Partijen houden liever nog aan Berlusconi vast

De Italiaanse premier Berlusconi incasseerde gisteren een tegenvaller. Maar bijna niemand wil nu snel nieuwe verkiezingen.

De stabiliteit van de Italiaanse regering lijkt niet direct in gevaar nu het Constitutionele Hof gisteren het juridische schild deels ophief dat de Italiaanse premier Silvio Berlusconi beschermde tegen strafvervolging. „De regering dobbert voort op de problemen van het land”, concludeerde een commentator vanmorgen op de Italiaanse televisie.

Ook Berlusconi sprak vanochtend in de ontbijtshow Mattino5 van zijn eigen tv-zender La Cinque met geen woord over een mogelijke regeringscrisis. Hij zei dat hij het oordeel van het Hof had verwacht en hij is er van overtuigd dat de aanklachten wegens omkoping en belastingontduiking tegen hem zullen verdampen. „Er zijn geen feiten die tot een veroordeling kunnen leiden. Mocht er toch een gerechtscollege bestaan met alleen linkse rechters die me in de toekomst schuldig verklaren, dan richt ik me tot de televisie en de kranten en leg ik iedereen uit waar het echt over gaat”, zei hij. „Ik acht het onmogelijk dat er politiek bevooroordeelde magistraten te vinden zijn die het zouden durven mij te veroordelen vanwege feiten die absoluut lachwekkend zijn.”

Na vijf uur van beraadslaging vond het Constitutionele Hof gisteren een compromis waar twaalf van de vijftien rechters zich in konden vinden. De premier blijft het recht behouden om wegens zijn werkzaamheden uitstel van rechtszittingen te vragen. Maar Berlusconi mag nu niet meer zelf bepalen of zijn verhindering legitiem is. Hij krijgt niet meer automatisch zes maanden dispensatie en mag dat niet meer twee keer verlengen. Vanaf vandaag zal ieder beroep op „legitieme verhindering” afzonderlijk worden getoetst door een rechter. Alleen zo voldoet de wet aan de eis dat elke burger wettelijk gelijk is.

In de aanloop naar de uitspraak van het Hof beklemtoonden veel regeringspolitici dat een opheffing van het juridische schild van de premier direct tot nieuwe verkiezingen zou leiden. Dat blijkt vooral een poging te zijn geweest het Hof onder druk te zetten.

Geen enkele partij heeft op dit moment belang bij verkiezingen. De grootste oppositiekracht, de Democratische Partij, is verwikkeld in een interne machtstrijd over de vraag of nu wel of niet moet worden samengewerkt met de christelijke middenpartij van Pier-Ferdinando Casini. Casini moet beslissen of hij Berlusconi de komende periode in ruil voor veel voorrechten aan een stabiele parlementaire meerderheid gaat helpen. Gianfranco Fini, die uit de partij van Berlusconi is gestapt en hem de laatste maanden publiekelijk uitdaagde, heeft op 14 december een pijnlijke nederlaag geleden. Toen haalde zijn motie van wantrouwen tegen Berlusconi het net niet in het parlement. Zijn nieuwe partij Toekomst en Vrijheid is nog te pril om het in een verkiezingscampagne op te nemen tegen Berlusconi. Ook is onduidelijk of de kersverse alliantie tussen hem en Casini de tand des tijds zal doorstaan, en of zij in staat zijn een alternatieve centrumrechtse beweging te realiseren die Berlusconi’s Volk van de Vrijheid kan bedreigen.

Berlusconi's belangrijkste coalitiepartner, Umberto Bossi, van de Lega Nord die de belangen van Noord-Italië zegt te beschermen, hoopt op korte termijn de fiscale federalisering van Italië door het parlement te krijgen. Dit is het kroonjuweel van deze partij. Het regelt dat elke regio meer kan beschikken over de rijkdom die zij genereert. Het arme zuiden riskeert hierdoor minder steun te krijgen van het rijke noorden. Zo lang er kans is dat deze wet op korte termijn wordt aangenomen, zal Bossi de regering niet laten vallen.

Ook Berlusconi heeft redenen om verkiezingen voor zich uit te schuiven. Zijn positie is door de schandalen, de breuk met Fini en toekomstige processen beduidend minder sterk dan anderhalf jaar geleden. Een gedeelte van Berlusconi’s aanhang zou overwegen over te lopen naar Fini en Casini, maar vooral naar Bossi.

Behalve de politieke leiders, probeert ook president Giorgio Napolitano verkiezingen te voorkomen. Hij vreest dat politieke instabiliteit, een regeringscrisis en een verkiezingscampagne tot financiële instabiliteit kan leiden. Speculanten zouden hun vizier van Griekenland, Ierland en Portugal naar Italië kunnen richten om het Italiaanse financiële systeem te testen. Een test die zeer riskant is voor de gehele Europese monetaire unie. Napolitano hecht er ook aan om de viering van het 150-jarig bestaan van Italië op 17 maart op te luisteren met een gezamenlijke zitting van het gehele parlement. Een val van het kabinet en een verkiezingscampagne zou dit onmogelijk maken.

Il Giornale, de krant van de familie Berlusconi, concludeerde vanmorgen dat dit niet het moment is voor een machtsvacuüm. „Tenminste zo lang men daar niet toe wordt verplicht. Het vonnis van gisteren brengt het moment naderbij, maar het punt waarop er geen weg terug meer is, blijkt nog niet gepasseerd.’’