Rechtbank vraagt justitie om onderzoek naar rechter, twijfel aan juistheid van beschikking

Rechter Henk de Graaff is in problemen. Gisteren vroeg de president van de Haagse rechtbank het Openbaar Ministerie uit te zoeken of De Graaff een strafbaar feit pleegde toen hij vorig jaar een ’correctiebeschikking’ tekende. De rechter mag voorlopig geen zaken meer doen. In de jaren negentig was De Graaff  bekend als fraude officier in onder meer de Clickfondszaak.

De rechtbank publiceerde gisteren een persbericht waarin de kwestie zo vaag mogelijk wordt omschreven. Het onderzoek naar de rechter moet zich richten op ‘enig strafbaar feit’. Daar deed eerder ‘een voormalig rechtbankpresident’ onderzoek naar. Het gaat om ‘een proces verbaal’ van ‘een strafzitting’, over de ‘juistheid’ waarvan later ‘vragen en twijfels’ ontstonden. Welke zaak, welk handelen, welke twijfels - het blijft onbenoemd. Wel formuleert de rechtbank een norm waaraan moet worden voldaan. ‘Er mag hoe dan ook geen twijfel bestaan over de juistheid van een van de rechtbank afkomstig document.’ Die twijfels zijn in een intern onderzoek niet weggenomen, waardoor nu de hoogst ongebruikelijke stap naar het openbaar ministerie is gezet.

In welke zaak is die twijfel gegroeid en over welke concrete handelwijze gaat het? De woordvoerder van de rechtbank zegt geen antwoord te kunnen geven. Maar wel verwijst ze naar een uitspraak (LJ  BP0731) waarin rechter De Graaff wordt gewraakt. Juist vanwege de manier waarop hij een eerdere ‘pro forma’ strafzitting heeft afgehandeld. En dat blijkt om een zeer zware zaak te gaan. Het betrof de van roof en doodslag verdachte Nuretin Demir, die vorig voorjaar werd aangehouden. De strafzaak trok veel aandacht. Na de mislukte zitting met De Graaff  is de zaak overgenomen door een andere strafkamer. Maar het had makkelijk kunnen mislopen. Omdat een rechter een fout maakte en die achteraf probeerde te herstellen. Op deze video wordt uitgelegd waarvan Demir wordt verdacht.

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=gPqZpBrj6Jg[/youtube]

De advocaat van Demir, H. Weisfelt, die het succesvolle wrakingsverzoek indiende, zegt dat zijn cliënt  feitelijk op basis van een vals document, vervaardigd door een rechter, door Justitie in voorlopige hechtenis wordt gehouden. De zaak had meteen helemaal moeten worden geschrapt, meent hij. In ieder geval had zijn cliënt uit voorlopige hechtenis vrij moeten worden gelaten. Weisfelt zegt ’woest’  te zijn over de gang van zaken. Ook omdat het openbaar ministerie de beslissing om Demir vast te houden baseerde op een document waarvan het kon weten dat die onjuist was. En omdat aan de juistheid van documenten in het Nederlandse vooral schriftelijk gevoerde strafproces nooit getwijfeld mag worden.

Wat is er gebeurd? Tussen de advocaat, het openbaar ministerie en de rechtbank was een conflict ontstaan over de wens van Demir om alleen een verklaring af te leggen op de zitting en niet bij de politie. Volgens advocaat Weisfelt koestert zijn cliënt een diep wantrouwen tegen de politie. Maar rechter De Graaff had daar geen zin in. De zitting waar het allemaal misliep was lang tevoren gepland en er was te weinig tijd ingeruimd voor de verdachte. Advocaat Weisfelt hield echter voet bij stuk, kreeg een aanvaring met De Graaff en diende ter plaatse een wrakingsverzoek in. Volgens Weisfelt schoot dat de rechter in het verkeerde keelgat. “Hij zei tegen mij dat hij dat ‘zeer onbehoorlijk’ vond en liet mijn cliënt meteen afvoeren’.

De kennelijk boze rechter liet toen na formeel het onderzoek ter terechtzitting te schorsen en een beslissing te nemen over de verdere duur van de voorlopige hechtenis van de verdachte. Dit alles conform artikel 282 wetboek van Strafvordering. Door dat niet te doen liep volgens de advocaat binnen een aantal weken de voorlopige hechtenis van Demir af en moest hij dus vrijkomen. De heisa in de media zou ongetwijfeld niet te overzien geweest. Waarschijnlijk probeerde De Graaff daarom zijn fout te herstellen. Hij stuurde het openbaar ministerie een zogeheten ‘verstaansbeschikking’ waarin wordt beweerd dat de strafkamer de zitting wel juridisch correct afsloot. En dat er dus wel een rechtsgrond was om Demir in hechtenis te houden.

De Graaff ondertekende die alleen, maar zette er ook de namen van zijn twee collega’s en de griffier onder, met de vaker gebruikte mededeling dat die ‘buiten machte’ waren mee te tekenen. Het openbaar ministerie deelde daarop Weisfelt mee dat zijn cliënt vast zou blijven zitten. De Graaff werd wel stevig op de vingers getikt door de wrakingskamer. Die oordeelde dat De Graaff door het afwijzen van de vraag van de verdachte om alsjeblieft iets tegen de rechter te mogen zeggen ‘zozeer onbegrijpelijk’ handelde dat de schijn van partijdigheid was gewekt. Tijdgebrek ,,mag in geen geval een reden zijn om een verdachte niet te horen ingeval zijn verklaring van belang kan zijn voor het voortduren van de voorlopige hechtenis”.

Volgens het persbericht van de rechtbank heeft intern onderzoek de ‘vragen en twijfels’ over de juistheid van de ‘verstaansbeschikking’ niet weggenomen. Wat betekent dat? De rechtbank wil het niet zeggen. Het onderzoek van ´een voormalige rechtbankpresident´ blijft geheim. De advocaat kan er alleen naar raden. De verstaansbeschikking zelf is een vertrouwelijk processtuk.

Dus moeten we raden. Wie hadden die ´vragen en twijfels´ weg kunnen nemen? Dat zijn de griffier en de twee andere strafrechters wier namen ook onder de correctie staan. Zijn zij tevoren door De Graaff wel geraadpleegd? Waren zij het er achteraf ook mee eens? Wellicht heeft ook de officier iets heel anders onthouden van de zitting dan De Graaff nu verklaart. Dat zou dan zomaar op valsheid in geschrifte kunnen duiden.

Dat is dan niet zonder ironie omdat De Graaff juist een expert is in het bestrijden van valse boekhoudingen, het ontdekken van onregelmatigheden en andere vormen van valsheid in geschrifte. Als fraudeofficier was De Graaff onder advocaten overigens berucht om zijn slordigheden. Lees dit profiel uit 2001. Wordt vervolgd.

Update 25 maart 2011 Rechter De Graaff heeft per 1 juli ontslag genomen ‘wegens het bereiken van  de leeftijd voor (vervroegd) pensioen’, aldus een persbericht van de rechtbank Den Haag. Het openbaar ministerie in Arnhem blijkt te zijn belast met het onderzoek naar de kwestie die aanleiding voor zijn schorsing was. ´Over de stand van zaken van het onderzoek is de rechtbank Den Haag niets bekend.´

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.