Recensies

Verleidelijk, kleurig en eindelijk ook hier

Galerie Ron Mandos

Jacco Olivier. T/m 12 februari, Prinsengracht 282, Amsterdam. Wo t/m za 12-18u. Inl: www.ronmandos.nl

Merkwaardige tendens, het afgelopen jaar: de beste exposities van Nederlandse kunstenaars werden allemaal in het buitenland gehouden. Willem de Rooij maakte Intolerance in Berlijn, Marlene Dumas deed Tronies in München, Marcel van Eeden heeft (nog steeds) een fantastische tentoonstelling in het Haus am Waldsee en Mark Manders’ werk toerde een half jaar langs grote Amerikaanse musea.

Maar in Nederland weten we blijkbaar niet goed raad met zoveel kracht en ambitie. Het merkwaardigste geval in dit opzicht is al enkele jaren Jacco Olivier. Olivier is een Nederlandse schilder, wiens werken de afgelopen jaren steevast te zien waren op grote internationale beurzen. En ook nog in de stand van grote galeries: Olivier wordt in New York vertegenwoordigd door Marianne Boesky en in Londen door Victoria Miro. Maar niet in Nederland, dus.

Tot deze week. Want vrij onverwacht heeft Galerie Ron Mandos in Amsterdam Olivier weten te verleiden tot een solo. Daarop pakt hij maar meteen flink uit: in totaal zijn er negen recente filmwerken van Olivier te zien. Maar zijn het nu filmwerken of bewegende schilderijen? Exact die vraag is cruciaal in Oliviers oeuvre. Op het eerste gezicht zijn het onmiskenbaar (animatie-)filmpjes (meestal van enkele minuten), die bestaan uit weelderige, veelkleurige beelden, opgebouwd met verf en penseel. Maar ook valt op dat Olivier geen verteller wil zijn: de ontwikkeling in de films is minimaal, de verhalen stellen weinig voor (een badende vrouw, een stervende kever). Zo besef je al snel dat Olivier zijn toeschouwers door middel van die beweging vooral wil confronteren met zaken als gelaagdheid en tijd, elementen die altijd in schilderijen aanwezig zijn, maar door de aard van het medium meestal buiten beeld blijven.

Eigenlijk is er maar één nadeel aan Oliviers werk (dat af en toe wat doet denken aan Peter Doig): het is zo verleidelijk en kleurig dat je als toeschouwer gemakkelijk alle inhoudelijke, abstractere overwegingen vergeet. Wie zich daarvan weet los te rukken beseft dat Olivier eigenlijk op zijn best is als hij zich zo veel mogelijk inhoudt. Uiteindelijk is een werk als Landscape (2010), waarin de camera alleen maar heel zorgvuldig het oppervlak van een schilderij aftast alsof het een weelderig landschap is, het hoogtepunt van de expositie.

Hans den Hartog Jager

Spiegelen, maar dan letterlijk genomen

Tegenboschvanvreden

Anna Ostoya: Autopis II. T/m 19 febr, Bloemgracht 57, Amsterdam. Wo t/m za 13-18u. Inl: www.tegenboschvanvreden.nl

Hoe uniek was Brigitte Bardot? Of Jackie Kennedy? Of de Solidarnoscacties, begin jaren tachtig in Polen? Het zijn vragen die je bijna automatisch stelt na het zien van de expositie Autopis II van de jonge Poolse Anna Ostoya bij Tegenboschvanvreden in Amsterdam. Ostoya is gefascineerd door het verleden en daarin is ze bepaald niet de enige kunstenaar van haar generatie. Dat heeft ongetwijfeld te maken met het gevoel dat we leven in verwarrende tijden, waarin alle verwachtingen, alle ideologieën uit het verleden op hun kop zijn gezet.

En dus proberen kunstenaars als Ostoya, David Maljkovic (pas nog bij Annet Gelink) of Alexandra Leykauf (nu een werk bij Galerie Martin van Zomeren) grip op het heden te krijgen door terug te gaan naar de wortels van die ideologieën (modernisme, communisme) en de twee tijden te spiegelen. Wat is er veranderd? Wat ging er mis? Ging er wel iets mis?

Het werk van Ostoya wordt extra interessant doordat ze dat spiegelen nogal letterlijk neemt. De meeste van haar werken bestaan uit fotocollages waarin ze beelden van markante gebeurtenissen of mensen uit de geschiedenis letterlijk tegenover elkaar zet. Soms zijn die combinaties glashelder, zoals een foto van een drippende Jackson Pollock naast die van een verf smijtende Karel Appel – de schilder als macho, zwaaiend met zijn lans.

Complexer al, is een geweldige collages waarin Ostoya groepsportretten van zeven van de belangrijkste avant-gardebewegingen uit de twintigste eeuw (waaronder de dadaïsten, futuristen en abstract expressionisten) naast elkaar heeft gemonteerd. Niet alleen valt onmiddellijk op dat al die kunstenaars met dezelfde (zelfverzekerde) blik in de lens kijken, maar ook dat er op bijna zestig mannelijke avant-gardisten precies twee vrouwen zijn. Boodschap duidelijk, beeld beklijft.

Dat is de grote kracht van Ostoya: ze heeft een goed oog voor krachtige, confronterende beelden. Daar staat tegenover dat haar ‘boodschap’ nogal voor de hand ligt: de vrouwen leggen het steeds af tegen mannen, de cultuur van Oost-Europa en Polen is minder bekend dan die van het westen. Dat geeft haar collages soms iets verongelijkts.

Gelukkig ontbreekt dat moralisme in de meeste ‘enkele’ werken. Bijvoorbeeld het schilderij in perfecte jaren- dertigstijl, inclusief vergeelde witte vlakken, dat Ostoya zelf componeerde door twee doeken van avant-gardekunstenaars (Theo van Doesburg en Hendryk Stazewksi) te combineren.

Dit werkt geweldig, niet alleen omdat Ostoya haar anachronisme tot in de puntjes uitvoert, maar ook omdat de oplossing, het oordeel open blijft – in politiek opzicht misschien niet erg spannend, maar het levert veel betere kunst op.

Hans den Hartog Jager