Chinese cultuur en keuken zijn al generaties geworteld in Suriname. De eerste groep Chinezen trok naar het Zuid-Amerikaanse land na afschaffing van slavernij in 1863. Het waren voornamelijk Chinese mannen uit de zuidelijke provincie Guangdong, die als arbeiders aan de slag gingen. Ze huwden voormalige Afrikaanse slavinnen. Zo komt het dat veel Surinamers met een Chinese achternaam toch Afro-Surinaamse trekken hebben.

Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw neemt de migratie vanuit China fors toe. De moderne migranten leven meer geïsoleerd en mengen zich minder met andere Surinamers. Aanvankelijk trok een aanzienlijk deel vanuit Suriname door naar de Verenigde Staten voor een beter bestaan. Maar het aantal blijvers groeide naarmate de economische positie van de Chinese gemeenschap in met name Paramaribo sterker werd. Een positie die alleen sterker zal worden, nu Chinese investeerders de woningnood mede gaan verhelpen.

De occupanten in Sunny Point kijken uit naar de aangekondigde nieuwbouw. De politie houdt regelmatig schoonveegacties onder de illegale bewoners. In oktober vorig jaar was er nog een grote politieactie – zonder medeweten van de korpsleiding – waarbij vele provisorische huizen met de grond gelijk werden gemaakt.

Het lost het probleem niet op, zegt Lucia Getrouw: „Steeds als ze ons weghalen, komen er een paar honderd zwervende gezinnen bij.”