Robot ondergaat geniepige verrassingen

Cover van het boek Zeven dagen oud brood van Max Niematz

Max Niematz: Zeven dagen oud brood. Contact, 294 blz. € 21,95

Max Niematz schrijft graag over jonge mensen die ergens naar op zoek zijn, al weten ze vaak niet precies naar wat. Een allesomvattend idee? Schoonheid? Liefde? Avontuur?

In Kromzicht (2008) probeerden twee boerenzoons, ieder op hun eigen manier, hun leven op een hoger plan te brengen. Uiteindelijk vergeefs. In Het wachtlokaal (2009) beproefde een schoolverlater zijn geluk in het leger. Eveneens zonder veel succes. In Zeven dagen oud brood, zijn nieuwe roman, maken we kennis met de 20-jarige wees Jack de Goede, die een verlangen koestert ‘naar elders’. Zal hij ‘elders’ het geluk vinden dat hij van huis uit niet meekreeg? Zal het hem lukken om aan zijn beperkingen (‘het bange in mijn karakter’) te ontkomen?

Hij trekt naar de Cevennen op uitnodiging van zijn oom Gilbert, die daar woont met Agatha. Als hij na een lange wandeltocht aankomt bij een soort burcht in het dorpje Ourcq, blijkt alles anders te zijn dan verwacht. Oom schittert door afwezigheid en tante blijkt een humeurige dame te zijn, die samen met een paar vrijwilligers een bouwval probeert om te vormen tot een kuuroord. Zijn oom blijkt hoger in de bergen een nog veel groter en hopelozer project onder handen te hebben: hij wil zeven ruïnes geschikt maken voor bewoning door een leefgemeenschap.

Geleidelijk wordt duidelijk hoe het zit met oom en tante en met de rare snuiters die tegen kost en inwoning hun steentje bijdragen aan de uiterst trage renovatie van de burcht. Een komische rode draad in het verhaal vormt het communistische verleden van oom, die geregeld langs komt met zijn vuile was. Hij verlangt nog altijd naar een ideale maatschappij waarin iedereen gelijk is en vergelijkt dat met een bezoek aan zijn geliefde rozentuin. ‘Stel je voor, je wordt wakker ’s morgens en je stapt je tuintje in en de rozen geuren’, zegt hij tegen zijn neef. ‘Maar je hebt je nog niet omgedraaid of ’t bestaan is weer ’n strijd op leven en dood geworden.’

Wat vindt neef Jack van dit alles? Hij is een merkwaardig blanco figuur. Als een robot ondergaat hij alles, willoos, of het nu de opgeklopte verhalen van zijn oom zijn, de barse bevelen van tante of juist haar erotische verleidingspogingen. Niematz doet met zijn held wat hij ook in eerdere romans deed: hij plaatst hem, als een soort proefpersoon, in een groep en kijkt dan geamuseerd toe wat er gebeurt. In dit geval: verwarring, veel hoop en vrees en ten slotte berusting.

Je zou Zeven dagen oud brood kunnen betitelen als een experimentele, maar ook wel als een naturalistische roman. Jack voelt zich overgeleverd aan wat hem overkomt en meent er niets over te zeggen te hebben. ‘Alles was voorzien. (-) Alles had een bedoeling, ten kwade of ten goede.’

Het is, in dit voorbeschikte regime, niet altijd eenvoudig om greep te krijgen op Niematz’ held en op zijn behoorlijk dramatische lotgevallen. Het plezier zit hem vooral in de bijzaken en in de kleine, soms geniepige verrassingen. Erg geestig is de spontane staking van de vier vrijwilligers, ‘het proletariaat’, na de zoveelste bitse uitval van de vrouw des huizes. Mooi is ook de regelmatige terugkeer van de stokoude man op het paard, ‘de procureur’, die steeds weer de weg komt wijzen. En natuurlijk is er de misleiding aan het eind. ‘Eindelijk kan mijn leven beginnen’, verzucht Jack op het moment dat we de moed al hadden opgegeven. Met stille trom verlaat hij het onplezierige oord in de Cevennen. Maar na een paar dagen keert hij er doodleuk weer terug. De cirkel is akelig rond.