Ruzie om bloedbad in Grieks dorpje

Een moordpartij door de Duitse SS in een Grieks dorpje in 1944 zorgt voor nieuwe spanningen in de Grieks-Duitse betrekkingen, die toch al waren verzuurd door recente onenigheid over reddingsacties voor de in problemen geraakte Griekse economie.

Premier George Papandreou liet gisteren weten dat zijn regering zich alsnog schaart achter een eis tot schadevergoeding van nabestaanden van de 218 slachtoffers in het dorpje Distomo ten noordoosten van Athene. Het ging om vergelding van de SS voor een Griekse partizanenactie.

De nabestaanden willen schadevergoeding. Maar de Duitse regering vindt dat ze al voldoende heeft geboet voor de bezetting van Griekenland tussen 1941 en 1944. In de jaren '60 betaalde ze 67 miljoen aan compensatie aan de Griekse regering. Die steunde de eis van de nabestaanden niet, om de verstandhouding met Duitsland niet in gevaar te brengen.

Een Griekse rechtbank veroordeelde de Duitse regering echter in 1997 tot betaling van 37,5 miljoen euro aan de nabestaanden, wat Berlijn weigerde. Toen de Griekse regering niet meewerkte aan de inbeslagname van Duitse goederen zochten de nabestaanden hun heil bij een rechtbank in Italië. Italië en Duitsland besloten daarop de zaak aan het Internationaal Gerechtshof in Den Haag voor te leggen. (AFP, Reuters)